1 Geschiedenis
- Definities geschiedenis, verleden, historisch denken
Geschiedenis:
Beelden over het verleden zoals ze door geschiedwetenschappers worden
vastgesteld, want:
Verleden bestaat niet meer
Historici onderzoeken overblijfselen uit verleden, niet het verleden
Geschiedenis gaat over het verleden van de menselijke cultuur,
menselijk handelen
Theorie van geschiedenis
Niet verleden onderzocht, maar manieren waarop verleden door
historici gereconstrueerd wordt
Historisch denken:
Besef van tijdsverschil. Verleden verschilt van heden.
6 kenmerken historisch denken:
Periodiseren
Chronologie
Voorkomen anachronismen
Houden van historische distantie
Besef contingentie
Aandacht voor context en proces waarbinnen gebeurtenissen
plaatsvinden
Niet historisch denken:
Traditie
Nostalgie
Vooruitgangsdenken
Verleden:
Zaken die wij tegenwoordig op grond van de gegevens die nog zijn
overgebleven, met behulp van onze hedendaagse taal en perspectief nog als
feit kunnen vaststellen over wat er vroeger is gebeurd
- Redeneren.
Problematisch:
Bronnen
Bestaan meestal geen bronnen
Taal
‘Vertaalprobleem’
Interpretatie
Normen, waarden van toen en nu
- Nut van geschiedenis.
Identiteitsvorming, staatsburgerlijke functie
Tegengaan mythevorming
Aanscherpen moreel besef
In twijfel trekken van ‘natuurlijke’ zaken
Relativering van heden en jezelf
Inzicht in menselijk bestaan
Geen direct nut
2 verzamelen
, - Soorten bronnen
Wat zijn bronnen
Overblijfselen uit het verleden die gebruikt worden om iets te weten te
komen over de ontwikkeling van de menselijke cultuur
Bewijsmateriaal
Soorten bronnen
Primaire bronnen
Bewijsmateriaal, overblijfselen die dateren uit de periode die
onderzocht wordt
Geschreven: pamfletten, documenten, kranten, registers etc.
Gepubliceerd: openbaar, uitgegeven, voor
nageslacht etc.
Ongepubliceerd: niet openbaar, archieven, brieven
etc.
Ongeschreven: schilderijen, foto’s, film, wapens etc.
Secundaire bronnen
Materiaal uit een latere periode dan de tijd die onderzocht wordt.
Verleden gereconstrueerd, geïnterpreteerd op wetenschappelijke
wijze, vaak op basis van primaire bronnen
- Bronnenkritiek
Brongericht
Bronnen uitgangspunt, leiden tot onderzoeksvraag
Probleem gericht
Vraag als uitgangspunt, bronnen erbij zoeken
Bronnenkritiek
Externe bronnenkritiek: is de bron echt?
Interne bronnenkritiek
Betrouwbaarheid
Maker bron
Tijd waarin bron is gemaakt
Info waarover maker beschikte
Bedoeling waarmee bron is gemaakt
Representativiteit
Vertegenwoordiging van algemeen of uniek
Hoeveel dergelijke bronnen nog meer
Op hoeveel gevallen info van toepassing
Op hoeveel info heeft maker zich gebaseerd
- Feiten
- Definities geschiedenis, verleden, historisch denken
Geschiedenis:
Beelden over het verleden zoals ze door geschiedwetenschappers worden
vastgesteld, want:
Verleden bestaat niet meer
Historici onderzoeken overblijfselen uit verleden, niet het verleden
Geschiedenis gaat over het verleden van de menselijke cultuur,
menselijk handelen
Theorie van geschiedenis
Niet verleden onderzocht, maar manieren waarop verleden door
historici gereconstrueerd wordt
Historisch denken:
Besef van tijdsverschil. Verleden verschilt van heden.
6 kenmerken historisch denken:
Periodiseren
Chronologie
Voorkomen anachronismen
Houden van historische distantie
Besef contingentie
Aandacht voor context en proces waarbinnen gebeurtenissen
plaatsvinden
Niet historisch denken:
Traditie
Nostalgie
Vooruitgangsdenken
Verleden:
Zaken die wij tegenwoordig op grond van de gegevens die nog zijn
overgebleven, met behulp van onze hedendaagse taal en perspectief nog als
feit kunnen vaststellen over wat er vroeger is gebeurd
- Redeneren.
Problematisch:
Bronnen
Bestaan meestal geen bronnen
Taal
‘Vertaalprobleem’
Interpretatie
Normen, waarden van toen en nu
- Nut van geschiedenis.
Identiteitsvorming, staatsburgerlijke functie
Tegengaan mythevorming
Aanscherpen moreel besef
In twijfel trekken van ‘natuurlijke’ zaken
Relativering van heden en jezelf
Inzicht in menselijk bestaan
Geen direct nut
2 verzamelen
, - Soorten bronnen
Wat zijn bronnen
Overblijfselen uit het verleden die gebruikt worden om iets te weten te
komen over de ontwikkeling van de menselijke cultuur
Bewijsmateriaal
Soorten bronnen
Primaire bronnen
Bewijsmateriaal, overblijfselen die dateren uit de periode die
onderzocht wordt
Geschreven: pamfletten, documenten, kranten, registers etc.
Gepubliceerd: openbaar, uitgegeven, voor
nageslacht etc.
Ongepubliceerd: niet openbaar, archieven, brieven
etc.
Ongeschreven: schilderijen, foto’s, film, wapens etc.
Secundaire bronnen
Materiaal uit een latere periode dan de tijd die onderzocht wordt.
Verleden gereconstrueerd, geïnterpreteerd op wetenschappelijke
wijze, vaak op basis van primaire bronnen
- Bronnenkritiek
Brongericht
Bronnen uitgangspunt, leiden tot onderzoeksvraag
Probleem gericht
Vraag als uitgangspunt, bronnen erbij zoeken
Bronnenkritiek
Externe bronnenkritiek: is de bron echt?
Interne bronnenkritiek
Betrouwbaarheid
Maker bron
Tijd waarin bron is gemaakt
Info waarover maker beschikte
Bedoeling waarmee bron is gemaakt
Representativiteit
Vertegenwoordiging van algemeen of uniek
Hoeveel dergelijke bronnen nog meer
Op hoeveel gevallen info van toepassing
Op hoeveel info heeft maker zich gebaseerd
- Feiten