Examentaak Methodisch Werken
2
Toepassing van een methodiek naar keuze
1
, Blended Hulpverlenen
Kiana De Broyer
Toepassing op casus
Situatieschets
Een vrouw van een bewoner komt binnen met verschillende hulpvragen rondom
haar smartphone, overheidswebsites en hoe ze deze moest raadplegen. Ze geeft
aan dat ze sommige apps kan gebruiken op haar gsm, maar niet over een
computer beschikt.
Stap 1: toegang en vaardigheden in kaart brengen
Eerst heb ik met mevrouw gekeken over welke toegang ze beschikte, en welke
vaardigheden ze al onder de knie had.
Toegang:
Heeft ze een computer, tablet of smartphone ter beschikking?
o Ze heeft zelf een smartphone, waarop ze wel wat handelingen kan
uitvoeren.
o Ze beschikt niet over een laptop, maar ze heeft wel hulpbronnen.
Ze kan met haar dochter soms wat dingen op haar laptop bekijken,
maar ze woont ver en mijn cliënt ziet haar niet vaak. Ook kan ik
samen met haar mijn laptop gebruiken om haar te helpen met
administratie in orde te brengen.
Heeft ze veilig en stabiel internet ter beschikking?
o Ja, ze heeft een telecom abonnement met tv, internet en een
smartphone.
Heeft ze een ruimte waar ze veilig en ongestoord kan werken?
o Ja bij haar thuis of bij haar dochter. Ook kan ze bij mij veilig gebruik
maken van mijn computer.
Digitale vaardigheden van de cliënt:
Aanmelden op bank app, digitale betalingen, overschrijvingen, …
Ze kan zelf haar smartphone aan en uit zetten. Ook als haar sim-kaart
geblokkeerd is door de pin-code.
Ze kan zich aanmelden met Its’me op haar gsm.
Ze kan de uren van de bus opzoeken op de website van De Lijn.
Ze kan standaard informatie opzoeken op Google, maar komt niet altijd op
officiële websites terecht (bijvoorbeeld: Vlaamse Overheid voor
informatie).
Ze kan een mail sturen (zonder foto’s of bijlagen).
Ze maakt gebruik van Whatsapp en Facebook
2
2
Toepassing van een methodiek naar keuze
1
, Blended Hulpverlenen
Kiana De Broyer
Toepassing op casus
Situatieschets
Een vrouw van een bewoner komt binnen met verschillende hulpvragen rondom
haar smartphone, overheidswebsites en hoe ze deze moest raadplegen. Ze geeft
aan dat ze sommige apps kan gebruiken op haar gsm, maar niet over een
computer beschikt.
Stap 1: toegang en vaardigheden in kaart brengen
Eerst heb ik met mevrouw gekeken over welke toegang ze beschikte, en welke
vaardigheden ze al onder de knie had.
Toegang:
Heeft ze een computer, tablet of smartphone ter beschikking?
o Ze heeft zelf een smartphone, waarop ze wel wat handelingen kan
uitvoeren.
o Ze beschikt niet over een laptop, maar ze heeft wel hulpbronnen.
Ze kan met haar dochter soms wat dingen op haar laptop bekijken,
maar ze woont ver en mijn cliënt ziet haar niet vaak. Ook kan ik
samen met haar mijn laptop gebruiken om haar te helpen met
administratie in orde te brengen.
Heeft ze veilig en stabiel internet ter beschikking?
o Ja, ze heeft een telecom abonnement met tv, internet en een
smartphone.
Heeft ze een ruimte waar ze veilig en ongestoord kan werken?
o Ja bij haar thuis of bij haar dochter. Ook kan ze bij mij veilig gebruik
maken van mijn computer.
Digitale vaardigheden van de cliënt:
Aanmelden op bank app, digitale betalingen, overschrijvingen, …
Ze kan zelf haar smartphone aan en uit zetten. Ook als haar sim-kaart
geblokkeerd is door de pin-code.
Ze kan zich aanmelden met Its’me op haar gsm.
Ze kan de uren van de bus opzoeken op de website van De Lijn.
Ze kan standaard informatie opzoeken op Google, maar komt niet altijd op
officiële websites terecht (bijvoorbeeld: Vlaamse Overheid voor
informatie).
Ze kan een mail sturen (zonder foto’s of bijlagen).
Ze maakt gebruik van Whatsapp en Facebook
2