à aandacht kwam er eerst bij pluimvee dan bij varken en dan bij rund
à 4 invalshoeken:
- Economisch
o Langetermijninvesteringen
o Uitbatingskosten
o Maar ook hoeveel de dieren opleveren
- Ergonomisch
o Alles wat te maken heeft met werkomstandigheden en werke@iciëntie
o Gezondheidsvoorwaarden à een goed stalklimaat voor dier en veehouder
- Ethologish
o Dierenwelzijn in de ruime zin
- Ecologisch
o Emissies
o Watervervuiling
o Bodemvervuiling
à multifactoriële aandoeningen
- Deze aandoeningen ontstaan pas waneer ook (naast infectie) voeding, stalklimaat kortom
huisvesting niet optimaal is (1 van de redenen waarom huisvesting zo belangrijk is)
- Bijvoorbeeld:
o Mastitis bij melkvee
o AH problemen bij pluimvee en varkens
à huisvesting ook invloed op reproductie, productie en op letsels enzo van dieren
5 vrijheden:
! basis om problemen op te lossen is door te kijken en observeren van de dieren en de omgeving !
Hoofdstuk 1: fysische elementen van de massa- en energiebalans van de stal
Stallucht
- Een varken verbruikt gemiddeld 40 kg lucht per dag
- Stallucht:
o 78% N2, 21%O2, waterdamp, 0,03% CO2 (=gewone lucht)
o Met de stalgassen en stof erbij
luchtvochtigheid
1
, - Absolute vochtigheid à is de masse waterdamp per massa droge lucht
- Relatieve vochtigheid à is de hoeveelheid waterdamp die de lucht bevat in vergelijking met
de hoeveelheid waterdamp die de lucht kan bevatten (in %)
o Dit is een maat voor drogend vermogen of de kans op condensatie
§ Warme lucht kan meer waterdamp vasthouden dan koude lucht
- Verzadigde lucht àwanneer de lucht de maximale hoeveelheid waterdamp bevat die het
kan vasthouden
de relatieve vochtigheid (links) is het
laagst tijdens de zomermaanden
terwijl de absolute vochtigheid
(rechts) het hoogst is tijdens de
zomermaanden
- Soortelijk gewicht van de vochtige lucht
o Vochtige lucht = lichter dan droge lucht
o Warme lucht = lichter dan koude lucht
§ Doordat het soortelijk gewicht van warme lucht lager is zal deze dus stijgen
(dus naar boven gaan in de stal) idem voor vochtige lucht
§ Dus bovenaan in de stal à warme en vochtige lucht
• Hierdoor kan door koude dakplaten enzo condens ontstaan
§ Warme en vochtige lucht hebben een groter soortelijk volume of lager
soortelijk gewicht (soortelijk gewicht = 1/ soortelijk volume)
Je kan infrarood cameras gebruiken om te kijken waar de warme en koude delen aanwezig zijn
Normaal zou met goede ventilatie het verschil in temperatuur tussen de bodem en het dak 3 graden
moeten zijn, met een slechte ventilatie is dit verschil veel groter
Enthalpie
- Is de verhouding tussen de energie inhoud van vochtige lucht en energie inhoud van droge
lucht
- Dit geeft de energieveranderingen weer
- De energie inhoud kan worden opgesplitst in
o Voelbare / sensibele warmte
o Verborgen / latente warmte
§ Dit is komt overeen met de hoeveelheid energie die nodig is om water om te
zetten tot watedap à dit kost 2500 KJ Kg-1 warmte! Voor 1 liter water`
- Droge lucht heeft dus een lagere enthalpie dan vochtige lucht van dezelfde temperatuur
- Principe evaporatieve verkoeling = adiabatisch bevochtigen
o Door water te gaan verdampen onttrek je warmte uit te omgeving à op deze manier
zal het dus kouder aanvoelen maar wel vochtiger zijn!
