PEDIATRIE ELS COOREMAN
AFWIJKENDE SCHEDELVORM
= Schedelafwijkingen zijn afwijkingen in de grootte, vorm en groei van de schedel.
BELANGRIJKSTE COMPLICATIES VOOR EEN AFWIJKING
• Verhoogde intracraniële druk (ICP)
• Compressie van de oogzenuw
• Malocclusie van het gebit
• Obstructief slaapapneusyndroom (OSAS)
VERHOOGDE INTRACRANIËLE DRUK
= ICP (IntraCranial Pressure)
Als de druk stijgt in de schedel zijn er een aantal risico’s an verbanden. De
hersenen kunnen opzij geduwd worden VB door bloed of hersentumor.
➢ Afhankelijk van waar de druk is gaan er zich ook op andere plaatsen
problemen gaan voordoen
VB: door druk aan de voorkant van de schedel kan het invloed geven op
de ogen.
ALARMSIGNALEN
FRONTALE BOSSING
= door veel toename van volume is de schedel waardoor het voorhoofd van
het kind meer uitgesproken wordt.
➢ Dit komt ook doordat de 2 schedelnaden nog niet aan elkaar
gegroeid zijn, door intracraniële druk kan de schedel nog goed
uitzetten
= wijdende schedelnaden
1|P a g in a
, SUNSET FENOMEEN
= Door de druk in de schedel ga je het wit van de ogen beter gaan zien
ANISOCORIE
= Ongelijke pupillen. Normaal moeten de pupillen gelijk vergroten en verkleinen als er al dan niet licht in komt.
Als dit niet gelijk verloopt heb je grote neurologische problemen (druk)
➢ Wordt getest met licht en een glasgow coma schaal
NON-SYNOSTOTISCHE PLAGIOCEFALIE
= is een afplatting van het hoofd als gevolg van de ligging in utero
(meerlingen zwangerschap) of onder invloed van een voorkeurshouding bij
rugligging.
➢ De structuur van de schelbeenderen zijn nog zacht en soepel
waardoor de vorm van de schedel kan beïnvloed worden.
➢ De schedelnaden zijn normaal aangelegd en niet vroegtijdig
gesloten.
Een jonge zuigeling slaapt het grootste deel van de dag. Door relatieve hypotonie van de nekspieren kan het zeer
jonge kind het hoofd nog niet vlot draaien in alle richtingen en kan het achterhoofd afplatten.
Daarnaast kan onder invloed van geluids- en/of visuele prikkels die steeds uit dezelfde richting komen het hoofd
langdurig naar eenzelfde kant gedraaid liggen en aldus asymmetrisch afplatten
BEHANDELING
= bestaat uit eenvoudige maatregelen en fysiotherapie
VB: verplaatsen van bed, buikligging,..
➢ Door voortdurende remodellering van de schedel tijdens de groei vermindert de asymmetrie binnen 1-
2 jaar aanzienlijk en is deze vaak uiteindelijk alleen met een geoefend oog te zien.
2|P a g in a
,CRANIOCYNOSTOSE
= is het vroegtijdige sluiting van de schedelnaden.
➢ Vroegtijdige sluiting van de schedelnaden op
zuigelingenleeftijd leidt tot afwijkingen van de
schedelvorm afhankelijk van de schedelnaden die te
vroeg gesloten zijn
➢ De schedel kan alleen groeien in het verlengde van een te
vroeg gesloten naad.
BEHANDELING
= afhankelijk van aard en lokalisatie, uitgebreide chirurgische remodellering en reconstructie van het schedeldak
en de aangezichtsschedel plaats.
➢ Vastgegroeide naden worden losgemaakt en sommige stukjes schedel worden verplaatst om deze weer
rond te maken
MICROCEFALIE
= een schedelomtrek kleiner dan twee standaarddeviaties onder het gemiddelde (op de groeicurve).
