Inhoudsopgave
Kennisclips...................................................................................................2
Hoorcolleges..............................................................................................19
HC 1: Inleiding en systematiek van het privaatrecht.............................20
HC 2: Vermogen.....................................................................................23
HC 3: Eigendom en eigendomsrecht II...................................................26
HC 4: oorspronkelijke wijzen van eigendomsverkrijging........................31
HC 5: Beperkte rechten..........................................................................34
HC 6: Eigendom als zekerheid en beperkte genotsrechten....................40
HC 7: Verbintenis en haar bronnen........................................................45
HC 8: Overeenkomsten, contractsvrijheid, problemen bij de
totstandkoming......................................................................................49
HC 9: Inhoud en niet-nakoming van overeenkomsten............................52
HC 10: Borgtocht....................................................................................54
HC 11: Onrechtmatige daden.................................................................58
Werkgroepen.............................................................................................61
WG 1: Eigendom, zakelijke rechten, originaire wijzen van
eigendomsverkrijging.............................................................................62
WG 2: eigendomsoverdracht, traditio, mancipatio, in iure cessio,
damnatielegaat, vindicatielegaat, bezit en houderschap.......................63
WG 3: Eigendomsoverdracht, titel, traditio, mancipaito, titulus pro
soluto, Einigung......................................................................................65
WG 4: usucapio a (non) domino, acto Publiciana, procesrecht, zakelijke
rechtsvorderingen, bezitsinterdicten......................................................66
WG 5: Beperkte rechten: zekerheidsrechten: fiduciaire
eigendomsoverdracht, pand en hypotheek............................................68
WG 6: Beperkte rechten: genotsrechten, erfdienstbaarheden,
vruchtgebruik, gebruik, bewoning, erfpacht en opstal...........................69
WG 7: Verbintenis (natuurlijk/facultatief/alternatief/uit rechtmatige
daden), bevrijdende verjaring................................................................70
WG 8: Bronnen van verbintenis, benoemde en onbenoemde
overeenkomsten, nevenbedingen..........................................................71
WG 9: Wilsgebreken en andere problemen ten aanzien van de titel,
koop, verborgen gebreken.....................................................................72
, WG 10: Voorwaarden, niet-nakoming, overmacht, wanprestatie...........73
WG 11: Verbintenissen uit overeenkomst: de stipulatieborgtocht, de
mandaatborgtocht en het cessiemandaat..............................................74
Kennisclips
Blaauboer/Berlips
Twee soorten rechten:
1. Absolute rechten
- Tegen eenieder
- Altijd rechten op goederen
- Altijd in te roepen
- Eigendomsrecht en beperkte rechten
- Gesloten stelsel van absolute rechten
2. Relatieve rechten
- Enkel tegen wederpartij
- Op grond van contract of onrechtmatige daad
Gebroeders Berlips eigenaar van twee percelen. Een werd overgedragen
aan blauboer. Er werd afgesproken dat Berlips een weg zouden aanleggen
over hun perceel naar dat van Blaauboer. Dat is nooit gebeurd. Het
perceel van Berlips vervolgens overgedragen aan Maks, toen ging
Blaauboer Berlips aanspreken op het niet aanleggen van het weggetje.
Volgens Berlips ging het om een absoluut recht, met overdracht van het
perceel was de verplichting van bestrating dus overgegaan.
HR ging hier niet in mee. Een absoluut recht kan slechts ontstaan als er
een wettelijke grondslag is. Wordt er niet voldaan aan de voorwaarden uit
de wet? Dan ook geen absoluut recht, maar een relatief recht tussen
partijen.
Recht van bestrating was geen goederenrechtelijk recht, dus was het een
relatief recht tussen Blaauboer en Berlips.
,Natrekking en vermenging
Wat zijn de zakenrechtelijke gevolgen van afscheiding van een
nagetrokken zaak?
Gouden ring die hij bewaart voor zijn toekomstige echtgenote. hij heeft er
een diamant in gedaan (die precies evenveel waard is) en het is een
samengestelde zaak geworden. Later komt Aulus erachter dat de diamant
van zijn broer is. Aulus verwijdert de diamant, maar geeft die niet terug.
NL: Diamant wordt nagetrokken, want niet meer waard. Diamant wordt
dus bestanddeel. Aulus is art. 3:4 jo. 5:3 jo. 5:14 van de ring MET diamant.
Romeins recht: Aulus eigenaar van hele ring met diamant. Werd de
diamant weer verwijderd, herleefde het eigendomsrecht van zijn broer.
Maakt niet uit wie die afscheiding had bewerkstelligd.
Eigendomsrecht was niet teniet gegaan, maar was slapend. Het duurde
dus voort, maar zolang de diamant met de ring verbonden was, was deze
in rustende toestand. Bijbehorende actie (revindicatie) was ook slapend.
Actio ad exhibendum: afscheiding vorderen in bepaalde omstandigheden.
Het verschil tussen NL en Romeins is bijvoorbeeld van belang bij
faillissement.
, Bezit en houderschap (posessio et detentio)
Bezit is houden van een zaak voor jezelf, houderschap is houden van een
zaak voor een ander. Dit is hetzelfde in NL of Romeins recht.
Gaat om de wil en een feitelijke vraag. Verkeersopvattingen o.g.v.
uiterlijke feiten.
Bezitsverkrijging (corpore et animo)
A) Animus: bezitswil
B) Corpus: feitelijke heerschappij (macht)
Een houder kan niet zomaar bezitter worden door het ontstaan van
bezitswil, die bezitswil moet naar buiten toe kenbaar zijn. Hij kan dat niet
zelf in zijn eigen hoofd bepalen.
- Roerende zaken
o Met medewerking vorige machthebber (bezitsverschaffing
Feitelijke overgave, gewoon het goed geven.
Traditio symbolica, fietssleutel geven.
Tweezijdige verklaring, levering c.p. of brevi manu.
Er moet wel iets verklaard zijn, je mag er niet
zomaar vanuit gaan dat er geleverd is.
o Zonder medewerking vorige machthebber (inbezitneming)
Ondubbelzinnige en duidelijke feitelijke heerschappij
gedurende een zekere tijdsduur.
Bezitsbehoud (solo animo)
Enkel bezitswil is genoeg om te behouden. Alle zaken die u nu niet bij zich
heeft, bezit u nog wel (ook al is er geen feitelijke heerschappij).
Bezitsverlies
Veel verschillende dingen die je kan bedenken natuurlijk, iemand anders
verkrijgt de zaak, verlies elke mogelijkheid tot feitelijk contact (alleen in
Rome, schip zinkt naar de bodem), prijsgeving, zaak gaat teniet, bezitter
houdt juridisch op te bestaan (slaaf).
Kennisclips...................................................................................................2
Hoorcolleges..............................................................................................19
HC 1: Inleiding en systematiek van het privaatrecht.............................20
HC 2: Vermogen.....................................................................................23
HC 3: Eigendom en eigendomsrecht II...................................................26
HC 4: oorspronkelijke wijzen van eigendomsverkrijging........................31
HC 5: Beperkte rechten..........................................................................34
HC 6: Eigendom als zekerheid en beperkte genotsrechten....................40
HC 7: Verbintenis en haar bronnen........................................................45
HC 8: Overeenkomsten, contractsvrijheid, problemen bij de
totstandkoming......................................................................................49
HC 9: Inhoud en niet-nakoming van overeenkomsten............................52
HC 10: Borgtocht....................................................................................54
HC 11: Onrechtmatige daden.................................................................58
Werkgroepen.............................................................................................61
WG 1: Eigendom, zakelijke rechten, originaire wijzen van
eigendomsverkrijging.............................................................................62
WG 2: eigendomsoverdracht, traditio, mancipatio, in iure cessio,
damnatielegaat, vindicatielegaat, bezit en houderschap.......................63
WG 3: Eigendomsoverdracht, titel, traditio, mancipaito, titulus pro
soluto, Einigung......................................................................................65
WG 4: usucapio a (non) domino, acto Publiciana, procesrecht, zakelijke
rechtsvorderingen, bezitsinterdicten......................................................66
WG 5: Beperkte rechten: zekerheidsrechten: fiduciaire
eigendomsoverdracht, pand en hypotheek............................................68
WG 6: Beperkte rechten: genotsrechten, erfdienstbaarheden,
vruchtgebruik, gebruik, bewoning, erfpacht en opstal...........................69
WG 7: Verbintenis (natuurlijk/facultatief/alternatief/uit rechtmatige
daden), bevrijdende verjaring................................................................70
WG 8: Bronnen van verbintenis, benoemde en onbenoemde
overeenkomsten, nevenbedingen..........................................................71
WG 9: Wilsgebreken en andere problemen ten aanzien van de titel,
koop, verborgen gebreken.....................................................................72
, WG 10: Voorwaarden, niet-nakoming, overmacht, wanprestatie...........73
WG 11: Verbintenissen uit overeenkomst: de stipulatieborgtocht, de
mandaatborgtocht en het cessiemandaat..............................................74
Kennisclips
Blaauboer/Berlips
Twee soorten rechten:
1. Absolute rechten
- Tegen eenieder
- Altijd rechten op goederen
- Altijd in te roepen
- Eigendomsrecht en beperkte rechten
- Gesloten stelsel van absolute rechten
2. Relatieve rechten
- Enkel tegen wederpartij
- Op grond van contract of onrechtmatige daad
Gebroeders Berlips eigenaar van twee percelen. Een werd overgedragen
aan blauboer. Er werd afgesproken dat Berlips een weg zouden aanleggen
over hun perceel naar dat van Blaauboer. Dat is nooit gebeurd. Het
perceel van Berlips vervolgens overgedragen aan Maks, toen ging
Blaauboer Berlips aanspreken op het niet aanleggen van het weggetje.
