1. Vitale functies en parameters
1.1 Vitale functies
==> de belangrijkste functies in ons lichaam, zorgen ervoor dat wij in leven blijven.
Ze worden anders gedefineerd naargelang de zorgsituatie waarin ze worden
beoordeeld
Is een B1 behandeling er is geen voorschrift nodig van de arts
Belang meten van vitale parameters:
● In het kader van levensreddend handelen (early warning score) Functies
waarvan
uitval of stoornissen direct leiden tot een Vroegtijdig opmerken van
achteruitgang
● Hogere score wijst op een hogere graad vitale bedreiging In de klinische
situatie
1.2 Vitale parameters
Meten van vitale parameters --> verzameling van gegevens --> duidelijk beeld van de
lichamelijke toestand (= vitale functies) van de zorgvrager
1.2.1 Soorten
● Lichaamstemperatuur
● pols
● bloeddruk
● ademhaling (en zuurstof saturatie)
● bewustzijn
(beleving pijn = ook vitale parameter)
1.2.2 Belang
- observeren en beoordelen VP = B1- handeling
- Is een fundamentele VPK taak
- Systeem vroegtijdig opmerken achteruitgang bij ZV → EWS = early
warning score
- helpt oordelen parameters en ondersteuning bij nemen van beslissingen en
communicatie met andere ZV omtrent toestand ZV
- Hoge score = hogere graad vitale bedreiging \
2. Lichaamstemperatuur
2.1 Kern en schil
● Interne kern
→ de buik, borst en schedelholte (organen , hersenen en ruggenmerg)
→ heeft relatief constante temp
→ temp rond vitale organen
● Externe schil
→ De huid
→ temp varieert afhankelijk omgeving
,Verschil tussen kern en schil = delta temp ( nrm 5-6 graden)
Hoge deltatemp → lage huid doorbloeding → bleke en koude huid
Lage deltatemp → hoge huid doorbloeding → rode en warme huid
Warmte verlies kan door:
● Straling of radiatie
● Verdamping
● Geleiding
2.2 Thermoregulatiesysteem
- Lichaam = homiotherm
● daling van de temperatuur
= wanneer de warmte verloren gaat daalt de lichaamstemperatuur onder de
referentiewaarde. Als rectie activeert hypothalamus mechanismen voor het
vasthouden of produceren van warmte
- Warmte productie (spiertonus wordt geactiveerd)
- Vb. Rillen, klappertanden,...
- Metabolisme verhogen
- Warmte verlies
- Hypothalamus stimuleert sympaticus (deel van het autonoom
zenuwstelsel) die een vasoconstrictie (=vaatvernauwing) van
de bleodvaten veroorzaakt
- Er ontstaat pilo-erectie (kippenvel) zij zorgen ervoor dat er
minder warmte wordt afgegeven aan de koude omgeving
- We passen ons gedrag bewust aan: extra kledij aantrekken, de
verwarming
● Situatie 2 stijgen van de temperatuur
= de hypothalamus activeert mechanisme die zorgen voor warmteafgifte en
afremmen van warmteproductie
- Warmteproductie
- Door activatie van de hersenschors ontstaat het bewust zijn
dat de omgeving te warm is
- Bewust gedrag aanpassen verminderen van fysieke
inspanningen
- Warmteverlies
- Onder invloed van de sympaticus worden zweetklieren
gestimuleerd tot afgifte van vocht (transpiratie=zweten)
- Door activatie hersenschors ontstaat het bewustzijn dat
omgeving te warm is en kunnen we verstandelijk reageren
door kleding uit te trekken, koud water drinken, zwemmen of
een koel bad nemen
- Bloevaten in de huid worden aangezet tpt vasodilatatie
(=vaatverwijding) hierdoor warmte kern van het lichaam in de
richting lichaamsoppervlak geleid
, 2.3 Meten van de lichaamstemperatuur
Positief Negatief
Rectaal Dieper, dichter bij de kern minder hygiënisch
onnodig intiem
duurt lang
Oraal makkelijk langdurig
resultaat kan beinvloed
worden door andere
factoren bv roken,
warme/koude dranken
Axillair (onder oksel) makkelijk minder nauwkeurig door bv
weinig belastend zweten
Tympaan of auraal (oor) snel moeilijk juiste positie
klinisch acceptabel niet nauwkeurig door
beïnvloedbare factoren bv
koptelefoon
Temperatuurmeting ter accuraat duur
hoogte van de slapen snel
hygiënisch en ideaal bij
kinderen of bewusteloze pat
2.4 Normaalwaarden
36.5-37.5
2.4.1 Volwassenen
Waarden liggen rectaal gemeten
Ernstige hypothermie <30°C
Matig hypothermie 30-33.9°C
Excitatiefase 34-36.4°C
Normaal lichaamstemperatuur 36.5-37.5°C
Verhoging = subfebriele temperatuur 37.6-37.9°C
Koorts = febris = pyrexie >38°C
Hoge koorts= hyperpyrexie >40°C
2.4.2 Kinderen
- bij kinderen is het warmteregulatiecentrum nog niet goed ontwikkeld en daarom
varieert hun lichaamstemperatuur tussen 36°C- 38°C
1.1 Vitale functies
==> de belangrijkste functies in ons lichaam, zorgen ervoor dat wij in leven blijven.
Ze worden anders gedefineerd naargelang de zorgsituatie waarin ze worden
beoordeeld
Is een B1 behandeling er is geen voorschrift nodig van de arts
Belang meten van vitale parameters:
● In het kader van levensreddend handelen (early warning score) Functies
waarvan
uitval of stoornissen direct leiden tot een Vroegtijdig opmerken van
achteruitgang
● Hogere score wijst op een hogere graad vitale bedreiging In de klinische
situatie
1.2 Vitale parameters
Meten van vitale parameters --> verzameling van gegevens --> duidelijk beeld van de
lichamelijke toestand (= vitale functies) van de zorgvrager
1.2.1 Soorten
● Lichaamstemperatuur
● pols
● bloeddruk
● ademhaling (en zuurstof saturatie)
● bewustzijn
(beleving pijn = ook vitale parameter)
1.2.2 Belang
- observeren en beoordelen VP = B1- handeling
- Is een fundamentele VPK taak
- Systeem vroegtijdig opmerken achteruitgang bij ZV → EWS = early
warning score
- helpt oordelen parameters en ondersteuning bij nemen van beslissingen en
communicatie met andere ZV omtrent toestand ZV
- Hoge score = hogere graad vitale bedreiging \
2. Lichaamstemperatuur
2.1 Kern en schil
● Interne kern
→ de buik, borst en schedelholte (organen , hersenen en ruggenmerg)
→ heeft relatief constante temp
→ temp rond vitale organen
● Externe schil
→ De huid
→ temp varieert afhankelijk omgeving
,Verschil tussen kern en schil = delta temp ( nrm 5-6 graden)
Hoge deltatemp → lage huid doorbloeding → bleke en koude huid
Lage deltatemp → hoge huid doorbloeding → rode en warme huid
Warmte verlies kan door:
● Straling of radiatie
● Verdamping
● Geleiding
2.2 Thermoregulatiesysteem
- Lichaam = homiotherm
● daling van de temperatuur
= wanneer de warmte verloren gaat daalt de lichaamstemperatuur onder de
referentiewaarde. Als rectie activeert hypothalamus mechanismen voor het
vasthouden of produceren van warmte
- Warmte productie (spiertonus wordt geactiveerd)
- Vb. Rillen, klappertanden,...
- Metabolisme verhogen
- Warmte verlies
- Hypothalamus stimuleert sympaticus (deel van het autonoom
zenuwstelsel) die een vasoconstrictie (=vaatvernauwing) van
de bleodvaten veroorzaakt
- Er ontstaat pilo-erectie (kippenvel) zij zorgen ervoor dat er
minder warmte wordt afgegeven aan de koude omgeving
- We passen ons gedrag bewust aan: extra kledij aantrekken, de
verwarming
● Situatie 2 stijgen van de temperatuur
= de hypothalamus activeert mechanisme die zorgen voor warmteafgifte en
afremmen van warmteproductie
- Warmteproductie
- Door activatie van de hersenschors ontstaat het bewust zijn
dat de omgeving te warm is
- Bewust gedrag aanpassen verminderen van fysieke
inspanningen
- Warmteverlies
- Onder invloed van de sympaticus worden zweetklieren
gestimuleerd tot afgifte van vocht (transpiratie=zweten)
- Door activatie hersenschors ontstaat het bewustzijn dat
omgeving te warm is en kunnen we verstandelijk reageren
door kleding uit te trekken, koud water drinken, zwemmen of
een koel bad nemen
- Bloevaten in de huid worden aangezet tpt vasodilatatie
(=vaatverwijding) hierdoor warmte kern van het lichaam in de
richting lichaamsoppervlak geleid
, 2.3 Meten van de lichaamstemperatuur
Positief Negatief
Rectaal Dieper, dichter bij de kern minder hygiënisch
onnodig intiem
duurt lang
Oraal makkelijk langdurig
resultaat kan beinvloed
worden door andere
factoren bv roken,
warme/koude dranken
Axillair (onder oksel) makkelijk minder nauwkeurig door bv
weinig belastend zweten
Tympaan of auraal (oor) snel moeilijk juiste positie
klinisch acceptabel niet nauwkeurig door
beïnvloedbare factoren bv
koptelefoon
Temperatuurmeting ter accuraat duur
hoogte van de slapen snel
hygiënisch en ideaal bij
kinderen of bewusteloze pat
2.4 Normaalwaarden
36.5-37.5
2.4.1 Volwassenen
Waarden liggen rectaal gemeten
Ernstige hypothermie <30°C
Matig hypothermie 30-33.9°C
Excitatiefase 34-36.4°C
Normaal lichaamstemperatuur 36.5-37.5°C
Verhoging = subfebriele temperatuur 37.6-37.9°C
Koorts = febris = pyrexie >38°C
Hoge koorts= hyperpyrexie >40°C
2.4.2 Kinderen
- bij kinderen is het warmteregulatiecentrum nog niet goed ontwikkeld en daarom
varieert hun lichaamstemperatuur tussen 36°C- 38°C