100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Samenleven blok C en D

Rating
-
Sold
6
Pages
53
Uploaded on
14-01-2021
Written in
2019/2020

Dit document is een samenvatting van het boek en colleges. Blok C en D zijn hierin aanwezig. De prijs ligt ietsjes hoger, omdat het twee blokken in één document zijn.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 14, 2021
Number of pages
53
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenleven tentamen


Blok C Veiligheid en beleid
W1 Veiligheid en beleid

Leerdoelen

 aangeven wat de inhoud van de hoorcolleges is en wat er van hem/haar verwacht
wordt.
 aangeven wat beleid is.
 onderscheiden welke vraagstukken en initiatieven het thema Veiligheid en beleid
betreffen en daar voorbeelden van geven.
 een definitie geven van het begrip overheid.
 de definitie van beleid volgens Hoogerwerf geven en kan deze herkennen en uitleggen.
 de definitie geven van wat een probleem is en deze toepassen.
 het begrip trias politica uitleggen.
 uitleggen wat de vierde en de vijfde macht is.
 de drie bestuurslagen van het openbaar bestuur in Nederland noemen.
 per bestuurslaag de wetgevende, controlerende en uitvoerende macht noemen.
 per bestuurslaag aangeven wie de functie van voorzitter heeft.


Beleid: is een plan (wat je wilt doen en wat je standpunt is). Ook een verzameling van
gebeurtenissen en momenten die leiden tot een besluit.
Dus beleid is een plan (stelsel van doel en middelen: wat en hoe moet het worden gedaan)
en alles wat de overheid doet (en niet doet). Dit is vaak en bewuste keuze: bijvoorbeeld
vanwege beperkte financiën.

Hoogerwerf definieert beleid als “het geheel aan veronderstellingen van een actor dat aan een
beleid ten grondslag ligt”.


Montesquieu (1689-1755)
Basis voor de moderne democratie
Trias politica= staatsinrichting op basis van een horizontale machtenscheiding.
Drie machten:
- Wetgevende macht = Parlement (eerste en tweede kamer), Gemeenteraad en
Provinciale Staten
- Uitvoerende macht (alle medewerkers die werken volgens de overheid)=
ambtenaren
- De rechterlijke macht= onafhankelijke rechter
Ministers zowel wetgevende als uitvoerende macht daardoor geen goede scheiding.

Het Koninkrijk der Nederlanden is een constitutionele (=wet) monarchie met een
parlementair stelsel. Thorbecke geschreven in 1848.

,De moderne overheid
- Rechtstreekse verkiezingen
- Invoering van ministeriële verantwoordelijkheid (= ministers verantwoordelijk
bedacht door Thorbecke)
- Mogelijkheid om de kamers te ontbinden

Parlement (eerste en tweede kamer) controleert de regering.

Tweede kamer rechtstreeks/directe verkiezingen= wij burgers kiezen
Eerste kamer getrapte verkiezingen= wij kiezen de Provinciale Staten en zij kiezen de Eerste
kamer

Ministeriële verantwoordelijkheid= de ministers zijn verantwoordelijk voor wat de koning
doet en zegt, want hij is onschendbaar.

1917 passief kiesrecht vrouwen, alleen verkiesbaar stellen
1919 actief kiesrecht vrouwen, ook stemmen

Moderne overheid heeft nog meer scheiding der machten. De vierde macht= ambtenarij en
de vijfde macht= de media.

Beleid in een democratische rechtstaat.
Beleid= het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde middelen en
bepaalde tijdskeuze

Een staat is als er een (afgegrensd) grondgebied, hoog gezag en een staatsvolk aanwezig is.

Uitganspunten van een parlementaire democratie
= Het volk regeert
- Gekozen volksvertegenwoordiging op elk niveau door middel van verkiezingen:
 Europees parlement
 Tweede kamer der Staten-Generaal
 Provinciale staten
 Gemeenteraad
 Waterschappen

Kabinet= ministers en staatssecretarissen
Regering= koning en ministers
Parlement= eerste en tweede kamer


Verticale scheiding
Gemeentelijk:
- Wetgevend: Gemeenteraad
- Uitvoerend: College van B &W (burgermeester en wethouders), voorzitter is de
burgemeester
- Rechterlijk: Gerechtshof

,Provinciaal:
- Wetgevend: Provinciale staten
- Uitvoerend: Gedeputeerde staten, voorzitter is Commissaris van de koning
- Rechterlijk: Gerechtshof


Landelijk:
- Wetgevend: Regering en parlement
- Uitvoerend: Regering, voorzitter minister-president
- Rechterlijk: Hoge Raad


Indeling tweede kamer
Evenredige vertegenwoordiging  kiesdeler= 10% van de stemmen is 10% zetels
Tweede kamer 150 zetels
Eerste kamer 75 zetels

Eerste kamer
- Functie: heroverweging van gemaakte besluiten door de Tweede Kamer der Staten-
Generaal.
- Getrapte verkiezingen
- Geen recht op initiatief of amendement – alleen goedkeuren of afkeuren
- Belangenafweging niet op basis van partijpolitiek/politieke achtergrond

De regering
- Bestuurder
- Bepalen en concretiseren het overheidsbeleid
- (mede) wetgever

Hoge colleges van Staat
- Hoge Raad der Nederlanden= hoogste rechtscollege in Nederland welke beslist of het
recht juist is toegepast
- Algemeen Rekenkamer= controleert de rechtmatigheid, doelmatigheid,
doeltreffendheid en de integriteit van het handelen door de Nederlandse overheid bij
uitgaven en ontvangen
- Raad van State: hoogste adviesorgaan van de Nederlandse overheid, welke om
advies gevraagd moet worden bij wetsvoorstellen
- Nationale Ombudsman= onderzoekt klachten over de overheid en brengt niet
bindend advies uit.
1 overheid/de overheid bestaat niet.

Overheid bestaat namelijk uit alle bestuursorganen, die handelen in het algemeen belang

, Beginselen behoorlijk bestuur (ook bij recht)
Beginselen van behoorlijk bestuur ontstaan uit jurisprudentie
Gedragsregels van de overheid naar burgers toe

- Zorgvuldigheidbeginsel= afweging maken van de betrokkenen partijen
- Verbod van détournement de pouvoir = wetgeving mag alleen gebruiken waarvoor
het moet gebruikt worden
- Motiveringsbeginsel= de overheid moet motiveren waarom ze iets doen, toelichting
van de keuze
- Gelijkheidsbeginsel= gelijke getallen moeten onder gelijke omstandigheden gelijk
worden behandeld
- Legaliteitsbeginsel= moet in de wet staan en dan kan pas de regering handelen, de
overheid moet optreden op basis van de wet
- Fair-play-beginsel= de overheid mag geen verborgen agenda hebben, de overheid
moet eerlijk spelen, zoals verdediging
- Rechtszekerheidsbeginsel= de burgers moeten weten waar ze aan toe zijn,
regelgeving moet duidelijk zijn
- Vertrouwensbeginsel= als de overheid een burger een toezegging geeft dan geeft dit
een vertrouwen waar de burger zich aan mag houden en de overheid zich aan moet
houden, burgers moeten kunnen vertrouwen op de overheid
- Evenredigheidsbeginsel= niemand mag nadelige effecten hebben, voor- en nadelen
worden uitgesmeerd dus iedere partij krijg evenveel/evenredig aantal

Kerngedachten beginselen
- Democratische legitimiteit
- Rechtsgelijkheid
- Rechtszekerheid
- Effectiviteit
- Efficiëntie

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Valerie14 Hogeschool Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
24
Member since
6 year
Number of followers
17
Documents
0
Last sold
10 months ago

1,0

1 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions