100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Volledige samenvatting (hoorcolleges, handboek en extra literatuur)

Rating
-
Sold
3
Pages
111
Uploaded on
26-02-2025
Written in
2024/2025

Deze samenvatting bevat alle informatie van de hoorcolleges, handboeken en verplichte literatuur. In een overduidelijk overzicht met artikelen in kleur. Belangrijke begrippen zijn dikgedrukt, en de informatie vanuit de literatuur is verwerkt volgens de opzet van de hoorcolleges. Informatie uit de literatuur is cursief, hoorcollege-stof normaal. Het is een hele uitbreide duidelijke samenvatting! Met deze samenvatting (in combinatie met de stappenplannen) heb ik een 8 gehaald op het tentamen.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 26, 2025
Number of pages
111
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Week 1
College 1 – Inleidend
Algemeen
Keuze van te behandelen delicten:
 Vooral ingegeven door relevantie in de strafrechtelijke praktijk: veel voorkomende delicten in
combinatie met juridische dilemma’s die daarbij spelen (geweldsdelicten, uitingsdelicten,
deelneming aan een criminele organisatie, cybercrime)
 Actualiteit: nieuwe strafbaarstellingen (wetsvoorstellen over seksuele misdrijven, mensenhandel)
recente jurisprudentie van HR
 De relatie met EU-wetgeving;
 De verhouding met fundamentele rechten beschermd door het EHRM en het Handvest
grondrechten EU

Inleiding in het (verdiepend) materieel strafrecht
 Strafbaarstelling van gedragingen die te maken hebben met normen in de samenleving
 Delictsomschrijving: daarin wordt de gedraging waarmee de norm wordt overtreden,
omschreven. De delictsomschrijving zorgt ervoor dat je daadwerkelijk kan optreden, dat je het kan
herkennen en dat de rechter het bewezen kan verklaren.
 Strafbaarstelling zorgt voor het duidelijk maken van normen, voor preventieve werking en biedt de
basis om op te treden tegen overtreding van de norm
 Strafbaarstelling in WvSr, of in bijzondere wetten (Opiumwet, WWM, Wet op de economische
delicten, etc). Waarom die bijzondere wetten? Bijv drugsdelicten gaat om bijzondere stoffen. Die
wet dient voor aanwijzingen van die bijzondere stoffen. Het gaat om een uitleg welke stof in welke
omstandigheid zonder welke vergunning niet toelaatbaar is.

Strafbaarstelling moet aan een aantal eisen voldoen: criteria voor strafbaarstelling. O.a.:
 Aanleiding in maatschappelijke situatie: gedrag wordt strafwaardig gevonden (door schade, leed
etc)
 Toetsing strafbaarstelling aan nut, noodzaak en effectiviteit
 De reikwijdte van de delictsomschrijving moet precies juist zijn. Alle gedragingen die laakbaar zijn
en een overtreding van de norm zijn moeten eronder vallen. Gedragingen die wel toelaatbaar zijn
moeten erbuiten vallen.
 De wetgever is verantwoordelijk voor het opstellen van strafbaarstellingen, de rechter is
verantwoordelijk voor toepassing in het concrete geval
 Een belangrijk onderdeel van de toepassing, is wetsuitleg. Hoe vindt die wetsuitleg plaats? (o.a.
woordelijk, teleologisch, wetssystematisch, verklarende terminologie (art. 78 e.v.), analogie)
 Rechtsvinding: Soms is die wetsuitsleg niet meteen duidelijk (bijv omdat het de vraag is of een
nieuwe verschijningsvorm van criminaliteit valt onder de reikwijdte van een bestaande
strafbaarstelling):
 Rechtsvinding door de HR:
a. Verklarend: bijv art. 137c Sr
b. Uitbreidend: art. 278 Sr
c. Beperkend: bijv art. 420bis Sr
d. Rechtsontwikkeling: door wetswijziging (nieuwe strafbaarstelling, uitbreiding-beperking-
afschaffing bestaande strafbaarstelling) door uitleg (rechtsvinding) rechter van de inhoud van
bestaande strafbaarstelling. Voorbeelden afschaffing strafbepalingen (godslastering en
majesteitsschennis)
e. Rechtsvorming: bepaling wat die rechtsontwikkeling is. In hoeverre is dat een taak/bevoegdheid
van de rechter?

