Goederenrecht
Overzicht
H2 Een eerste overzicht
H3 Goederen en hun rechthebbenden
H4 Bezit en houderschap
H7 Verkrijging in het algemeen
H8 Vervreemding
H9 Levering
H10 Overdrachtsgebreken en bescherming daartegen
H11 Bijzonderheden bij overdracht
H12 Overdracht van vorderingsrechten (cessie)
H13 Verkrijging door verjaring
H14 Bezwaring: beperkte rechten in het algemeen
H15 Beperkte genotsrechten
H18 Tussenpersonen in het goederenrecht
H20 Kredietovereenkomsten
H21 Zekerheid voor krediet
H22 Hypotheekrecht
H23 Pandrecht
H24 Eigendomsvoorbehoud, recht van reclame en eigendom als zekerheid
H26 Verhaal en vereffening
H27 Rangorde
H30 Faillissement en verhaal
H31 De positie van de fiscus bij verhaal
,Hoofdstuk 2 Een eerste overzicht
Vermogensrecht in het algemeen
Het vermogensrecht is verdeeld in goederenrecht (rechten op goederen) en
verbintenissenrecht (rechten ten opzichte van personen).
Het vermogen van een persoon omvat zowel goederen als schulden, en het
verhaalsvermogen kan worden uitgewonnen voor schulden.
Absolute rechten zijn rechten op een goed die tegenover iedereen gelden, terwijl relatieve
rechten (zoals verbintenissen) alleen tussen bepaalde personen gelden.
Eigendom (art. 5:1 BW) is het meest omvattende recht dat iemand op een zaak kan
hebben, inclusief gebruik, vernietiging, en revindicatie (terugeisen van het goed).
Numerus clausus: Goederenrecht is grotendeels dwingend recht, waarin alleen wettelijk
bepaalde rechten mogelijk zijn, zoals vruchtgebruik en zekerheidsrechten (pand en
hypotheek).
Dispositievrijheid: Een persoon is vrij om over zijn goed te beschikken, mits hij
rechthebbende is en handelingsbekwaam. Bij faillissement kan deze bevoegdheid beperkt
worden.
Droit de suite (zaaksgevolg): Rechten op een goed blijven erop rusten, ook wanneer het
goed van eigenaar wisselt, behalve in bepaalde gevallen zoals bescherming van derden te
goeder trouw.
Publiciteit, specialiteit, eenheid: Goederenrechtelijke aanspraken moeten voor derden
kenbaar zijn, de goederen moeten individueel identificeerbaar zijn, en één aanspraak geldt
voor het gehele goed (natrekking).
Nemo plus-beginsel: Niemand kan meer recht overdragen dan hij zelf heeft. Het oudere
recht (prior tempore) gaat voor het jongere recht.
, Hoofdstuk 3 Goederen en hun rechthebbenden
Indeling van goederen
Goederen zijn onderverdeeld in zaken (stoffelijke objecten) en vermogensrechten
(niet-stoffelijke rechten).
Zaken worden onderscheiden in roerende (verplaatsbare) en onroerende
(niet-verplaatsbare) zaken.
Vermogensrechten omvatten absolute rechten (tegenover iedereen inroepbaar) en relatieve
rechten (vorderingsrechten tegenover specifieke personen).
Zaken en bestanddelen
Zaken zijn voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (art. 3:2 BW).
Bestanddelen zijn onderdelen van een zaak die volgens verkeersopvatting of fysieke
verbondenheid onlosmakelijk verbonden zijn met de hoofdzaak (art. 3:4 BW).
Roerende en onroerende zaken
Onroerende zaken zijn onder andere grond en daarop vastgehechte gebouwen (art. 3:3
BW).
Roerende zaken zijn alle zaken die niet als onroerend zijn aangemerkt.
Registergoederen
Registergoederen vereisen inschrijving in openbare registers voor overdracht, zoals
onroerende zaken en bepaalde schepen en vliegtuigen (art. 3:10 BW).
Vruchten
Vruchten zijn de opbrengsten van een zaak. Natuurlijke vruchten komen voort uit de zaak
zelf (bijvoorbeeld gewassen), terwijl burgerlijke vruchten voortvloeien uit rechten, zoals huur
(art. 3:9 BW).
Vermogensrechten
Vermogensrechten zijn rechten die overdraagbaar zijn of stoffelijk voordeel verschaffen,
zoals intellectuele eigendomsrechten of vorderingen (art. 3:6 BW).
Revindicatie en actio negatoria
Revindicatie (art. 5:2 BW) stelt een eigenaar in staat om zijn zaak van een ieder die het
onrechtmatig houdt, terug te eisen. De actio negatoria is een vordering om inbreuken op een
recht te beëindigen.
Derelictie
Derelictie betreft het vrijwillig prijsgeven van bezit van een zaak (art. 5:18 BW), waardoor het
een res nullius (niemandsgoed) wordt en door een ander kan worden opgeëist.
Overzicht
H2 Een eerste overzicht
H3 Goederen en hun rechthebbenden
H4 Bezit en houderschap
H7 Verkrijging in het algemeen
H8 Vervreemding
H9 Levering
H10 Overdrachtsgebreken en bescherming daartegen
H11 Bijzonderheden bij overdracht
H12 Overdracht van vorderingsrechten (cessie)
H13 Verkrijging door verjaring
H14 Bezwaring: beperkte rechten in het algemeen
H15 Beperkte genotsrechten
H18 Tussenpersonen in het goederenrecht
H20 Kredietovereenkomsten
H21 Zekerheid voor krediet
H22 Hypotheekrecht
H23 Pandrecht
H24 Eigendomsvoorbehoud, recht van reclame en eigendom als zekerheid
H26 Verhaal en vereffening
H27 Rangorde
H30 Faillissement en verhaal
H31 De positie van de fiscus bij verhaal
,Hoofdstuk 2 Een eerste overzicht
Vermogensrecht in het algemeen
Het vermogensrecht is verdeeld in goederenrecht (rechten op goederen) en
verbintenissenrecht (rechten ten opzichte van personen).
Het vermogen van een persoon omvat zowel goederen als schulden, en het
verhaalsvermogen kan worden uitgewonnen voor schulden.
Absolute rechten zijn rechten op een goed die tegenover iedereen gelden, terwijl relatieve
rechten (zoals verbintenissen) alleen tussen bepaalde personen gelden.
Eigendom (art. 5:1 BW) is het meest omvattende recht dat iemand op een zaak kan
hebben, inclusief gebruik, vernietiging, en revindicatie (terugeisen van het goed).
Numerus clausus: Goederenrecht is grotendeels dwingend recht, waarin alleen wettelijk
bepaalde rechten mogelijk zijn, zoals vruchtgebruik en zekerheidsrechten (pand en
hypotheek).
Dispositievrijheid: Een persoon is vrij om over zijn goed te beschikken, mits hij
rechthebbende is en handelingsbekwaam. Bij faillissement kan deze bevoegdheid beperkt
worden.
Droit de suite (zaaksgevolg): Rechten op een goed blijven erop rusten, ook wanneer het
goed van eigenaar wisselt, behalve in bepaalde gevallen zoals bescherming van derden te
goeder trouw.
Publiciteit, specialiteit, eenheid: Goederenrechtelijke aanspraken moeten voor derden
kenbaar zijn, de goederen moeten individueel identificeerbaar zijn, en één aanspraak geldt
voor het gehele goed (natrekking).
Nemo plus-beginsel: Niemand kan meer recht overdragen dan hij zelf heeft. Het oudere
recht (prior tempore) gaat voor het jongere recht.
, Hoofdstuk 3 Goederen en hun rechthebbenden
Indeling van goederen
Goederen zijn onderverdeeld in zaken (stoffelijke objecten) en vermogensrechten
(niet-stoffelijke rechten).
Zaken worden onderscheiden in roerende (verplaatsbare) en onroerende
(niet-verplaatsbare) zaken.
Vermogensrechten omvatten absolute rechten (tegenover iedereen inroepbaar) en relatieve
rechten (vorderingsrechten tegenover specifieke personen).
Zaken en bestanddelen
Zaken zijn voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (art. 3:2 BW).
Bestanddelen zijn onderdelen van een zaak die volgens verkeersopvatting of fysieke
verbondenheid onlosmakelijk verbonden zijn met de hoofdzaak (art. 3:4 BW).
Roerende en onroerende zaken
Onroerende zaken zijn onder andere grond en daarop vastgehechte gebouwen (art. 3:3
BW).
Roerende zaken zijn alle zaken die niet als onroerend zijn aangemerkt.
Registergoederen
Registergoederen vereisen inschrijving in openbare registers voor overdracht, zoals
onroerende zaken en bepaalde schepen en vliegtuigen (art. 3:10 BW).
Vruchten
Vruchten zijn de opbrengsten van een zaak. Natuurlijke vruchten komen voort uit de zaak
zelf (bijvoorbeeld gewassen), terwijl burgerlijke vruchten voortvloeien uit rechten, zoals huur
(art. 3:9 BW).
Vermogensrechten
Vermogensrechten zijn rechten die overdraagbaar zijn of stoffelijk voordeel verschaffen,
zoals intellectuele eigendomsrechten of vorderingen (art. 3:6 BW).
Revindicatie en actio negatoria
Revindicatie (art. 5:2 BW) stelt een eigenaar in staat om zijn zaak van een ieder die het
onrechtmatig houdt, terug te eisen. De actio negatoria is een vordering om inbreuken op een
recht te beëindigen.
Derelictie
Derelictie betreft het vrijwillig prijsgeven van bezit van een zaak (art. 5:18 BW), waardoor het
een res nullius (niemandsgoed) wordt en door een ander kan worden opgeëist.