De rode lijn geeft aan dat de schedelomtrek kleiner is dan dat het
normaal moet zijn
Bij microcefalie kunnen de kinderen normaal functioneren en hebben ze geen onderliggende aandoeningen.
➢ Wel is er sprake van een kleiner hersenvolume
➢ Niet levensvatbaar door te kleine schedel
3|P a g in a
, OORZAKEN MICROCEFALIE
= Bij microcefalie is er vaak al congenitaal aanwezig waardoor vooral ook naar kenmerken van syndromale
aandoeningen moet worden gezocht. ( kan alleenstaand zijn of samengaan met een syndroom VB: cerebrale
parese)
• Vooral van genetische factoren
VB: Rettsyndroom
• Intra-uterien incident
• Perinatale of postnatale factoren
VB: cerebrovasculair, toxisch, infecties,..
• Zuurstof te kort
VB: cerebrale parese
In eerste instantie vaak symptoomloos → wordt door observatie en meting vastgesteld
CEREBRALE PARESE OF CP
= Een cerebrale parese is een aandoening waarbij kinderen moeite hebben met bewegen als gevolg van een
hersenbeschadiging die ontstaan is voor het eerste levensjaar.
➢ Het heeft een niet-progressieve karakter van het cerebrale effect
➢ Het ontstaat op een vroeg tijdstip
OORZAKEN
= Deze beschadiging kan al tijdens de zwangerschap ontstaan, maar ook het gevolg zijn van problemen rondom
de geboorte of problemen in het eerste levensjaar.
DE MEEST VOORKOMENDE
• Zuurstof te kort
• Bloeding
• Medicatiegebruik tijdens de zwangerschap
• …
SYMPTOMEN
= de symptomen uiten zich heel verschillend en zijn pas te zien gaandeweg in de ontwikkeling van het kind. Ze
komen niet allemaal aan bod maar de meest voorkomende is spasme.
Bij mensen met CP functioneert een deel van de hersenen niet of anders. Het kan invloed hebben op de manier
waarop mensen bewegen, communiceren, kijken, eten en leren.
4|P a g in a
AFWIJKENDE SCHEDELVORM
= Schedelafwijkingen zijn afwijkingen in de grootte, vorm en groei van de schedel.
BELANGRIJKSTE COMPLICATIES VOOR EEN AFWIJKING
• Verhoogde intracraniële druk (ICP)
• Compressie van de oogzenuw
• Malocclusie van het gebit
• Obstructief slaapapneusyndroom (OSAS)
VERHOOGDE INTRACRANIËLE DRUK
= ICP (IntraCranial Pressure)
Als de druk stijgt in de schedel zijn er een aantal risico’s an verbanden. De
hersenen kunnen opzij geduwd worden VB door bloed of hersentumor.
➢ Afhankelijk van waar de druk is gaan er zich ook op andere plaatsen
problemen gaan voordoen
VB: door druk aan de voorkant van de schedel kan het invloed geven op
de ogen.
ALARMSIGNALEN
FRONTALE BOSSING
= door veel toename van volume is de schedel waardoor het voorhoofd van
het kind meer uitgesproken wordt.
➢ Dit komt ook doordat de 2 schedelnaden nog niet aan elkaar
gegroeid zijn, door intracraniële druk kan de schedel nog goed
uitzetten
= wijdende schedelnaden
1|P a g in a
, SUNSET FENOMEEN
= Door de druk in de schedel ga je het wit van de ogen beter gaan zien
ANISOCORIE
= Ongelijke pupillen. Normaal moeten de pupillen gelijk vergroten en verkleinen als er al dan niet licht in komt.
Als dit niet gelijk verloopt heb je grote neurologische problemen (druk)
➢ Wordt getest met licht en een glasgow coma schaal
NON-SYNOSTOTISCHE PLAGIOCEFALIE
= is een afplatting van het hoofd als gevolg van de ligging in utero
(meerlingen zwangerschap) of onder invloed van een voorkeurshouding bij
rugligging.
➢ De structuur van de schelbeenderen zijn nog zacht en soepel
waardoor de vorm van de schedel kan beïnvloed worden.
➢ De schedelnaden zijn normaal aangelegd en niet vroegtijdig
gesloten.
Een jonge zuigeling slaapt het grootste deel van de dag. Door relatieve hypotonie van de nekspieren kan het zeer
jonge kind het hoofd nog niet vlot draaien in alle richtingen en kan het achterhoofd afplatten.
Daarnaast kan onder invloed van geluids- en/of visuele prikkels die steeds uit dezelfde richting komen het hoofd
langdurig naar eenzelfde kant gedraaid liggen en aldus asymmetrisch afplatten
BEHANDELING
= bestaat uit eenvoudige maatregelen en fysiotherapie
VB: verplaatsen van bed, buikligging,..
➢ Door voortdurende remodellering van de schedel tijdens de groei vermindert de asymmetrie binnen 1-
2 jaar aanzienlijk en is deze vaak uiteindelijk alleen met een geoefend oog te zien.
2|P a g in a
,CRANIOCYNOSTOSE
= is het vroegtijdige sluiting van de schedelnaden.
➢ Vroegtijdige sluiting van de schedelnaden op
zuigelingenleeftijd leidt tot afwijkingen van de
schedelvorm afhankelijk van de schedelnaden die te
vroeg gesloten zijn
➢ De schedel kan alleen groeien in het verlengde van een te
vroeg gesloten naad.
BEHANDELING
= afhankelijk van aard en lokalisatie, uitgebreide chirurgische remodellering en reconstructie van het schedeldak
en de aangezichtsschedel plaats.
➢ Vastgegroeide naden worden losgemaakt en sommige stukjes schedel worden verplaatst om deze weer
rond te maken
MICROCEFALIE
= een schedelomtrek kleiner dan twee standaarddeviaties onder het gemiddelde (op de groeicurve).
De rode lijn geeft aan dat de schedelomtrek kleiner is dan dat het
normaal moet zijn
Bij microcefalie kunnen de kinderen normaal functioneren en hebben ze geen onderliggende aandoeningen.
➢ Wel is er sprake van een kleiner hersenvolume
➢ Niet levensvatbaar door te kleine schedel
3|P a g in a
, OORZAKEN MICROCEFALIE
= Bij microcefalie is er vaak al congenitaal aanwezig waardoor vooral ook naar kenmerken van syndromale
aandoeningen moet worden gezocht. ( kan alleenstaand zijn of samengaan met een syndroom VB: cerebrale
parese)
• Vooral van genetische factoren
VB: Rettsyndroom
• Intra-uterien incident
• Perinatale of postnatale factoren
VB: cerebrovasculair, toxisch, infecties,..
• Zuurstof te kort
VB: cerebrale parese
In eerste instantie vaak symptoomloos → wordt door observatie en meting vastgesteld
CEREBRALE PARESE OF CP
= Een cerebrale parese is een aandoening waarbij kinderen moeite hebben met bewegen als gevolg van een
hersenbeschadiging die ontstaan is voor het eerste levensjaar.
➢ Het heeft een niet-progressieve karakter van het cerebrale effect
➢ Het ontstaat op een vroeg tijdstip
OORZAKEN
= Deze beschadiging kan al tijdens de zwangerschap ontstaan, maar ook het gevolg zijn van problemen rondom
de geboorte of problemen in het eerste levensjaar.
DE MEEST VOORKOMENDE
• Zuurstof te kort
• Bloeding
• Medicatiegebruik tijdens de zwangerschap
• …
SYMPTOMEN
= de symptomen uiten zich heel verschillend en zijn pas te zien gaandeweg in de ontwikkeling van het kind. Ze
komen niet allemaal aan bod maar de meest voorkomende is spasme.
Bij mensen met CP functioneert een deel van de hersenen niet of anders. Het kan invloed hebben op de manier
waarop mensen bewegen, communiceren, kijken, eten en leren.
4|P a g in a