Materieel strafrecht in context
 Discussies praktijk
a. Ons wetboek kent geen discriminatoir oogmerk als strafverzwarende grond. Wetgever vond het
niet nodig omdat de rechter zelf omstandigheden strafverzwarend kan vinden.
b. Bij femicide speelt vaak de vraag: moet er een aparte strafbaarstelling komen voor geweld tegen
vrouwen? Hierbij relevant of het gaat om geweld tegen vrouwen of tegen ex-partners?
 Een strafbaarstelling kan voortkomen uit nationale context, of uit internationale context (bronnen)
a. Verdragen in verband VN (denk aan verdragen inzake georganiseerde criminaliteit, drugshandel,
corruptie)
b. Verdragen in verband RvEU (denk aan verdragen inzake mensenhandel, witwassen, corruptie,
terrorisme)
1

, c. EU-Strafrecht: aparte bron
 Bij een internationale verplichting tot strafbaarstelling moet altijd de Nederlandse wet worden
aangepast (implementatie): daarin moet de strafbaarstelling worden opgenomen (art. 16 Gw)

Internationale invloed
 Verdragen
a. VN
b. Raad van Europa
 HvJ: uitleg EU-recht
 EU-recht: wetgeving, handvest
 EVRM en EHRM

Harmonisatie materieel strafrecht
 Harmonisatie van materieel strafrecht in verband met de EU: steeds meer strafbaarstellingen in het
WvSr dienen (mede) tot implementatie van EU-normen voor het Strafrecht. Wat betekent ‘mede’?
HvJ 26 feb 2013
 EU wetgeving op terrein materieel strafrecht alleen op basis van richtlijnen
 Het betreft minimum-harmonisatie
 Implementatie in het Nederlandse strafrecht: hoe gaat dat?
 Over uitleg van termen uit EU-wetgeving die zijn overgenomen in strafbaarstellingen in het WvSr,
gaat iedere rechter, maar bij onduidelijkheid het HvJ EU.

Opzet en schuld
Paar opmerkingen (college)
 Het Nederlandse strafrecht is een daadstrafrecht en een schuldstrafrecht: daarop is
verwijtbaarheid gebaseerd (via opneming van opzet of schuld in strafbaarstelling)
 Wat betekent dat? Hoofdstuk IV
 Opzet: willen en weten
a. Bij commissiedelict, omissiedelict, zgn formeel delict
b. Oogmerk, gewoon opzet, voorwaardelijk opzet
 Schuld (culpa): onvoorzichtigheid, nalatigheid
a. Grove schuld, bewuste schuld, roekeloosheid.

138 Sr: twee lid is een uitbreiding/ verduidelijking dat je ook illegaal verblijft als je je middels braak of
inklimming illegaal toegang verschaft.

138aa Sr: tweede lid uitbreiding strafbaarheid maar ook strafverzwarende omstandigheid.

 Bewijs van opzet en schuld:
a. Opzet/schuld gaat over de subjectieve zijde van een delictsomschrijving
b. Vaak ingeblikt
c. Relatief vaak mag het bewijs ook op een objectieve wijze worden geleverd (door gedraging van
de verdachte te analyseren en daaruit diens opzet of schuld af te leiden)

Afsluitende opmerkingen
Enkele hoofdlijnen
1. Duidelijk juridische invulling van opzet en schuld in hedendaags strafrecht. Uit zich in vergaande
normativering en objectivering van culpa en nog in een niet uitsluitende psychologische, maar
ten dele ook objectiverende en in die zin normatieve vaststelling van opzet.
2. Rechtspraak lijkt gedomineerd te worden door bewijsvragen. Vooral door objectivering en
toetsen aan gemiddelde mens kan verdachte als individu op achtergrond raken. Voorwaardelijke
opzet is mede juridisch gekleurde invulling opzet, die voor meeste opzetvormen als ondergrens
volstaat en daardoor belangrijke plaats inneemt.
3. Opzet en schuld een zekere inkleuring krijgen door het bijzondere delict en vooral door concrete
omstandigheden van het geval. Hullu: er moet naar evenwicht worden gestreefd tussen
algemene ervaringsregels en individuele, concrete omstandigheden.

Verschillen opzet en schuld wezenlijk van elkaar?
 Modderman: ‘schuld is een zuivere tegenstelling van opzet’.
 Remmelink: ‘.. zodra rechter vaststelt dat iemand culpoos heeft gehandeld, komt opzet niet meer
aan de orde’ (aliud-theorie).
 Schuld is het mindere van opzet (minus-theorie).


2

,Kan iemand voor culpoos delict worden veroordeeld, wanneer opzettelijk handelen zou kunnen worden
vastgesteld?
 Hullu vind minustheorie goed te verdedigen. Een culpoos delict kent eigenlijk steeds een doleuze
tegenhanger. Dan lijkt wetssystematiek een vloeiende overgang van opzet naar schuld beoogd,
glijdende schaal van meer gewild naar minder gewild gedrag… verdachte die ter zake culpoos
delict aanvoert dat hij opzet had, kan naar Hullu’s mening niet met succes schuld bestrijden.
Aanmerkelijk onvoorzichtig gedrag omvat toch ook opzettelijk gevaarlijk gedrag?

Voldoet opbouw van het wettelijk systeem?
Voor misdrijven is doleuze delict grondvorm. Bij behoefte (er zijn grote rechtsbelangen gemoeid met de
strafbaarstelling of er bestaan structurele bewijsmoeilijkheden bij opzet) kan een culpoze
misdrijfvariant wenselijk zijn.

Kent NL inderdaad een schuldstrafrecht?
Drie betekenisvelden schuld:
 ‘oorzaakschuld’ (iemand draagt schuld aan iets dat hij heeft veroorzaakt),
 ‘faalschuld’ (tekortschieten ten opzichte van een bepaalde norm)
 ‘vereveningsschuld’ (waarin vergoeding en vergelding op voorgrond treden).

Bij opzet en culpa gaat het volgens Mooij om oorzaakschuld. Het gaat in wezen om een “daadschuld”.
Of NL SR recht doet aan schuldbeginsel, wordt uiteindelijk bepaald door een soort optelsom van de
verschillende manieren waarop aan schuld kleur en inhoud wordt gegeven.

(Handboek)
Plaatsbepaling
Nederland kent een daad en schuld strafrecht. Naast objectieve zijde s.f. wordt een subjectieve zijde
onderkend, waarbij de persoon vd dader centraal staat.
 Er mag pas gestraft worden als zekere schuld bij verdachte is vastgesteld.
 Schuldbeginsel heeft geen vaste statische inhoud: accentverschuivingen zijn denkbaar.
 Verwijtbaarheid wordt als basisvereiste voor strafrechtelijke aansprakelijkstelling gezien, en
opzet als normale voorwaarde voor aansprakelijkstelling ter zake relatief ernstig delict.
 Het gaat steeds om opzet of schuld aan bepaald feit, waarbij dus ook dat opzet of die schuld ten
tijde van het feit moeten worden vastgesteld. Met het schuldbeginsel hangt samen het aan NL SR
uitgangspunt dat rechtssubjecten in beginsel vrij en volwaardig hun wil kunnen bepalen en daarom
voor de door hen gemaakte keuzes op zichzelf aansprakelijk kunnen worden gesteld (vrije wil).
 Opzet en schuld begrippen hebben in SR kader juridische betekenis. Het bestanddeel opzet is
niet hetzelfde als ‘motief’ of ‘bedoeling’. Schuld als bestanddeel ‘culpa’ heeft vermoedelijk een
meer beperkte invulling die niet geheel overeenkomt met de betekenis van gewoon spraakgebruik.
Daarop wees HR i.i.g. bij bijz. schuldvorm ‘roekeloosheid’.

De wil in de gedraging
 De gewilde spierbeweging staat (in het klassieke denken) aan de basis van SR aansprakelijkheid. ‘in
oorsprong is menselijke handeling een lichamelijke beweging, die tot des daders wilsvermogen,
diens psyche te herleiden is’. In de gedraging zelf ligt dus al een zekere psychische component
besloten: vooral intentionele gedragingen zijn relevant. Samenhang objectieve en subjectieve zijde
s.f. bijv. bijzondere delicten waarin opzetvereiste in delictsgedraging besloten ligt, zoals ‘dwingen’
bij verkrachtingsbepaling (242 Sr).
 Het fysieke aspect hoeft in hedendaagse SR pleging niet meer heel belangrijk te zijn: Regelmatig
gaat het om een combinatie van doen en laten. En bij functioneel daderschap kan van gedraging in
SR zin sprake zijn bij beschikkingsmacht over en een zekere aanvaarding van de activiteit van een
ander.
 Deze aanvaarding correspondeert met psychische component gedraging. Maar de psychische
component gedraging is minder veeleisend dan opzet/schuld en beperkt zich tot de gedraging. In
ijzerdraad-arrest werd overwogen dat daderschap en de subjectieve zijde van een s.f. uit elkaar
moeten worden gehouden. Van toerekening van opzet van fysieke dader aan functionele dader kan
geen sprake zijn ‘omdat t.a.v. enig delict of delictsbestanddeel door NL SR nergens wordt
toegerekend aan nat. persoon, indien die geestesgesteldheid niet bij hem of haar persoonlijk
aanwezig is geweest. Datzelfde geld voor schuld.
 Functionele dader moet zelf opzet of schuld hebben wanneer delictsomschrijving zo’n subjectief
bestanddeel bevat. Ook voor rechtspersonen, maar dan gebruik toerekening constructies.

Opzet en schuld bij misdrijven
Fundamenteel onderscheid misdrijven en overtredingen.

3

,  Waar het een misdrijf betreft moet volgens wetgever altijd of sprake zijn van opzet of van schuld en
dat bijna altijd als bestanddeel opgenomen.
 In uitzonderlijk geval waarin delictsomschrijving geen subjectief bestanddeel heeft, beperkt HR
aansprakelijkheid toch door een dergelijk bestanddeel in delictsomschrijving in te lezen. Bijv. het
voorhanden hebben van vuurwapen waarvoor door HR wordt vereist dat verdachte het wapen
‘bewust’ aanwezig had.
 Bij sommige misdrijven geen opzet of schuld vereist t.a.v. een bestanddeel van de
delictsomschrijving (zogenoemde geobjectiveerde bestanddelen, zoals leeftijd slachtoffer bij
zedenmisdrijven. Bij een enkel misdrijf wordt opzet of schuld noch expliciet noch impliciet op
bestanddeelniveau als voorwaarde gesteld. Zo hoeft volgens HR bij rijden onder invloed niet
vastgesteld te worden dat verdachte zich in meerdere of mindere mate van zijn toestand bewust
was. Daarbij wees HR op de beoogde ‘verscherpte repressie’, die zou worden gemist indien het OM
zou worden bezwaard met bewijslast van een bewustheid op die voor strafbaarheid cruciale
omstandigheid. Deze ‘schuld’ is doorgaans aanwezig.

Overtredingen en de leer van het materiële feit
Wetgever gaf aan dat bij overtredingen de opzet of schuld niet hoeft te worden bewezen  de leer van
het materiële feit. Idd bevat delictsomschrijving overtredingen doorgans enkel gedragsbestanddelen
en andere min of meer objectieve bestanddelen. Vaak wordt een bepaalde gedraging als overtreding
aangemerkt, terwijl dezelfde opzettelijk verrichte gedraging als misdrijf wordt bestempeld. Bij
commune overtredingen, waar geen doleuze misdrijfvarianten tegenover staan, komt soms wel een
‘psychisch’ bestanddeel voor, al dan niet in gedraging besloten. Bijv. straatschenderij 424 Sr: plegen
van een baldadigheid (culpoos bestanddeel).

Geen aansprakelijkheid zonder schuld
 Arrest Melk en water. Met water aangelegde melk verkocht als volle melk. Veehouder was door Rb
als ‘doen-pleger’ aansprakelijk gesteld, omdat zijn knecht de melk in opdracht veehouder (zonder
te weten van water) melk had bezorgd. Volgens veehouder kon knecht wel worden veroordeeld in
APV bepaling Amsterdam was het strafbaar om melk af te leveren, indien daaraan iets is
toegevoegd, zonder dat daarvoor enige schuld wordt vereist.
 HR: ‘dat in omschrijving s.f. niet uitdrukkelijk is vermeld, dat bij hem die dit feit pleegt althans
eenige schuld aanwezig moet zijn, doch hieruit geenszins mag worden afgeleid dat bij geheel gemis
van alle schuld de bepaling nochtans van toepassing is; dat toch iets, bepaaldelijk niet de
geschiedenis WvSr, er toe dwingt om aan te nemen, dat bij niet-vermelden van schuld als element
(nu bestanddeel) in de omschrijving van s.f., in bijzonder van een overtreding, onze wetgever het
stelsel huldigt, dat bij gebleken afwezigheid van elle schuld niettemin strafbaarheid zou moeten
worden aangenomen, tenzij er een grond tot uitsluiting daarvan in de wet mocht zijn aangewezen;
dat om deze tegen het rechtsgevoel en het – ook in ons SR gehuldigde- beginsel geen straf zonder
schuld indruisende leer te aanvaarden, de noodzakelijkheid daarvan uitdrukkelijk uit de
omschrijving van het s.f. zou moeten volgen, hetgeen ten deze niet het geval is.’  GEEN
STRAFRECHTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID ZONDER SCHULD.
 Later uitgekristalliseerd tot strafuitsluitingsgrond AVAS (afwezigheid van alle schuld: handelen
‘zonder eenige schuld’). AVAS speelt vooral bij overtredingen, maar kan ook bij misdrijven, bijv.
t.a.v. geobjectiveerde bestanddelen of beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling.

Het schuldbeginsel en het EVRM
Presumptio innocentiae art. 6 lid 2 EVRM.

Een verband tussen onschuldpresumtie en het vereiste van opzet, schuld of verwijtbaarheid komt naar
voren in Salabiaku-uitspraak 1988: Salabiaku had op vliegveld Parijs koffer gehaald, die dubbele
bodem met 10 kg hasj bleek te bevatten. Hij verklaarde hier niet van op de hoogte te zijn geweest, dat
er eten in koffer zat. Uiteindelijk veroordeling voor Douane-overtreding: smokkel verboden goederen
(van opzettelijke invoer van drugs werd hij vrijgesproken). N.a.v. de klacht dat door veroordeling art. 6
lid 2 EVRM was geschonden kwam EHRM tot belangrijke materieelrechtelijke beschouwingen.
 De leer van materiële feit wordt in beginsel aanvaardbaar geacht, maar toepassing daarvan in
concrete strafzaken moet wel met de onschuldpresumptie in overeenstemming zijn. En dat
betekent in het bijzonder in processuele zin dat vooronderstellingen slechts binnen redelijke
grenzen mogen worden toegepast, waarbij vooral weerlegbaarheid van vooronderstellingen van
belang is. De redelijkheid van die grenzen wordt onder meer bepaald door zwaarte delict in kwestie.
Het Straatsburgs verband gaat over minimumnormen, een vereiste van minimale
verwijtbaarheid. Strafvorderlijke betekenis voor bijv. bewijslastverdeling en sommige
bestanddelen leiden tot een risico van een zekere omkering van de bewijslast.

Straftoemeting naar mate van schuld?
4
R316,25
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
moniquedejonge1

Get to know the seller

Seller avatar
moniquedejonge1 Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
10
Member since
5 year
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
5 days ago

0,0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions