100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting straf(proces)recht

Rating
-
Sold
-
Pages
20
Uploaded on
18-03-2025
Written in
2021/2022

Samenvatting van alle literatuur

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
March 18, 2025
Number of pages
20
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting straf(proces)recht
Week 10

16.17 t/m 16.19
Zie samenvatting week 9

17.1 Het beslissingsschema van de artikelen 340 en 350 Sv
Alleen zittende rechters, zoals de politierechten, hoeven zich niet terug te trekken om een
beslissing te nemen, maar zij mogen ook direct mondeling vonnis wijzen (art. 395 lid 1, 378
lid 1, 499 lid 2 en 425 lid 2 Sv). De rechter moet zich daarbij telkens houden aan het
beslissingsschema van art. 348 en 350 Sv. Op grond van art. 348 Sv moet de rechter zich
als eerst beraden over:
1. De geldigheid van de dagvaarding;
2. De bevoegdheid van de rechter;
3. De ontvankelijkheid van de officier van justitie;
4. Of er redenen zijn tot schorsing van de vervolging.
Dit zijn de voorvragen/formele vragen. Als de rechter een negatief antwoord op een van deze
voorwaarden geeft of meent dat er redenen zijn om de vervolging te schorsen, dan neemt hij
daarmee een beslissing (art. 349 lid 1 Sv). Als de rechter niet blijft steken bij een van
voorvragen, gaat hij over tot beraadslaging over de hoofdvragen of materiële vragen van art.
350 Sv. Dit zijn:
1. Is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan?
2. Welk strafbaar feit levert dit op?
3. Is de verdachte strafbaar?
4. Moet er een straf of maatregelen worden opgelegd en zo ja welke?

Het uitgangspunt van het wetboek is dat tijdens het onderzoek ter terechtzitting alles dat aan
de orde komt relevant is voor de beantwoording van de vragen van art. 348 en 350 Sv en dat
de rechter nadat het onderzoek is afgerond een oordeelt velt over deze vragen (art. 277 lid 1
Sv).

Bij de meervoudige kamers vindt de beraadslaging plaats in de raadkamer. De raadkamer is
een ruimte waarin met zich na de terechtzitting terugtrekt. Daarom wordt dan geraadkamerd.
Op grond van art. 7 lid 1 RO moet de voorzitter hoofdelijk omvraag doen. De voorzitter maakt
zelf als laatste zijn oordeel kenbaar. Hiermee is tot uitdrukking gebracht dat moet worden
voorkomen dat de voorzitter van de kamer de beraadslaging domineert. Bovendien is ieder
lid van de meervoudige kamer op grond van art. 7 lid 2 RO verplicht om aan de
besluitvorming deel te nemen.

17.2 Op grondslag van de tenlastelegging
De beraadslaging moet op grond van art. 348 en 350 Sv op de grondslag van de
tenlastelegging zijn gebaseerd. De tenlastelegging is daarom het uitgangspunt bij de
beraadslaging en dus ook bij het onderzoek ter terechtzitting. Deze grondslag leer wordt niet
altijd correct doorgevoerd. Zo is er ten eerste de mogelijkheid om de tenlastelegging te
wijzigen en aan te vullen (art. 312-314a Sv). Ten tweede is er de mogelijkheid van een
verkorte dagvaarding (art. 375 lid 3, 386 lid 1 Sv en 48 WED). Tevens is er de mogelijk voor
de rechter om kennelijke schrijffouten in de tenlastelegging te herstellen. Zo kunnen onjuiste
huisnummers, foutieve straataanduidingen en verkeerd geplaatste komma’s worden
hersteld.
Verder is er een methode om te omkomen aan de gevolgen van de strenge grondslagleer,
namelijk het gebruik van primair-subsidiair tenlasteleggingen. Als het openbaar ministerie
twijfelt over een bepaalde gedraging in de termen van de ene of de andere
delictsomschrijving valt, formuleert het primair een tenlastelegging die op de ene en
subsidiair een tenlastelegging die op andere delictsomschrijving is toegesneden.

,17.3 Naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting
De Hoge Raad heeft bepaald dat ‘naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting’
niet anders kan betekenen dan dat de rechter mede heeft te letten op hetgeen bij dat
onderzoek omtrent het tenlastegelegde is gebleken. Deze clausule waarborgt dat de
verdachte in de uitspraak niet wordt geconfronteerd met op de terechtzitting niet ter sprake
gekomen en voor hem nadelige gegevens. Als de rechter bij een tussenuitspraak als een
antwoord op een of meer van de vragen van artikelen art. 348 en 350 Sv heeft gegeven, is
hij daaraan in zijn einduitspraak niet gebonden. Hij moet immers naar aanleiding van het
onderzoek beraadslagen en beslissen.

17.4 De volgorde van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv
De in art. 348 en 350 Sv opgenomen vragen moet in de daar aangeduide volgorde worden
behandeld. In art. 350 Sv staat dat de rechter pas als hij niet blijft steken bij de voorvragen
mag overgaan tot de beantwoording van de hoofdvragen. De volgorde waarin de vragen van
art. 348 Sv moeten worden beantwoord is, door de wetgever niet dwingend aangegeven.

17.6 Waarom en waartoe motiveren?
Strafrechtspleging is gericht op bestraffing en dit maakt dat er inbreuken op grondrechten
worden gemaakt of dat daarmee wordt gedreigd. Dit behoeft niet alleen op wettelijk, abstract
niveau, maar ook in het concrete geval rechtvaardiging. Daarom onderzoek de rechter de
concrete zaak. De zorgvuldigheid waarmee dit onderzoek moet worden verricht, wordt
aangescherpt door van de rechter te verlangen zijn beslissingen te motiveren. Dat geldt in
grotere mate voor de door de rechter op te leggen sanctie dan voor zijn antwoorden op de
andere vragen van het rechterlijk beslisschema. Bij de sanctionering kijkt de rechter ook naar
de toekomst, gaat hij prospectief te werk.
Daarnaast is de rechter een onderdemocratisch element in de democratische rechtsorde. De
rechter kan niet vooraf of achteraf ter verantwoording worden geroepen, laat staan worden
gedwongen om rekenschap te geven. Om dit democratische mankement op te heven, moet
de rechter zich inspannen om zijn concrete beslissingen zo goed als mogelijk te motiveren.
Dit om de kracht van de motivering en het gezag van de beslissing te vestigen. Daarbij moet
blijken dat de rechter de wettelijke grenzen heeft gerespecteerd, hoe hij van de
beoordelingsruimte gebruik heeft gemaakt en bij de hantering van de beleidsvrijheid op het
terrein van de straftoemeting de belangen tegen elkaar heeft afgewogen. Dit maakt ook dat
in de grondwet is bepaald dat vonnissen de gronden inhouden waarop zij berusten (art. 121
Gw).

Er zijn drie functies van de motivering te onderscheiden, namelijk:
1. De rechter wordt gedwongen rekenschap te geven van zijn beweegredenen;
Na de bestudering van het dossier en het onderzoek op de terechtzitting zal de
rechter al een voorlopig oordeel over de zaak hebben gevormd. Daarnaast wordt de
rechter door de verplichting te motiveren sterker geconfronteerd met de vragen dan
wanneer hij zou mogen volstaan met het formuleren van conclusies.
2. De verdachte en zijn raadsman, het Openbaar Ministerie en derden worden ingelicht
over de gronden die voor de beslissing worden aangevoerd;
De rechter licht door te motiveren de procespartijen en derden in omtrent de gronden
die hij voor de beslissing aanvoert. De opgenomen motivering hoeft niet overeen te
stemmen met de motieven die de rechter hebben bewogen.
3. Controle door de appel- en cassatierechter wordt vergemakkelijkt.
De cassatierechter mag slechts op beperkte gronden toetsen. Deze toetsing kan
onder omstandigheden worden verruimd als de feitenrechter vaag of in algemene
termen motiveert.

Daarnaast zijn er nog twee algemene motiveringsregels. Ten eerste moet volgens de wet en
de rechtspraak het maken van uitzonderingen in het algemeen meer worden gemotiveerd

, dan het toepassen van algemene regels. Tevens maakt degene die zich verweert tegen een
door de rechter eventueel te nemen ongunstige beslissing meer aanspraak op motivering
van de verwerping van het eventuele verweer. Hierbij hoort de regel wie met meer macht is
bekleed behoort aan te geven waarom hij, ondanks verzet, zijn macht gebruikt (art. 358 lid 3
jo. 359 lid 2 Sv).

17.7 De eerste voorvraag: geldigheid van de dagvaarding
De dagvaarding heeft vier functies, namelijk:
1. De persoon van de verdachte aanduiden;
Dit wordt gedaan door hem met naam, geboortedatum en plaats en adres aan te
duiden. Wanneer er onduidelijkheid is over de identiteit van de verdachte, dan kan
worden volstaan met een foto of dactyloscopisch signalement.
2. De verdachte oproepen om ter terechtzitting te verschijnen;
Aan de verdachte wordt medegedeeld waar, wanneer en voor welke rechter, in welk
gerecht hij moet verschijnen. In de dagvaarding wordt aangegeven op welk adres de
verdachte moet verschijnen. Een foutieve aanduiding leidt tot nietigheid.
In de dagvaarding moet ook zijn aangegeven voor welke rechter de verdachte moet
verschijnen. Politierechter, meervoudige kamer?
3. De beschuldiging van de verdachte tot uitdrukking brengen;
4. De verdachte informeren over de rechten die de wet hem toekent.

De dagvaarding wordt vanwege de OvJ aan de verdachte betekend (art. 258 lid 1 Sv). Dit
betekent niet dat de OvJ er zijn handtekening onder moet hebben gezet, maar het moet wel
duidelijk zijn dat het stuk van hem is uitgegaan.
Uitreiking van de dagvaarding komt pas in beeld als elektronische overdracht niet mogelijk is.
De dagvaarding moet tijdig voor de terechtzitting worden betekend. De verdachte moet zich
namelijk op de zitting kunnen voorbereiden (art. 6 lid 3 sub b EVRM en 14 lid 3 sub b
IVBPR). Daarom moet op grond van art. 265 lid 1 Sv de termijn tussen de betekening en de
terechtzitting tien dagen zijn.

17.8 De tweede voorvraag: bevoegdheid van de rechter
De rechter moet nagaan of hij absoluut en relatief competent is om van het tenlastegelegde
feit kennis te nemen. De bevoegdheidsvraag moet op basis van de tenlastelegging worden
beoordeeld. De vraag naar de rechtsmacht hoort niet thuis bij de bevoegdheidsvraag, maar
bij de ontvankelijkheidsvraag. Nationale rechtsmacht houdt in dat er een vervolgingsrecht is.

17.11 Beslissing en motivering naar aanleiding van de voorvragen
Art. 349 lid 1 Sv geeft aan welke beslissing moet volgen als een van de eerste drie
voorvragen negatief wordt beantwoord of als er redenen zijn tot schorsing van de vervolging.
Als de dagvaarding niet voldoet aan de eisen van art. 261 lid 1 Sv of deze niet juist is
betekend, kan de rechtbank de nietigheid van de dagvaarding uitspreken. Verder kan de
rechtbank haar onbevoegdheid, de niet-ontvankelijkheid van de OvJ of de schorsing van de
vervolging uitspreken. Op grond van art. 358 lid 1 Sv moet in deze gevallen het vonnis de
beslissing bevatten en deze beslissing moet volgens art. 359 lid 2 Sv worden gemotiveerd.
Als door de verdachte een uitdrukkelijk voorgedragen verweer wordt voorgedragen over een
van de voorvragen en de rechter gaat daar niet in mee, dan moet het vonnis daarover de
beslissing bevatten (art. 358 lid 3 Sv).
Als het openbaar ministerie met betrekking tot de voorvragen een uitdrukkelijk onderbouwd
standpunt heeft ingenomen en de rechter gaat hier niet in mee, dan moet hij dit volgens art.
359 lid 2 tweede volzin Sv motiveren.

17.12 De tweede hoofdvraag: kwalificatie
Nadat de rechter tot een bewezenverklaring is gekomen, moet hij volgens het beslisschema
van art. 350 Sv bepalen welk strafbaar feit het bewezenverklaarde oplevert. Dit is de
kwalificatievraag. De rechter gaat het bewezen verklaarde feit rubriceren onder een
R150,23
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
rins84 Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
21
Member since
10 months
Number of followers
0
Documents
41
Last sold
2 weeks ago

0,0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions