100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

samenvatting sociale psychologie UU

Rating
-
Sold
-
Pages
20
Uploaded on
31-03-2025
Written in
2024/2025

Samenvatting van H1 t/m H12 (zonder H2) + SPA 1 van sociale psychologie voor het tentamen aan UU. Zelf heb ik hiermee een 8,4 gehaald

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1 t/m h12 (zonder h2) + spa 1
Uploaded on
March 31, 2025
Number of pages
20
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 1, Introductie sociale psychologie
Sociale psychologie= de wetenschappelijke studie van de manier waarop mensen deken, voelen en
hoe hun gedrag wordt beïnvloed door de aanwezigheid (echt of in je hoofd) van anderen.

Evolutionaire psychologie= het verklaren van sociaal gedrag door te kijken naar genetische factoren
die zijn geëvolueerd met de tijd door natuurlijke selectie

Construal= de manier waarop mensen de sociale wereld waarnemen, begrijpen en interpreteren.
Iedereen heeft een individuele construal over een bepaalde situatie.

Sociologie gaat vooral over het analyseren van een groep of samenleving en sociale psychologie gaat
meer over het analyseren van individuen in een groep of samenleving. Het doel van sociale
psychologie is het identificeren van psychologische processen die mensen gevoelig maken voor
sociale invloeden.

Fundamentele attributie fout= de neiging om de rol van persoonlijkheid en kenmerken te
overschatten bij het beoordelen van iemands gedrag en de context te onderschatten.

Studie waarbij competitieve en coöperatieve mensen werden ingedeeld om een spel te spelen die of
community game heette of wall street game toonde aan dat bij wall street game mensen sneller
voor zichzelf kozen en het karakter van de mensen maakte geen verschil. Dus de context verklaart
gedrag meer dan de persoonlijkheid van iemand.

Behaviorisme= om gedrag te begrijpen, moet je alleen naar de versterkende aspecten van de
omgeving kijken. (Krijgt iemand een beloning of straf bij bepaald gedrag). Zij vergaten te kijken naar
hoe mensen hun omgeving interpreteren, hun construal.

Gestalt psychologie= het bestuderen van de subjectieve manier waarop een object gezien wordt in
iemands hersenen i.p.v de objectieve manier van hoe het er fysiek uitziet. Bijvoorbeeld optische
illusies hebben altijd dezelfde kenmerken, maar iedereen ziet dit toch verschillend in hun hersenen.

Naive realisme= de overtuiging dat we dingen zien zoals ze zijn en er geen rekening mee houden dat
we veel dingen zo interpreteren/draaien vanwege wat we geloven. Mensen die bijvoorbeeld voor
een politieke partij zijn, zijn ervan overtuig dat wat hun denken is zoals het is, terwijl we zijn
bevooroordeeld.

Er zijn twee belangrijke motieven die je construals sturen: the need to feel good about ourselves en
the need to be accurate.

Mensen hebben vaak de neiging om hun zelfvertrouwen hoog te houden, waardoor ze andere
mensen de schuld gaan geven en bijvoorbeeld dingen doen zoals mensen die hun vereniging leuker
vinden na een ontgroening.

Sociale cognitie= de studie hoe mensen denken over zichzelf en anderen en hoe mensen selecteren,
interpreteren, onthouden en sociale informatie gebruiken om oordelen en keuzes te maken.

,Hoofdstuk 3, sociale cognitie

Er zijn twee soorten denken: automatisch en gecontroleerd:
Automatisch denken= denken dat onbewust, niet intentioneel, onvrijwillig en moeiteloos is. Dit
doen we op basis van eerdere ervaringen en kennis over de wereld.

Mensen gebruiken schema’s= mentale structuren die mensen gebruiken om hun kennis over
thema’s en onderwerpen in de sociale wereld te organiseren en die informatie die wordt opgemerkt
en onthouden te beïnvloeden. Wij hebben schema’s voor bijvoorbeeld mensen, onszelf of
gebeurtenissen. Mensen met het Korsakovsyndroom kunnen geen schema’s vormen en voor hun is
elke situatie weer nieuw.

Schema’s worden beïnvloed door toegangelijkheid= in hoeverre zitten bepaalde schema’s in iemand
hoofd waardoor ze eerder worden gebruikt voor oordelen. De toegankelijkheid is bijvoorbeeld
groter bij eerdere dichtbije ervarignen, huidige doelen en recente ervaringen.

Priming= recente ervaringen verhogen de toegankelijkheid van een schema, kenmerk of concept

Self-fulfilling prophecy= mensen hebben een verwachting over een persoon, waardoor ze dat
persoon of een bepaalde manier behandelen, waardoor dat persoon ook volgens die verwachting
gaat handelen waardoor de verwachting uitkomt.

Uit onderzoek blijkt dat wat mensen doen wordt beïnvloed door recent geactiveerde ervaringen.
Iemand die bijvoorbeeld religieuze woorden hoort zou meer geld doneren.

- Judgmental heuristics= mentale shortcuts die mensen gebruiken om snel en efficiënt te
oordelen
- toegangelijkheid heuristic= een oordeel baseren op hoe makkelijke iets in je op komt.
Bijvoorbeeld als je moet bepalen of je vriend een eigenschap heeft en als je makkelijk
situaties kan bedenken waarbij hij dat liet zien dan stel je dat hij die eigenschap heeft.
- representativeness heuristic= een shortcut waarbij mensen iemand indelen op basis van
gelijkenis met een ander geval. Bijvoorbeeld uit welk land iemand komt.

Base rate information= informatie over de frequentie mensen uit verschillende categorien in een
samenleving. Dit zou een beter beeld geven van welk land iemand komt. Mensen focussen zich vaak
te veel op de representativeness i.p.v de base rate.

De cultuur waarin je bent opgevoed heeft invloed op je automatisch denken:

- Analatyische denkstijl= een manier van denken waarbij mensen zich focussen op de
objecten zonder zich te richten op de omgeving en context. Dit komt vaak voor in westerse
culturen
- Hollistische denkstijl= manier van denken waarbij men focust op de context/ hoe objecten
met elkaar verbonden zijn. Dit komt vaak voor in Aziatische culturen

Gecontroleerd denken= bewust, intentioneel, vrijwillig en met moeite denken.
Counterfactual denken= mentaal een onderdeel van het verleden veranderen om in te beelden hoe
iets zou hadden kunnen zijn. Bijvoorbeeld had ik maar bij 1 vraag een ander antwoord gegeven
Planing fallacy= de neiging van mensen om te optimistisch te zijn over hoe snel ze een project
zullen afmaken, ook al hebben ze in het verleden dit niet zo snel gedaan.

, Hoofdstuk 4, social perception

Sociale perceptie= de studie over hoe we impressies en oordelen over anderen vormen.

Non-verbale communicatie= de manier waarop mensen intentioneel of niet, met elkaar
communiceren, zonder woorden, door gezichtsuitdrukkingen, toon, gebaren en
lichaamsbewegingen.

Darwin zei dat alle mensen emoties op dezelfde manier encoden en decoden, dit is universeel.
Decode is de betekenis achterhalen van emotionele non-verbale reactie van iemand anders. Encode
is een non-verbale actie uiten. Uit onderzoek komt dat de gezichtsuitdrukkingen voor de 6 basis
emoties zijn voor het meeste deel universeel zijn, maar het bewijs is niet heel sterk.

Affect blends= gezichtsuitdrukking waarbij 1 deel van het gezicht een emotie omschrijft en het
andere deel een andere emotie.

Gezichtsuitdrukkingen zijn soms moeilijk te herkennen omdat mensen verschillende display regels
hebben. Dat zijn cultureel bepaalde regels over hoe non-verbaal gedrag getoond moet worden. In
China is het bijvoorbeeld gebruikelijk om je emoties niet erg te tonen.

Emblemen= non-verbale gebaren die een duidelijke betekenis hebben in een bepaalde cultuur, zoals
het opsteken van een middelvinger.

Wij mensen doen aan thin-slicing= een betekenisvolle conclusie over iemands persoonlijkheid
trekken op basis van een extreem korte blootstelling aan het gedrag van de persoon. Dit is
onderzocht met beelden van leraren en het bleek te kloppen dat studenten goed de persoonlijkheid
konden aangeven door maar te kijken naar 10 seconden gedrag.

Onze eerste indruk van iemand hebben veel invloed want hieruit bepaal je welke schema’s je gaat
gebruiken. Dit laat het primacy effect zien, wat we als eerst leren over een persoon, kleurt hoe we
de informatie die volgt zien.

Belief perseverance= de neiging om te blijven bij een eerste indruk, ook al zijn we gepresenteerd
met nieuwe informatie waardoor we misschien zouden moeten heroverwegen.

Impression management= een zo goed mogelijke eerste indruk proberen achter te laten.

Attributietheorie= een beschrijving van de manier waarop mensen de oorzaken van hun eigen of
andermans gedrag omschrijven.

- Interne attributie= het idee dat een persoon zich zo gedraagt door houding, karakter of
persoonlijkheid
- Externe attributie= het idee dat een persoon zich zo gedraagt vanwege die situatie waar die
zich in bevind, met de aanname dat de meeste mensen hetzelfde reageren in dezelfde
situatie

Kelleys theorie→ covariatie model= om een attributie over iemand te vormen, kijken we naar het
patroon tussen wanneer het gedrag voorkomt en de aanwezigheid of afwezigheid van andere
oorzaken.
R125,33
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
lunabron1

Get to know the seller

Seller avatar
lunabron1 Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
9 months
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0,0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions