100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Ruimtelijke economie

Rating
-
Sold
-
Pages
118
Uploaded on
25-06-2025
Written in
2024/2025

Een duidelijke samenvatting van alle powerpoints die in de les worden gegeven. Het is een brede en duidelijke samenvatting die. Zelf heb ik een 8 gehaald.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 25, 2025
Number of pages
118
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Ruimtelijke economie

Inhoudsopgave
Les 1:............................................................................................................ 1

Les 2........................................................................................................... 21

Les 3........................................................................................................... 37

Les 4:.......................................................................................................... 68

Les 5:.......................................................................................................... 87

Les 7:......................................................................................................... 117




Les 1:
Wat is Ruimtelijke economie: Ruimtelijke economie is de discipline die zich
bezighoudt met de ruimtelijke spreiding en/of concentratie van economische
activiteiten in de ruimte

Makkelijker: "Ruimtelijke economie kijkt naar hoe economische activiteiten
verdeeld zijn over een gebied, en waarom ze op bepaalde plekken bij elkaar
zitten of juist verspreid zijn."


1

,Economische geografie
Ruimtelijke economie komt voort uit de economische geografie. In deze studie
staan drie belangrijke vragen centraal:

1. Locatievraagstuk: Waarom kiest een bedrijf ervoor om zich op plek A te
vestigen en niet op plek B?
2. Ontwikkelingsvraagstuk: Waarom gaat het economisch beter met het
ene land, de ene regio of stad dan met de andere?
3. Sturingsvraagstuk: In hoeverre kunnen overheden invloed uitoefenen op
waar bedrijven zich vestigen en hoe goed een gebied zich economisch
ontwikkelt?

Ruimtelijke economie is ontstaan uit de economische geografie. Deze tak van de
wetenschap onderzoekt hoe economische activiteiten verdeeld zijn over
verschillende gebieden.

Een belangrijke vraag is: In hoeverre kun je economische verschillen tussen
landen en regio’s verklaren door geografische factoren, zoals het klimaat, de
ligging of de aanwezigheid van grondstoffen? Economische verschillen tussen
gebieden zijn niet alleen te verklaren door geografische factoren zoals ligging of
klimaat. Er spelen ook andere factoren mee, zoals:

1. Ruimtelijk-fysieke factoren (de omgeving):
 Er is een universiteit in de buurt
 Er zijn veel hoogopgeleide mensen beschikbaar
 Er is weinig verkeersdrukte
 Bedrijven zitten dicht bij elkaar en werken samen
 Het klimaat is prettig
2. Institutionele en culturele factoren (regels, gewoonten en
cultuur):
 De overheid zorgt voor goede voorwaarden (bijv. belastingvoordelen
of infrastructuur)
 Er is een cultuur waarin ondernemerschap wordt gestimuleerd
(ondernemerscultuur)
 Er is genoeg risicokapitaal beschikbaar om nieuwe bedrijven te
starten

Ruimtelijk-economisch beleid in Nederland (1950–1960)
Wat betekent sectoraal gericht industriebeleid?

 Industriebeleid: beleid van de overheid om bedrijven in de industrie (zoals
fabrieken en productiebedrijven) te steunen.
 Sectoraal gericht: gericht op bepaalde sectoren of bedrijfstakken.

Dus sectoraal gericht industriebeleid betekent dat de overheid zich richt op
bepaalde delen van de industrie die het moeilijk hebben, en probeert die te
helpen met subsidies, regels of andere ondersteuning.

Voorbeeld: Als de textielfabrieken het slecht doen, kan de overheid juist díe
sector extra helpen.


2

,In deze periode was er twee soorten beleid tegelijk:

1. Industriebeleid (vanaf 1949 tot ongeveer 1960/1969)
 De overheid probeerde bedrijven in moeilijkere sectoren te helpen.
Het ging vooral om het stimuleren van de industrie, dus fabrieken en
productiebedrijven.
2. Regionaal economisch beleid (vanaf 1956)
 Dit werd onderdeel van het industriebeleid. Het doel was om armere
regio’s te helpen en economische achterstanden tussen gebieden kleiner
te maken.
Dit noemen we ook wel equity-beleid: beleid dat gericht is op gelijkheid
tussen regio’s.

