100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting historische sociologie

Rating
-
Sold
-
Pages
50
Uploaded on
06-10-2025
Written in
2025/2026

lessen volledig neergeschreven zoals professor sprak

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 6, 2025
Number of pages
50
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Historische sociologie
De neolithische revolutie
SANDERSON
Inleiding

In de afgelopen 100 jaar is onze samenleving ontzettend veel veranderd: de geletterdheid en de
levensstandaard ging omhoog, zuigelingensterfte omlaag. We leven in een uitzonderlijke tijd, maar
toch zijn we ons daar niet altijd bewust van. De vraag die we ons echter moeten stellen, is waarom
veranderde de samenleving?

Sociale verandering is een inherent sociologisch fenomeen  helpt ons om de huidige samenleving
beter te begrijpen.

Onderscheid maken tussen:

1. Orde: elke dag voeren we weer duizenden handelingen uit. Wanneer we de huidige stand
van zaken reproduceren door deze handelingen, spreken we van orde. De huidige orde
wordt gereproduceerd door cultuur en structuur.
2. Verandering: Wanneer er buiten de lijntjes gekleurd wordt, komt er sociale verandering tot
stand.

Hoe komt het dat mensen de huidige orde niet reproduceren, en er dus sociale verandering is?

 civilisatie of adaptive upgrading (elke samenleving is een verbetering van de vorige)
 kapitalisme (als wereldsysteem).

Daarnaast kan sociale verandering bewust of onbewust gebeuren:

 Bewuste sociale verandering vindt plaats binnen de politiek.
 Onbewuste sociale verandering gebeurt door alledaagse handelingen, waardoor er een
patroon ontstaat door kleine beslissingen (VB: migratie uit de stad weg).

De 21ste eeuw
 Toenemende ongelijkheid
 Klimaatsveranderingen
 Etnische breuklijnen
 verschillende dimensies van zelfde problemen? Drie kanten van hetzelfde probleem: inhoudelijk
anders maar uitdagingen zijn politieke zaak
De sleutel = de staat
 Collectieve vorm van organiseren
 Collectieve goederen, kosten en baten (universiteit: levert service voor het maatschappelijk
bestel: kosten worden gemaakt maar leveren een baat op aan de populatie, wegennet,
leger… we organiseren ons collectief om uitdagingen aan te gaan)
 Logistiek organisationeel, superieur (je kan geen collectieve oplossingen hebben zonder
ietwat van een staatsvorm)
 We leven niet van nature in staten maar deze zijn op een bepaalde manier ontstaan 
interessante vraag

,Cruciaal
 Wie heeft ze opgericht?
 Om wat mee te doen?
 Wie heeft de macht om de staat te controleren, in te zetten? (verhaal van de democratie,
democratie ontstaat in bepaalde context en bepaalt dus op welke collectiviteiten ingezet
worden)
 Hoe verandert dit?
Welvaartstaat als gegeven; zonder zaten we hier niet, maar in welk spel is dit tot stand gekomen en
waarom blijft dit bestaan?
Achterwaarts de toekomst:
 fase 1: 12 à 10000 jaar: landbouw en staat
 fase 2: 200 jaar: industrialisatie met bevolkingsexplosie
 na WOII: welvaartsstaat, levensstandaard, postindustrialisatie, netwerksamenleving
 fase 3:
De wereld is de laatste paar eeuwen enorm snel veranderd, westen nooit rijker geweest dan dat het
nu is, enorme maatschappelijke veranderingsperiode

De neolithische revolutie
Sanderson
De neolithische revolutie is een synoniem voor de landbouwrevolutie. 10000 jaar geleden was de
overgang van een samenleving van jagers-verzamelaars (J/V) met een rondtrekkend bestaan 
sedentaire volkeren die aan landbouw en veeteelt deden.
De vraag die we ons hier stellen, is waarom werd de mens landbouwer?
De overgang van jagen en verzamelen naar landbouw vond ongeveer 10.000 jaar geleden plaats en
was de aanleiding tot een totaal nieuwe soort samenleving. De neolithische revolutie kunnen we dus
zien als de eerste cruciale verandering in de geschiedenis van de mens.
Landbouwsamenleving had overal dezelfde gevolgen; sociale stratificatie en staatvorming
Tijdsdimensie:
 onafhankelijke evoluties  domesticatie van dieren en planten  die overal anders zijn,
allemaal heel verschillende dingen
 Tegelijkertijd een zelfde soort reactie maar wel anders ingevuld
 Eerder evolutie dan een revolutie  heel wat tussenvormen waardoor men stap voor stap is
gaan produceren en intensiever voedsel produceren
 In groter tijdskader 10000 jaar geleden ineens snelle graduele ‘evolutie’ maar dan toch
revolutie…
Hoe was het leven vóór het neolithicum?
= jagers-verzamelaars
 Grootte van groepen: kleine nomadische groepen
 Basistaakverdeling: mannen jagen en vrouwen plukken en verzamelen bessen, noten, fruit,…
 original affluent society: ‘we gaan iets eten en we gaan zien’, men hoefde weinig te werken
want genoeg voedsel en men had dus ook veel vrije tijd (Sahlin)
Kenmerken:

,  geen privé-eigendom en dus ook geen sociale klassen: opslag van voedsel en materiaal was
te moeilijk als nomaden
 vrijgevigheid en gelijkheid: belangrijkste normen, niemand had het recht om anderen de
toegang tot schaarse middelen te verhinderen
 fundamenteel democratisch: er was geen echt leiderschap zoals we dat nu kennen
Landbouwsamenleving
 Sedentaire bestaan
 Grootte van de groepen: grote landbouwsamenlevingen
 Ongelijkheid bij landbouwgroepen: groter + permanenter = ongelijker
 Landbouwsamenlevingen: zwaar leven, doet pijn
 uitgesproken sociale differentiatie, met sociale klassen en specialisatie
 politieke elites  belastingen, oorlog, revolutie,…
Overgang:
De neolithische revolutie was een wereldwijd verschijnsel: overal ter wereld ging men aan veeteelt
en landbouw doen, op elk continent. De rassen en planten verschilden natuurlijk wel per continent,
maar opmerkelijk is dat geen enkel continent achter blijft.
Overgang vond ongeveer gelijktijdig plaats: slechts een paar duizend jaar verschil, gingen bijna alle
jager-verzamelaarsvolken over naar landbouw en veeteelt. Niet plots maar graduele overgang, met
verschillende dimensies:
 domesticatie: een co-evolutionair proces, waarbij dieren en planten getransformeerd
worden door selectie van de mens. Dit gebeurde meestal vóór de overgang naar de
landbouw, soms erna.
 sedentarisme: wanneer een gemeenschap op een stabiele wijze zich gedurende het ganse
jaar zich van voedsel kan voorzien  ter plekke blijft en dus sedentair. Dit had het ontstaan
van nieuwe ziekten als gevolg: mens bleef op de plek waar ook afval achtergelaten werd.
 landbouw: de menselijke inspanning om de omgeving van planten en dieren te wijzigen,
zodat hun bruikbaarheid en productiviteit toeneemt  regelmatige, betrouwbare en
voorspelbare voedselproductie.
Er was een graduele overgang en dus ook een graduele wijziging in het dieet van de mens.
 Voor het neolithicum: jaagde men vooral op grote zoogdieren zoals mammoeten.
 Daarna ging men zich uitbreiden naar kleine dieren, planten, visvangst, meer plantaardig
voedsel, …  dieren en planten ook domesticeren, door het intensiever ingrijpen 
landbouw
 Nuance: sommige jagersverzamelaars deden al aan voedselopslag, sedentarisme en sociale
ongelijkheid voor de overgang naar landbouw en veeteelt. Dit was vooral het geval in rijkere
streken.
Geen fundamenteel nieuwe kennis: Jagers-verzamelaars waren natuurexperten: ze hadden veel
kennis over de natuur, landbouw en wisten wel hoe de processen van branden, bemesten en
irrigeren werkten. De jagers-verzamelaars wisten dus wel dat het kon en hoe het moest, maar gingen
tóch niet spontaan over tot landbouw. Ze waren zeer zelfbewust over hun eigen overleven, en zagen
geen noodzaak (“want er zijn toch noten genoeg?”).
De neolithische revolutie betekende geen toename van levenskwaliteit: jagers-verzamelaars jaren
gezond en weldoorvoed, hadden ze een overvloed aan voedsel en een gevarieerd dieet, veel vrije
tijd, weinig aantal uren werken per dag maar een grote productiviteit  landbouwers, die veel

, moeten werken om een mindere productiviteit te behalen, een sedentaire levensstijl ontwikkeld
hebben en juist daardoor een samenleving waren van ‘zieken en zwakken’
Verschil:
1. Hedendaagse jagers-verzamelaars: Ze zijn de ideale samenleving want ze hebben
zelfvertrouwen over voedselzekerheid, ze zijn afgelegen van de maatschappij die wij kennen
 een soort droombestaan
Ze hebben wel hun doel en kracht: waarom kunnen we hier toch etnografisch uit leren?
2. ‘Heftige’ landbouwsamenlevingen: ongelijkheid, macht, ziektes…
 Tussenvorm: complex hunter gatherer
 toch al soort sedentaire leven, opslag en technologische specialisatie
 hoofdkenmerk: storage
 kleine vorm van landbouwsamenleving
Waarom is dit belangrijk?
Vanaf je voedsel kan opslaan en kan maken verandert de samenleving naar sedentair. Dit is
gelijkaardig aan de verandering die landbouw met zich mee bracht. Het is dus niet binair MAAR
gaandeweg tussenvormen van complexiteit
Algemeen: Het was geen revolutie in kennis want er was weerstand. Jagers-verzamelaars wisten wel
hoe het landbouw moest. Het was eerder een revolutie in doen.
Grote theorieën
Waarom werd er dan toch overgegaan tot landbouw?
1. Automatic Technological Growth
De landbouw gaat zich automatisch verspreiden omdat het superieur is aan alles ervoor, er is nood
aan civilisatie. Technologische kennis en capaciteiten gaan de economische, culturele en sociale
ontwikkeling determineren. De ‘ontdekking’ van de landbouw heeft dus ook automatisch geleid tot
het ontstaan van landbouwproductie. Het is een idealistische theorie. De mens wordt automatisch
slimmer en dat is inherent aan de mensheid. Hier zien we dus een soort vooruitgangsdenken, waarbij
er vanuit wordt gegaan dat de technologische ontwikkeling van de landbouw een verbetering was
van het jagers-verzamelaarsbestaan.
Kritiek
 Waarom zou het niet kloppen? Het was geen vooruitgangsdenken omdat de jagers-
verzamelaars reeds wisten wat ze moesten doen. Landbouw is daarbij een complexe set van
gecombineerde stappen over een lange tijd en ze is niet overal even wijd verspreid.
 Theorie zegt niet waarom men tot landbouw is overgegaan op dat moment en op die plekken
= weerlegd
 Waarom hebben we nu bv zonnepanelen? Deze theorie zou ze als normale menselijke
evolutie zien maar zou niet verklaren waarom en welke maatschappelijke contexten tot deze
uitvinding leiden.
 Wat was de ontvankelijkheid voor de nieuwe technologie: ontvankelijkheid en dus de
noodzaak voor een technologie hangen onlosmakelijk samen met elkaar, daar besteedt deze
hypothese geen aandacht aan.
2. Population pressure theory
R149,25
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
pilate784

Get to know the seller

Seller avatar
pilate784 Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
3 months
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
3 months ago

0,0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions