College I Opzet Cursus + Inleiding Diagnostiek
Pathologie in ontwikkelingspsychopathologie verwijst naar het medisch model, maar in de werkelijkheid is er
geen hard onderscheid tussen normaal en abnormaal. Problemen liggen op een dimensie van meer of minder
aangepast zijn aan een speci eke context. Het is afhankelijk van de leeftijd en de (culturele) context wat
‘aangepast’ is. Pathologie is dus meer dimensioneel i.p.v. categoraal.
Pathologie: het ‘probleem’ kan worden gezien als een (ongewenste) variant van de ontwikkeling met negatieve
gevolgen voor welzijn, functioneren, en verdere ontwikkeling. Het gaat om ‘te veel’, ‘te weinig’, en ‘niet
leeftijdsadequaat’. Dus over de extremen.
Pathologie is soms lastig te herkennen/bepalen want er is sowieso veel individuele variatie in ontwikkeling en
een ontwikkeling is zelden zonder problemen. Het is altijd nodig om het hele systeem (omgeving client) te
begrijpen.
We moeten de normale ontwikkeling begrijpen om het ontstaan van een probleem te begrijpen.
Equi nality = andere oorzaken die tot hetzelfde probleem leiden. Bij een andere oorzaak is ook andere hulp
nodig.
Multi nality = dezelfde risico factor (oorzaak) die tot andere resultaten leidt.
Multifactorele modellen: meerdere factoren beïnvloeden de ontwikkeling met gewenste of minder gewenste
uitkomsten.
Transactionele modellen: kind en omgeving beïnvloeden elkaar. Factoren kunnen elkaar versterken en een risico
verhogen, maar beschermende factoren kunnen het risico weer verminderen. Voorbeeld transactioneel model:
De gedragingen van Peter zijn in de bovenste rij vertegenwoordigt en in de onderste rij de omgevingsfactoren, die
interacties met elkaar hebben.
Cascade = wanneer vroegere interacties latere beïnvloeden.
1
fifi fi
, Veel problemen ontstaan in transitie periodes. Dus wat gaat er dan mis en waarom? Sommige kenmerken van
problemen kunnen pas ontstaan op een bepaalde leeftijd vanwege cognitieve capaciteit, of ze worden pas
problematisch in een bepaalde context. En soms uiten kinderen problematiek anders als ze jong zijn.
Jongens en meisjes vertonen verschillen in ontwikkeling, dus ook in ontstaan van problematiek. Jongens
ervaren meer externaliserende, vroege problematiek en meisjes meer internaliserende problematiek in
adolescentie.
Diagnostiek is niet het vaststellen van ziekte/stoornis. Het gaat om het stellen van goede vragen, het goed
onderbouwen van keuzes en conclusies, en de afweging daarbij. Diagnostiek is besliskunde.
Intakegesprek is bij kinderen/adolescenten anders dan bij volwassenen vanwege:
*Ethiek: ouderlijke macht en toestemming:
<12 hebben beide ouders een rechtspositie (ook wanneer gescheiden)
12-16 hebben ouders en adolescent een rechtspositie
16-18 heeft adolescent rechtspositie en alleen met diens toestemming ook de ouders
Er is een informatieplicht aan (beide) ouders, tenzij dit niet in het belang is van het kind
Er moet a.d.v. rechtspositie/macht toestemming gevraagd worden voor het elders opvragen van
informatie
*Kind is meestal niet zelf de aanmelder
*De eerdere informanten zoals de ouders en de leerkracht
*Een (jong) kind kan nog niet goed praten over problematiek
*Kinderen/adolescenten zijn niet altijd zelf gemotiveerd voor hulpverlening
*Leeftijdsspeci eke uitingen van problemen (en normering)
2
fi
, *Kunnen andere instanties betrokken zijn zoals de kinderbescherming of een voogd
Ook de klachtenanalyse verloopt anders. Er is niet alleen een hulpvraag (of klachten) vanuit de cliënt zelf maar
vanuit alle betrokkenen.
Handelingsgerichte Diagnostiek (HGD) kijkt wat het kind nodig heeft i.p.v. wat het kind mankeert. Het is
interventiegericht, werkt samen met kind, ouder en leerkrachten, en benut het positieve in het systeem
(beschermende factoren). Het kijkt dus vanuit een transactioneel perspectief. Deze werkwijze is systematisch en
transparant.
Intake richtlijnen HDG (Pameyer):
-Persoonsgegevens
-Reden aanmelding
-Klachten expliciteren: gedrag in context
-Positieve aspecten
-Wensen en verwachtingen van ALLE betrokkenen
-Attributies over oorzaak
-Relevante voorgeschiedenis en de al genomen maatregelen
-Hulpvragen
De probleem analyse is het vertalen van klachten van de cliënt (gewonnen in de klachten analyse) vertalen naar
professionele beschrijving van die problematiek a.d.h.v. (1) clusters, (2) ernst taxatie, (3) onderkennende
hypothese opstellen en toetsen, en (4) eventuele DSM5 classi catie
Clusteren is het bij elkaar zetten van speci eke probleemgedragingen uit hetzelfde ontwikkelingsdomein. Het
nut van clusters is o.a. het kunnen vinden van de problematiek in literatuur. Voorbeelden zijn: Hyperactiviteit,
slaapproblemen, leerproblemen, angstproblemen, risicogedrag, aandachtsproblemen, somatische klachten, of
sociale problemen (met leeftijdsgenoten). Clusters beschrijven alleen speci ek waarneembaar gedrag van de
client. Het gaat dus niet om cognities want die kan je niet waarnemen en ook niet om de omgeving, want dat is
geen gedraging.
In de ASEBA vragenlijst worden ook clusters gemaakt. Op basis van vastgestelde gemiddelden kan je per cluster
zien welke scores uitzonderlijk zijn voor welke leeftijd en sekse.
Bij de ernst taxatie kijk je hoe ernstig een probleem is aan de hand van criteria van Rutter:
Bij leeftijd passend/ veelvoorkomend?
3
fi fi fi