2
, o Adabiatisch à wanneer er geen warmte met de omgeving wordt uitgewisseld
o Dit is enkel e@ectief wanneer je een lage RV hebt
o Je krijgt hierbij een uitwisseling van voelbare warmte naar latente warmte maar de
energie-inhoud blijft gelijk
o Dus de energieinhoud is hetzelfde maar de lucht voelt kouder aan
o Toepassing à cooldownsysteem bij melkvee
§ Om hittestress te voorkomen
§ Vernevelen van water
§ Temperatuur zal daardoor 5-7°C kouder aanvoelen waarbij de RV 5-10% zal
stijgen
§ Wordt in combinatie met ventilatoren gedaan à zodat het niet te vochtig
wordt
Diagram van Mollier
Luchttemperatuur à Y-as
Absolute vochtigheid à x-as
Dit diagram zorgt dat je een bepaalde luchttoestand visueel kan karakteriseren en veranderingen in
beeld brengen
De lijn geeft de enthalpie weer?
Veranderingen in de stallucht kunnen ontstaan door af te koelen of te verwarmen (y-as) maar ook
door te bevochtigen (x-as)
- Bevochtigen en verwarmen door bv. Urine die verdampt of verwarming aanzetten
- Afkoelen en drogen à verminderde warmte en vochtproductie door bv de groep dieren uit
de stal te halen
Uit dit diagram is af te leiden dat: warme lucht lichter is dan koude en dat vochtige lichter is dan
droge alsook de evaporatie
Isenthalpische vernaderingen à veranderingen waarbij de energieinhoud van de vochtige lucht niet
veranderd
- Zoals ook bij evaporatie
!! eBect van temperatuur is belangrijk dan het eBect van de RV op het soortelijk gewicht!!
Stalwanden
- Spelen ook een rol in het verlies of behoud van warmte
3
, - Hoeveel warmte verloren gaat zal in eerste instantie afhangen van het gebruikte materiaal
alsook de dikte van de wand
o Warmtegeleidingscoë@iciënt λ
§ dit is de hoeveelheid warmte die per m2 die doorheen 1m dik materiaal bij
een T verschil van 1 kelvin per seconde gaat
§ hoe lager deze waarde hoe beter geïsoleerd dus hoe slechter het materiaal
geleidt
§ is dus ook een maat voor de geleiding / conductie
§ de warmte geleidingscoë@iciënt van lucht is zeer laag (0,023), dus heeft een
goed isolerend vermogen in vergelijking met water die rond de 0,1-0,6 zit
• Hieruit kan je dus afleiden dat de best isolerende materialen degene
zijn die veel lucht bevatten en minste water
• Hoeveel lucht in een materiaal zit wordt bepaald bij de productie
• Hoeveel vocht zal bepaald worden door de gebruiksomstandigheden
o Hoeveel lucht in wand?
§ Voor een goede isolatie à veel
§ Voor een goede stabiliteit, warmteopslag (zware materialen kunnen meer
warmte opslaan dan lichte) à best weinig
§ Compromis nodig àcellenbeton of verschillende materialen gebruiken in de
wand = samengestelde wand
- Warmteovergang
o Alfa à de hoeveemheid warmte die per m2 die per sec overgaat van een fluïdum
(lucht) naar een vast lichaam (muur) bij een temperatuurveschil van 1K
o Hierbij is de snelheid waarbij het fluïdum beweegd van groot belang
§ Alfa stijgt bij een grotere luchtsnelheid en zal dus meer warmte afstaan
o Warmteovergangsweerstanden à R = 1/ alfa
- Warmtedoorgang
o Combinatie van de warmtegeleidng en de warmteovergang langs binnen en
buitenzijde
o De hoeveelheid warmte die per m2 per seconde die
doorheen de wand vloeit bij een temperatuursverschil
van 1K = U (warmtedoorgangcoë@iciënt
o Hoe hoger U, hoe slechter de wand isoleert, hoe hoger warmtedoorgang
o U waarde van de ramen zijn ook belangrijk à groot verschil tussen enkelvoudig en
dubbel glas
de linkermuur, met isolatie tegen de
spouw = luchtlaag, zal
temperatuurschommelingen in
4