Samenvattingen artikelen D1
The California School and Beyond: How to Study the Great Divergence?
Peer Vries
Californians: Silver-Sink thesis + grondstoffen en kolonies.
Vries: vooral productiviteit + Groot-Brittannië gebruikte ook andere middelen beter (leger, produceren voor
de markt, energieproductie en consumptie, instituties, cultuur, etc.).
Het artikel gaat voornamelijk over de Great Divergence, het verschil tussen ‘het Westen’ en ‘de rest’. Deze
vond zijn oorsprong na de Industriële Revolutie. In conclusie wordt er in het artikel beschreven dat China en
Groot-Brittannië in eerste instantie deels afhankelijk van elkaar waren. Dit aangezien de Britten
exporteerden wat de Chinezen wilden importeren en vice versa. Uiteindelijk lukte het de Britten alles te
produceren wat ze voorheen van de Chinezen importeerden. Dit resulteerde in vermindering van de handel
tussen beide landen. Ook was de markt die Groot-Brittannië had veel winstgevender dan wat China
verdiende aan de Britten. Het belangrijkste aspect is volgens Vries dat Groot-Brittannië investeerde in
technologische vooruitgang en het inzetten van een andere soort energie in de industrie.
Exotic Goods, Popular Consumption, and the Standard of Living: Thinking About Globalization in the Early
Modern World
Anne E.C. McCants
Auteur is tegen de theorie dat er pas globalisering plaatsvindt vanaf de Industriële Revolutie. Je moet
namelijk ook kijken naar consumptie, i.p.v. alleen te kijken naar productie. Grote delen van het Verenigd
Koninkrijk en Nederland consumeerden bijvoorbeeld Aziatische luxegoederen. Eind 17 e en 18e eeuw was er
een sprong in consumptie. Ook voor het gebruik van luxegoederen was er al veel import. In vergelijking met
het handboek beschrijft Wallerstein dat de handel van luxegoederen alleen voor de elite weggelegd is.
Daarbij wordt er in het handboek gesproken van een ‘Little Divergence’, die ontstond in Europa.
Craft Guilds in the pre-modern Economy: a discussion
S.R. Epstein
Smith: gilden zijn een economische rem door het tegengaan van innovaties.
Epstein schrijft na 1980 over de positieve verandering van het beeld over gildes.
1. Kwaliteitscontrole daadwerkelijke check
2. Training daadwerkelijk van belang om iets te leren.
3. Innovatie voor innovatie door middel van specialisatie.
4. Exclusiviteit geldsom om training te kunnen betalen, verder voor iedereen toegankelijk.
Rehabilitating the guilds: a reply
Sheilagh Ogilvie
Standpunt: gilden werkten economische groei tegen. Ze zijn inefficiënt, want ze zijn tegen concurrentie,
waardoor er geen innovaties ingezet zullen worden. Daarbij bevorderde gilden economische ongelijkheid.
1. Kwaliteitscontrole zelfbelang geld verdienen.
2. Training je kan het werk jezelf aanleren.
3. Innovatie ertegen / behoudend / conservatief.
4. Exclusiviteit niet makkelijk om binnen een gilde te komen.
The California School and Beyond: How to Study the Great Divergence?
Peer Vries
Californians: Silver-Sink thesis + grondstoffen en kolonies.
Vries: vooral productiviteit + Groot-Brittannië gebruikte ook andere middelen beter (leger, produceren voor
de markt, energieproductie en consumptie, instituties, cultuur, etc.).
Het artikel gaat voornamelijk over de Great Divergence, het verschil tussen ‘het Westen’ en ‘de rest’. Deze
vond zijn oorsprong na de Industriële Revolutie. In conclusie wordt er in het artikel beschreven dat China en
Groot-Brittannië in eerste instantie deels afhankelijk van elkaar waren. Dit aangezien de Britten
exporteerden wat de Chinezen wilden importeren en vice versa. Uiteindelijk lukte het de Britten alles te
produceren wat ze voorheen van de Chinezen importeerden. Dit resulteerde in vermindering van de handel
tussen beide landen. Ook was de markt die Groot-Brittannië had veel winstgevender dan wat China
verdiende aan de Britten. Het belangrijkste aspect is volgens Vries dat Groot-Brittannië investeerde in
technologische vooruitgang en het inzetten van een andere soort energie in de industrie.
Exotic Goods, Popular Consumption, and the Standard of Living: Thinking About Globalization in the Early
Modern World
Anne E.C. McCants
Auteur is tegen de theorie dat er pas globalisering plaatsvindt vanaf de Industriële Revolutie. Je moet
namelijk ook kijken naar consumptie, i.p.v. alleen te kijken naar productie. Grote delen van het Verenigd
Koninkrijk en Nederland consumeerden bijvoorbeeld Aziatische luxegoederen. Eind 17 e en 18e eeuw was er
een sprong in consumptie. Ook voor het gebruik van luxegoederen was er al veel import. In vergelijking met
het handboek beschrijft Wallerstein dat de handel van luxegoederen alleen voor de elite weggelegd is.
Daarbij wordt er in het handboek gesproken van een ‘Little Divergence’, die ontstond in Europa.
Craft Guilds in the pre-modern Economy: a discussion
S.R. Epstein
Smith: gilden zijn een economische rem door het tegengaan van innovaties.
Epstein schrijft na 1980 over de positieve verandering van het beeld over gildes.
1. Kwaliteitscontrole daadwerkelijke check
2. Training daadwerkelijk van belang om iets te leren.
3. Innovatie voor innovatie door middel van specialisatie.
4. Exclusiviteit geldsom om training te kunnen betalen, verder voor iedereen toegankelijk.
Rehabilitating the guilds: a reply
Sheilagh Ogilvie
Standpunt: gilden werkten economische groei tegen. Ze zijn inefficiënt, want ze zijn tegen concurrentie,
waardoor er geen innovaties ingezet zullen worden. Daarbij bevorderde gilden economische ongelijkheid.
1. Kwaliteitscontrole zelfbelang geld verdienen.
2. Training je kan het werk jezelf aanleren.
3. Innovatie ertegen / behoudend / conservatief.
4. Exclusiviteit niet makkelijk om binnen een gilde te komen.