Deel 1 – Businessmodellen & Waardecreatie
1. Leg in je eigen woorden uit wat het verschil is tussen een
businessmodel en een verdienmodel.
→ Pas dit toe op een concreet bedrijf naar keuze.
2. Beschrijf de negen bouwstenen van het Business Model Canvas
van Osterwalder & Pigneur en geef bij drie daarvan een voorbeeld
van hoe een duurzaam kledingmerk ze zou invullen.
3. Kies één type waardepropositie (resource-, aanbod-, klant-,
financieel- of datagedreven) en geef een concreet voorbeeld van
een organisatie die dit succesvol toepast. Leg uit waarom.
4. Noem twee voordelen en twee risico’s van een co-creatie
strategie in klantrelaties. Illustreer dit met een praktijkvoorbeeld.
Deel 2 – Circulaire Economie & Innovatie
5. Leg uit wat het verschil is tussen een lineaire en een circulaire
economie.
Geef twee voorbeelden van bedrijven die circulaire principes
toepassen.
6. De circulaire economie kent drie strategieën: Slowing, Closing,
Narrowing.
a) Licht deze drie kort toe.
b) Koppel elk van de zes circulaire businessmodellen (Repair, Reuse,
Refurbish, Recycling, Cascading, Organic Feedstock) aan de juiste
strategie(ën).
7. Waarom is businessmodel-innovatie cruciaal voor de overgang
naar een circulaire economie? Noem twee uitdagingen die bedrijven
hierbij ondervinden.
Deel 3 – Segmentatie, Targeting & Positionering (STP)
8. Wat is het verschil tussen voorwaartse en achterwaartse
segmentatie? Geef per type een voorbeeld.
9. Noem drie criteria waaraan een goed marktsegment moet voldoen.
Pas deze toe op de markt van elektrische fietsen.
10. Stel dat een bedrijf nieuwe plantaardige maaltijden lanceert.
a) Beschrijf één mogelijk segment.
, b) Leg uit hoe het bedrijf dit segment zou kunnen targeten.
c) Formuleer een korte positioneringsstatement.
11. Leg aan de hand van de middel-doelketen uit hoe
functionele, symbolische en ervaringsgerichte voordelen kunnen
leiden tot klantwaarde.
Deel 4 – Merken & Positionering
12. Wat is het verschil tussen merkbekendheid (mindshare) en
merkassociaties (heartshare)? Waarom zijn beide belangrijk?
13. Kies een merk (bijv. Dove, Red Bull of Apple) en geef aan welke
merkpersoonlijkheid het volgens Aaker vertegenwoordigt.
Motiveer je keuze met drie argumenten.
14. Noem en beschrijf de vier positioneringsstrategieën
(informationeel, transformationeel, tweezijdig, uitvoeringsgericht).
Welke zou je toepassen voor een duurzaam kledingmerk en
waarom?
15. Wat zijn de vier merkwetten (focus, onderscheidend,
relevant, consistentie)? Pas ze toe op het merk IKEA.
Deel 5 – B2B Marketing & Waardestrategieën
16. Leg de drie waardedisciplines van Treacy & Wiersema uit.
Geef van elk een concreet bedrijf als voorbeeld en licht kort toe
waarom het daarbij past.
17. Wat wordt bedoeld met servitization? Beschrijf hoe een
traditioneel productiebedrijf dit kan inzetten om zijn
concurrentiepositie te versterken.
18. Wat is het verschil tussen een taakorganisatie en een
marktorganisatie volgens Simon (1989)? Geef voor elk type een
voorbeeld van een organisatie.
19. Beschrijf de drie fasen van relatiemanagement
(transactioneel → preferred supplier → collaboratief). Geef een
praktijkvoorbeeld van de overgang tussen deze fasen.
Deel 6 – Online Marketing & Communicatie
20. Wat is het verschil tussen contentmarketing en
influencermarketing?
1. Leg in je eigen woorden uit wat het verschil is tussen een
businessmodel en een verdienmodel.
→ Pas dit toe op een concreet bedrijf naar keuze.
2. Beschrijf de negen bouwstenen van het Business Model Canvas
van Osterwalder & Pigneur en geef bij drie daarvan een voorbeeld
van hoe een duurzaam kledingmerk ze zou invullen.
3. Kies één type waardepropositie (resource-, aanbod-, klant-,
financieel- of datagedreven) en geef een concreet voorbeeld van
een organisatie die dit succesvol toepast. Leg uit waarom.
4. Noem twee voordelen en twee risico’s van een co-creatie
strategie in klantrelaties. Illustreer dit met een praktijkvoorbeeld.
Deel 2 – Circulaire Economie & Innovatie
5. Leg uit wat het verschil is tussen een lineaire en een circulaire
economie.
Geef twee voorbeelden van bedrijven die circulaire principes
toepassen.
6. De circulaire economie kent drie strategieën: Slowing, Closing,
Narrowing.
a) Licht deze drie kort toe.
b) Koppel elk van de zes circulaire businessmodellen (Repair, Reuse,
Refurbish, Recycling, Cascading, Organic Feedstock) aan de juiste
strategie(ën).
7. Waarom is businessmodel-innovatie cruciaal voor de overgang
naar een circulaire economie? Noem twee uitdagingen die bedrijven
hierbij ondervinden.
Deel 3 – Segmentatie, Targeting & Positionering (STP)
8. Wat is het verschil tussen voorwaartse en achterwaartse
segmentatie? Geef per type een voorbeeld.
9. Noem drie criteria waaraan een goed marktsegment moet voldoen.
Pas deze toe op de markt van elektrische fietsen.
10. Stel dat een bedrijf nieuwe plantaardige maaltijden lanceert.
a) Beschrijf één mogelijk segment.
, b) Leg uit hoe het bedrijf dit segment zou kunnen targeten.
c) Formuleer een korte positioneringsstatement.
11. Leg aan de hand van de middel-doelketen uit hoe
functionele, symbolische en ervaringsgerichte voordelen kunnen
leiden tot klantwaarde.
Deel 4 – Merken & Positionering
12. Wat is het verschil tussen merkbekendheid (mindshare) en
merkassociaties (heartshare)? Waarom zijn beide belangrijk?
13. Kies een merk (bijv. Dove, Red Bull of Apple) en geef aan welke
merkpersoonlijkheid het volgens Aaker vertegenwoordigt.
Motiveer je keuze met drie argumenten.
14. Noem en beschrijf de vier positioneringsstrategieën
(informationeel, transformationeel, tweezijdig, uitvoeringsgericht).
Welke zou je toepassen voor een duurzaam kledingmerk en
waarom?
15. Wat zijn de vier merkwetten (focus, onderscheidend,
relevant, consistentie)? Pas ze toe op het merk IKEA.
Deel 5 – B2B Marketing & Waardestrategieën
16. Leg de drie waardedisciplines van Treacy & Wiersema uit.
Geef van elk een concreet bedrijf als voorbeeld en licht kort toe
waarom het daarbij past.
17. Wat wordt bedoeld met servitization? Beschrijf hoe een
traditioneel productiebedrijf dit kan inzetten om zijn
concurrentiepositie te versterken.
18. Wat is het verschil tussen een taakorganisatie en een
marktorganisatie volgens Simon (1989)? Geef voor elk type een
voorbeeld van een organisatie.
19. Beschrijf de drie fasen van relatiemanagement
(transactioneel → preferred supplier → collaboratief). Geef een
praktijkvoorbeeld van de overgang tussen deze fasen.
Deel 6 – Online Marketing & Communicatie
20. Wat is het verschil tussen contentmarketing en
influencermarketing?