Volgens Berlips ging het om een absoluut recht, met overdracht van het
perceel was de verplichting van bestrating dus overgegaan.
HR ging hier niet in mee. Een absoluut recht kan slechts ontstaan als er
een wettelijke grondslag is. Wordt er niet voldaan aan de voorwaarden uit
de wet? Dan ook geen absoluut recht, maar een relatief recht tussen
partijen.
Recht van bestrating was geen goederenrechtelijk recht, dus was het een
relatief recht tussen Blaauboer en Berlips.
,Natrekking en vermenging
Wat zijn de zakenrechtelijke gevolgen van afscheiding van een
nagetrokken zaak?
Gouden ring die hij bewaart voor zijn toekomstige echtgenote. hij heeft er
een diamant in gedaan (die precies evenveel waard is) en het is een
samengestelde zaak geworden. Later komt Aulus erachter dat de diamant
van zijn broer is. Aulus verwijdert de diamant, maar geeft die niet terug.
NL: Diamant wordt nagetrokken, want niet meer waard. Diamant wordt
dus bestanddeel. Aulus is art. 3:4 jo. 5:3 jo. 5:14 van de ring MET diamant.
Romeins recht: Aulus eigenaar van hele ring met diamant. Werd de
diamant weer verwijderd, herleefde het eigendomsrecht van zijn broer.
Maakt niet uit wie die afscheiding had bewerkstelligd.
Eigendomsrecht was niet teniet gegaan, maar was slapend. Het duurde
dus voort, maar zolang de diamant met de ring verbonden was, was deze
in rustende toestand. Bijbehorende actie (revindicatie) was ook slapend.
Actio ad exhibendum: afscheiding vorderen in bepaalde omstandigheden.
Het verschil tussen NL en Romeins is bijvoorbeeld van belang bij
faillissement.
, Bezit en houderschap (posessio et detentio)
Bezit is houden van een zaak voor jezelf, houderschap is houden van een
zaak voor een ander. Dit is hetzelfde in NL of Romeins recht.
Gaat om de wil en een feitelijke vraag. Verkeersopvattingen o.g.v.
uiterlijke feiten.
Bezitsverkrijging (corpore et animo)
A) Animus: bezitswil
B) Corpus: feitelijke heerschappij (macht)
Een houder kan niet zomaar bezitter worden door het ontstaan van
bezitswil, die bezitswil moet naar buiten toe kenbaar zijn. Hij kan dat niet
zelf in zijn eigen hoofd bepalen.
- Roerende zaken
o Met medewerking vorige machthebber (bezitsverschaffing
Feitelijke overgave, gewoon het goed geven.
Traditio symbolica, fietssleutel geven.
Tweezijdige verklaring, levering c.p. of brevi manu.
Er moet wel iets verklaard zijn, je mag er niet
zomaar vanuit gaan dat er geleverd is.
o Zonder medewerking vorige machthebber (inbezitneming)
Ondubbelzinnige en duidelijke feitelijke heerschappij
gedurende een zekere tijdsduur.
Bezitsbehoud (solo animo)
Enkel bezitswil is genoeg om te behouden. Alle zaken die u nu niet bij zich
heeft, bezit u nog wel (ook al is er geen feitelijke heerschappij).
Bezitsverlies
Veel verschillende dingen die je kan bedenken natuurlijk, iemand anders
verkrijgt de zaak, verlies elke mogelijkheid tot feitelijk contact (alleen in
Rome, schip zinkt naar de bodem), prijsgeving, zaak gaat teniet, bezitter
houdt juridisch op te bestaan (slaaf).