HOOFDSTUK 1 – PSYCHIATRISCHE DIAGNOSTIEK EN CLASSIFICATIE
1.1 INLEIDING
Het concept ziekte berust op kennis en inzicht in verschijningsvorm, beloop en etiologie van een
aandoening, en op het vermogen symptomen van elkaar te onderscheiden.
Psychiatrische stoornissen hebben meestal niet één oorzaak; ze zijn multifactorieel en multicausaal
bepaald en overlappen elkaar vaak.
Een stoornis komt tot uiting door een complex van samenwerkende factoren, waardoor het medische
ziekteconcept in enge zin minder toepasbaar is binnen de psychiatrie.
Men spreekt daarom niet over psychiatrische ziekten maar over syndromen en stoornissen.
Een syndroom is een herhaaldelijk voorkomend patroon van symptomen.
Een stoornis is een klinisch significant syndroom dat subjectieve nood of maatschappelijke invaliditeit
veroorzaakt.
Louter ordening in categorieën is onvoldoende om beloop of behandeling te voorspellen. Diagnostiek
vraagt naast een ordeningsprincipe ook een verklaringsprincipe: het zoeken naar een logische samenhang
tussen gedrag en symptomen in de context van psychologische en sociaal-maatschappelijke
achtergronden.
Diagnostiek gebaseerd op ordening en samenhang mondt uit in een psychiatrische formulering, waarin
kenmerken van de stoornis worden geplaatst binnen een classificatiesysteem en de persoonlijke
geschiedenis en omstandigheden van de patiënt.
TABEL 1.1 – HET PROCES VAN PSYCHIATRISCHE DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING
Psychiatrische stoornissen kunnen worden geordend in verschillende classificatiesystemen.
In Nederland wordt veel gebruikgemaakt van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
(DSM-IV).
Een model dat logische samenhang en aanknopingspunten voor beloop en behandeling biedt, is het
stress-diathesemodel.
1
,Samenvatting Beknopte Psychiatrie H1, H2, H3, H6 & H8
1.2 HET ORDENEND MODEL: DE DSM -IV
De DSM-IV is het meest gebruikte classificatiesysteem. Een tweede veelgebruikt systeem is de
International Classification of Diseases (ICD-10) van de WHO. Beide sluiten goed op elkaar aan.
De DSM-IV is atheoretisch en descriptief; voor iedere stoornis worden expliciete beschrijvende
diagnostische criteria aangegeven die bepalend zijn voor de diagnose.
Daarnaast bevat het handboek beknopte epidemiologische en differentieel-diagnostische gegevens.
HET SYSTEEM HANTEERT VIJF ASSEN:
• As I – klinische syndromen (acute symptomen, grote psychiatrische syndromen)
• As II – ontwikkelings- en persoonlijkheidsstoornissen (blijvende kenmerken, langdurige patronen)
• As III – actuele somatische aandoeningen
• As IV – psychosociale stressoren (semi-kwantitatief ingeschaald van 0 tot 6)
• As V – globale beoordeling van sociaal functioneren (continuüm 1–90)
2
,Samenvatting Beknopte Psychiatrie H1, H2, H3, H6 & H8
TABEL 1.2 – DSM-IV (OVERZICHT VAN STOORNISCATEGORIEËN)
TABEL 1.3 – VOORBEELD DSM-IV-DIAGNOSE BIJ EEN 30-JARIGE VROUW
3
, Samenvatting Beknopte Psychiatrie H1, H2, H3, H6 & H8
1.3 HET VERKLAREND MODEL: HET STRESS -DIATHESEMODEL
Het stress-diathesemodel gaat uit van aangeboren of verworven kwetsbaarheden (diathese) die onder
invloed van stressoren (life events) tot een stoornis kunnen leiden.
Erfelijk materiaal (bijv. voor manisch-depressieve stoornis) vormt op zichzelf geen garantie voor het
optreden van symptomen; daarvoor zijn extra kwetsbaarheden of stressoren nodig.
Stressoren en kwetsbaarheden bieden aanknopingspunten voor behandeling en beloop.
TABEL 1.4 – KWETSBAARHEDEN
1.4 HET PSYCHIATRISCH ONDERZOEK
HET PSYCHIATRISCH ONDERZOEK BESTAAT UIT DRIE HOOFDONDERDELEN:
1. Anamnese en hetero-anamnese
2. Onderzoek van de mentale status
3. Somatisch onderzoek
4