De overheid richtte zich op 9 gebieden waar veel mensen werkloos waren
("arbeidsoverschot").
Daar werden de volgende maatregelen genomen:

 Nieuwe bedrijventerreinen aanleggen
 Wegen, spoor en andere infrastructuur verbeteren
 Subsidies geven aan bedrijven die daarheen
verhuisden/investeringssubsidies
 Verhuiskosten vergoeden voor mensen die voor werk naar die regio’s
gingen/Verhuissubsidies

Equity vs. Efficiency (Gelijkheid vs. Doelmatigheid)
Equitybeleid (gericht op gelijkheid):

 Equity betekent: gelijke verdeling.
 Het doel is dat alle regio’s evenveel kansen krijgen, ook de achtergestelde
gebieden.
 Dit beleid is gebaseerd op sociale rechtvaardigheid: zorgen dat iedereen
mee kan doen, ook als een gebied economisch zwakker is.

Voorbeeld: De overheid investeert extra in arme regio’s, zodat ze kunnen groeien
en werkgelegenheid krijgen.

Efficiencybeleid (gericht op doelmatigheid):

 Efficiency betekent: zo veel mogelijk resultaat halen met zo min mogelijk
middelen.
 Het doel is dat elke regio bijdraagt aan de economie, vooral door de
concurrentiepositie van Nederland te versterken (ook internationaal).
 Dit beleid is minder gericht op gelijkheid, en meer op economisch voordeel
voor het hele land.
 Dit past bij het meer recente, neoliberale beleid van de overheid.

Voorbeeld: De overheid steekt vooral geld in sterke regio’s (zoals de Randstad)
waar bedrijven het meest opleveren.

Politieke heroriëntatie door de decennia heen. Verandering door de tijd. Dit
betekent dat de politiek in de loop der jaren is verschoven van equity (gelijkheid)
naar meer efficiency (doelmatigheid).

3

, Ruimtelijk-economisch beleid 1960–1970
In deze periode veranderde het beleid een beetje. Wat veranderde er? Voor het
eerst keek de overheid niet alleen naar achtergestelde gebieden (equitybeleid),
maar ook naar regio’s met groeipotentie – gebieden waar nog veel economische
groei mogelijk was. Dit noemen we een kleine trendbreuk: een verandering in de
manier van denken.

Twee soorten beleid, deels van het ene en deels van het andere:

 Defensief beleid: Gericht op het voorkomen van achteruitgang in zwakke
regio’s (zoals Limburg, waar de kolenmijnen werden gesloten).
 Stimulerend beleid: Gericht op het aanmoedigen van groei in regio’s
met potentie, bijvoorbeeld door bedrijven te helpen die kunnen groeien of
exporteren.

Het ‘Export-basismodel’
Dit model zegt dat de economie van een regio vooral groeit dankzij stuwende
bedrijven. Wat zijn stuwende bedrijven?

 Bedrijven die producten of diensten verkopen buiten de regio (of zelfs naar
het buitenland).
 Ze zijn niet afhankelijk van de lokale markt.
 Ze brengen geld de regio in.

Voorbeeld: Een mosselbedrijf dat naar Duitsland exporteert.

Wat zijn verzorgende bedrijven?

 Bedrijven die er zijn om de stuwende bedrijven en de lokale bewoners te
ondersteunen.
 Ze richten zich op de lokale markt.

Voorbeeld: Een bakker die brood verkoopt aan mensen uit de buurt (en ook aan
de medewerkers van het mosselbedrijf).

Belangrijke conclusie. De verzorgende sector is deels afhankelijk van de
stuwende sector. Dus als het goed gaat met de exportbedrijven, gaat het vaak
ook beter met de andere bedrijven in de regio.

Voorbeeld van Equitybeleid + exportmodel: Philips in Drachten

 Philips vestigde zich in Drachten, een regio die economisch minder sterk
was.
 Dit was onderdeel van het equitybeleid: de overheid wilde arme regio’s
helpen.
 Tegelijk werd ingezet op bedrijven met groeipotentie, zoals Philips.
 Rond Philips ontstond een kenniscluster: meerdere bedrijven en
instellingen werkten samen rond technologie en innovatie.

Dit is een voorbeeld van het export-basismodel: Philips verkocht producten
buiten de regio (stuwend bedrijf), wat werk en groei bracht.

Voorbeeld van het export-basismodel nu: Topicampus Deventer

4
R117,65
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
carmentijdhof1

Get to know the seller

Seller avatar
carmentijdhof1 Saxion Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0,0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions