JERFBELASTING
INLEIDING
Overheid heft een belasting op alle overgangen door overlijden: erfbelasting
Manieren van erven:
• Via wettelijke devolutie
• Testament - 3 soorten legatarissen (mensen die in het testament staan)
– Algemene legataris: iemand die geroepen wordt tot de hele nalatenschap
– Legataris ter algemene titel: krijgt een vast deel van de nalatenschap (bv:
1/2de)
– Bijzondere legatarissen: 1 of meerdere goederen krijgen
Het budgettaire belang van de erfbelasting: overheid haalt een deel van zijn inkomsten
uit erfenissen
Voor overlijdens na 1 september 2018: grondige wijzigingen in de Vlaamse
erfbelasting:
• Hoogste tarieven gaan omlaag
• Extra vrijstelling voor de LLP
• Gunstmaatregelen voor weeskinderen < 21jaar
• Vrijwillige erfenissprong niet langer fiscaal afgestraft
Argumenten voor of tegen erfbelasting
Tegenargumenten
• Verlies van familievermogen
• Dubbele belasting
• Door de hoge erfbelasting moet je soms delen van de erfenis verkopen
• Enorme druk om te schenken
Voorargument
• Inkomsten staatskas
• Zachte belasting: een belasting die je minder hard voelt
• Vermogensherverdeling
1
,HOOFDSTUK 1: INLEIDING OP HET SUCCESSIERECHT
SITUERING VAN HET SUCCESSIERECHT IN DE FISCALITEIT
Wettelijke basis
• Wetboek successierechten
• Grotendeels geïntegreerd in de VCF
• Veel wetswijzigingen
– Als gevolg van belastingontwijking
– Als gevolg van gewijzigde maatschappelijke inzichten
Gewestmaterie
• Sinds bijzondere financieringswet 1989
• Inning gebeurt door de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) en dus niet meer op
federaal niveau
• Opbrengst komt integraal toe aan de Gewesten (Vlaams, Waals & Brussels
Hoofdstedelijk Gewest)
• Er zijn opmerkelijke verschillen qua wetgeving tussen de Gewesten, o.a. tarieven,
vrijstellingen en verminderingen enz.
• VCF
Vlaamse codex fiscaliteit (VCF)
• TITEL 1: definities
• TITEL 2: verschillende belastingen
– Hoofdstuk 7: erfbelasting
• TITEL 3: procedure (‘inning en invordering’)
Hoe verwijzen naar een artikel uit de VCF?
• artikel 2.7.1.0.1
– Titel 2: de belastingheffing
– Hoofdstuk 7: erfbelasting
– Afdeling 1: het belastbaar voorwerp
– Onderafdeling 0: geen verdere opsplitsing
– Artikel 1
2
,Erfbelasting is een indirecte belasting (belasting op overdracht van goederen =
alleenstaande gebeurtenis)
Erfbelasting is de overkoepelende benaming voor de belastingen die geïnd worden op het
vermogen dat overgaat door een overlijden of daarmee gelijkgestelde handeling
• rijksinwoner (inwoner van België) = successierecht
• niet-rijksinwoner = recht van overgang door overlijden
2 soorten erfbelasting
• successierecht
– belasting geheven op de verkrijging uit de nalatenschap van een rijksinwoner
– wordt gevestigd op alles wat uit de (netto-) nalatenschap van een rijksinwoner
wordt verkregen (RG en OG waar dan ook)
• recht van overgang
– belasting geheven op verkrijging van nalatenschap van een niet-rijksinwoner
– wordt gevestigd op de waarde van de OG die in België liggen en verkregen
worden uit nalatenschap van een niet-rijksinwoner
Rijksinwoner
• Natuurlijk persoon die binnen het rijk zijn domicilie of de zetel van zijn vermogen
heeft gevestigd
(art. 1.1.0.0.2, lid 1, 18° VCF)
– We noemen dit: de fiscale woonplaats
• werkelijke, feitelijke domicilie
• hoofdverblijfplaats
• tegenstrijdigheid tussen wettelijke en werkelijke domicilie
• Bewijs ligt bij fiscale administratie, maar standpunt VLABEL keert bewijslast om bij
uittreksel uit bevolkingsregister
• Wordt beoordeeld op de dag van het overlijden
3
, DE FISCALE WOONPLAATS
• Om te kijken welke gewestelijke regels van toepassing zijn gebruiken we het
lokalisatiecriterium:
– rijksinwoners (successierecht)
• In welk gewest had de DC zijn woonplaats op het moment van
overlijden?
DC woonde in de 5 jaar voorafgaand aan overlijden
– in zelfde gewest => geen probleem
OF
DC woonde in de 5 jaar voorafgaand aan overlijden
– in meer dan 1 gewest => in welk gewest woonde DC
het langst?
• DC woonde evenveel dagen in beide
gewesten: keuzevrijheid
– niet-rijksinwoners (recht van overgang)
• ligging van het onroerend goed, of indien meerder, die met het
hoogste kadastraal inkomen
oefening:
Een man die al 20 jaar in Portugal woont, laat na:
1. aan zijn dochter An: een huis in Brussel met een KI van 850 en een appartement
in Antwerpen met een KI van 780
2. aan zijn zoon Bram een woning in Gent met een KI van 1000
antwoord:
Niet-rijksinwoner dus RECHT VAN OVERGANG:
Welk gewest is bevoegd om deze belasting te innen? (hoogste KI, maar wel per
erfgenaam!)
1. An erf 2 woningen, dus hoogste KI, An zal belast worden onder Brusselse
wetgeving
2. Bram zal belast worden onder Vlaamse wetgeving
4
INLEIDING
Overheid heft een belasting op alle overgangen door overlijden: erfbelasting
Manieren van erven:
• Via wettelijke devolutie
• Testament - 3 soorten legatarissen (mensen die in het testament staan)
– Algemene legataris: iemand die geroepen wordt tot de hele nalatenschap
– Legataris ter algemene titel: krijgt een vast deel van de nalatenschap (bv:
1/2de)
– Bijzondere legatarissen: 1 of meerdere goederen krijgen
Het budgettaire belang van de erfbelasting: overheid haalt een deel van zijn inkomsten
uit erfenissen
Voor overlijdens na 1 september 2018: grondige wijzigingen in de Vlaamse
erfbelasting:
• Hoogste tarieven gaan omlaag
• Extra vrijstelling voor de LLP
• Gunstmaatregelen voor weeskinderen < 21jaar
• Vrijwillige erfenissprong niet langer fiscaal afgestraft
Argumenten voor of tegen erfbelasting
Tegenargumenten
• Verlies van familievermogen
• Dubbele belasting
• Door de hoge erfbelasting moet je soms delen van de erfenis verkopen
• Enorme druk om te schenken
Voorargument
• Inkomsten staatskas
• Zachte belasting: een belasting die je minder hard voelt
• Vermogensherverdeling
1
,HOOFDSTUK 1: INLEIDING OP HET SUCCESSIERECHT
SITUERING VAN HET SUCCESSIERECHT IN DE FISCALITEIT
Wettelijke basis
• Wetboek successierechten
• Grotendeels geïntegreerd in de VCF
• Veel wetswijzigingen
– Als gevolg van belastingontwijking
– Als gevolg van gewijzigde maatschappelijke inzichten
Gewestmaterie
• Sinds bijzondere financieringswet 1989
• Inning gebeurt door de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) en dus niet meer op
federaal niveau
• Opbrengst komt integraal toe aan de Gewesten (Vlaams, Waals & Brussels
Hoofdstedelijk Gewest)
• Er zijn opmerkelijke verschillen qua wetgeving tussen de Gewesten, o.a. tarieven,
vrijstellingen en verminderingen enz.
• VCF
Vlaamse codex fiscaliteit (VCF)
• TITEL 1: definities
• TITEL 2: verschillende belastingen
– Hoofdstuk 7: erfbelasting
• TITEL 3: procedure (‘inning en invordering’)
Hoe verwijzen naar een artikel uit de VCF?
• artikel 2.7.1.0.1
– Titel 2: de belastingheffing
– Hoofdstuk 7: erfbelasting
– Afdeling 1: het belastbaar voorwerp
– Onderafdeling 0: geen verdere opsplitsing
– Artikel 1
2
,Erfbelasting is een indirecte belasting (belasting op overdracht van goederen =
alleenstaande gebeurtenis)
Erfbelasting is de overkoepelende benaming voor de belastingen die geïnd worden op het
vermogen dat overgaat door een overlijden of daarmee gelijkgestelde handeling
• rijksinwoner (inwoner van België) = successierecht
• niet-rijksinwoner = recht van overgang door overlijden
2 soorten erfbelasting
• successierecht
– belasting geheven op de verkrijging uit de nalatenschap van een rijksinwoner
– wordt gevestigd op alles wat uit de (netto-) nalatenschap van een rijksinwoner
wordt verkregen (RG en OG waar dan ook)
• recht van overgang
– belasting geheven op verkrijging van nalatenschap van een niet-rijksinwoner
– wordt gevestigd op de waarde van de OG die in België liggen en verkregen
worden uit nalatenschap van een niet-rijksinwoner
Rijksinwoner
• Natuurlijk persoon die binnen het rijk zijn domicilie of de zetel van zijn vermogen
heeft gevestigd
(art. 1.1.0.0.2, lid 1, 18° VCF)
– We noemen dit: de fiscale woonplaats
• werkelijke, feitelijke domicilie
• hoofdverblijfplaats
• tegenstrijdigheid tussen wettelijke en werkelijke domicilie
• Bewijs ligt bij fiscale administratie, maar standpunt VLABEL keert bewijslast om bij
uittreksel uit bevolkingsregister
• Wordt beoordeeld op de dag van het overlijden
3
, DE FISCALE WOONPLAATS
• Om te kijken welke gewestelijke regels van toepassing zijn gebruiken we het
lokalisatiecriterium:
– rijksinwoners (successierecht)
• In welk gewest had de DC zijn woonplaats op het moment van
overlijden?
DC woonde in de 5 jaar voorafgaand aan overlijden
– in zelfde gewest => geen probleem
OF
DC woonde in de 5 jaar voorafgaand aan overlijden
– in meer dan 1 gewest => in welk gewest woonde DC
het langst?
• DC woonde evenveel dagen in beide
gewesten: keuzevrijheid
– niet-rijksinwoners (recht van overgang)
• ligging van het onroerend goed, of indien meerder, die met het
hoogste kadastraal inkomen
oefening:
Een man die al 20 jaar in Portugal woont, laat na:
1. aan zijn dochter An: een huis in Brussel met een KI van 850 en een appartement
in Antwerpen met een KI van 780
2. aan zijn zoon Bram een woning in Gent met een KI van 1000
antwoord:
Niet-rijksinwoner dus RECHT VAN OVERGANG:
Welk gewest is bevoegd om deze belasting te innen? (hoogste KI, maar wel per
erfgenaam!)
1. An erf 2 woningen, dus hoogste KI, An zal belast worden onder Brusselse
wetgeving
2. Bram zal belast worden onder Vlaamse wetgeving
4