Samenvatting: Theoretisch luik Gevorderde Kwalitatieve Methoden
Chapter 1: Introduction in case studies
Case studies zijn aangewezen bij:
1. ‘hoe’ en ‘waarom’ onderzoeksvragen
(er gaat tijd over)
2. Een onderzoeker die weinig tot geen
controle (nodig) heeft over de
situatie
= de gedragingen kunnen niet
gemanipuleerd worden
3. Een focus op hedendaagse
fenomenen in een real-life context
= directe observatie en interviews
van cases zijn typisch hier (grotere
variatie in bronnen/triangulatie)
➔ Het willen begrijpen van complexe, sociale fenomenen via een diepgaand, uitgebreid
onderzoek (holistische kijk) → Kan bij beschrijvend én verklarend onderzoek!
Mogelijke nadelen van case study:
1. Onderzoek verloopt niet strikt (slordige onderzoeker die systematische procedures niet volgt)
2. Uitkomsten vormen geen basis voor wetenschappelijke generalisatie (doel van case study is
echter het ontwikkelen van theorie en niet het opsommen van frequenties)
3. Case studies duren te lang en resulteren in enorme, onleesbare documenten (vandaag de dag
kan dit allemaal beknopter)
4. Case studies kunnen geen causale verbanden aantonen (daarom kunnen experimenten en
case studies hand in hand gaan = causale verbanden + hoe en waarom; het procesmatige)
➔ Case studies zijn best moeilijk om uit te voeren
Rol van case studies in evaluatie:
- Het causale verband uitleggen tussen de interventie en het effect
- Een interventie beschrijven en de context waar deze zich in bevindt
- Onderwerpen in een evaluatie illustreren (beschrijven)
- De situaties waarin de geëvalueerde interventie geen effect toont, beschrijven
Chapter 2: Designing case studies
Vijf componenten van case study design:
1. Onderzoeksvragen
➔ ‘hoe’ en ‘waarom’ onderzoeksvragen
➔ Kijken in literatuur naar onderwerpen die je interessant lijken, zijn er vervolgvragen
gesteld in voorgaande studies?
2. Veronderstellingen
➔ ‘hoe’ en ‘waarom’ geven je nog geen richting WAT je precies moet bestuderen → belang
van werken met veronderstellingen (kunnen meerdere mogelijke verklaringen zijn vanuit
verschillende theorieën om je studie op te gaan bouwen = niet strak omlijnd)
➔ Let op: bij exploratief onderzoek kan je geen hypotheses stellen
, 3. Eenheden van analyse
➔ Kan persoon, groep, evenement, opleiding, buurt, school, etc. zijn
➔ De onderzoeksvraag moet eigenlijk aflijnen wat je ‘cases’ zijn, maak het nauw genoeg
➔ Eens cases vastgezet, wees strikt in het behouden van deze definiëring
➔ Mogelijke verdere verduidelijkingen kunnen belangrijk zijn: case = lokale diensten in
Zandhoven, welke ga je dan kiezen? OF, wat is het begin- en eindpunt in tijd? Wil je
bedrijven zien van opstart tot twee jaar later, of …?
➔ Indien je je onderzoek wil vergelijken met voorgaand onderzoek, moeten de cases gelijk
zijn!
4. Zorg voor een logische link tussen dataverzameling en de hypotheses!
5. Criteria om de resultaten te interpreteren
➔ Rival Explanations (RE) identificeren en adresseren in onderzoek! RE’s zijn alternatieve
factoren die mogelijks verantwoordelijk zijn voor de resultaten in het onderzoek (Meestal
tegenstrijdige resultaten ivm de veronderstelling)
➔ Dit moet al in voorbereidende designfase van je onderzoek geanticipeerd en opgesomd
worden! = anders gevaar voor interne validiteit!
De rol van theorie in case study design:
- Literatuurstudie vormt belangrijke blauwdruk van je design/onderzoek!
- Verschillende soorten literatuur/theorieën om te bekijken/ontwikkelen:
o Theorie over individuen, groepen, organisaties, maatschappij, …
- Generaliseren van case study naar theorie:
o Statistische generalisatie:
▪ Minder relevant voor case studies
▪ Kwantitatieve data met betrouwbaarheidsformules
▪ Hoe groter de sample en variatie erin, hoe beter deze men kan generaliseren
o Analytische generalisatie
▪ Relevanter voor case studies
▪ Voorgaande theorie wordt gebruikt als vergelijking met de empirische
bevindingen = replicatie (indien twee of meer cases dezelfde theorie
ondersteunen, maar geen evengoed mogelijke RE ondersteunen)
Criteria voor beoordelen van de kwaliteit van een case study:
TESTS Kenmerken In Case Study Onderzoeksfase
Constructvaliditeit Constructvaliditeit geeft aan - Meerdere soorten databronnen Dataverzameling
in welke mate een gebruiken en samenstelling
onderzoeks-instrument het - Chains of evidence ervan
concept meet dat het moet - Key informants review draft
meten.
Interne validiteit Interne validiteit is de mate - Pattern matching = komt het Data-analyse
waarin je met zekerheid kunt verwachte patroon (hypothese)
stellen dat een vastgestelde overeen met het eigenlijke patroon
oorzaak-gevolgrelatie niet - Explanation building = RE overrulen
door andere factoren kan adhv andere theorie/studies
worden verklaard. - RE’s adresseren
Chapter 1: Introduction in case studies
Case studies zijn aangewezen bij:
1. ‘hoe’ en ‘waarom’ onderzoeksvragen
(er gaat tijd over)
2. Een onderzoeker die weinig tot geen
controle (nodig) heeft over de
situatie
= de gedragingen kunnen niet
gemanipuleerd worden
3. Een focus op hedendaagse
fenomenen in een real-life context
= directe observatie en interviews
van cases zijn typisch hier (grotere
variatie in bronnen/triangulatie)
➔ Het willen begrijpen van complexe, sociale fenomenen via een diepgaand, uitgebreid
onderzoek (holistische kijk) → Kan bij beschrijvend én verklarend onderzoek!
Mogelijke nadelen van case study:
1. Onderzoek verloopt niet strikt (slordige onderzoeker die systematische procedures niet volgt)
2. Uitkomsten vormen geen basis voor wetenschappelijke generalisatie (doel van case study is
echter het ontwikkelen van theorie en niet het opsommen van frequenties)
3. Case studies duren te lang en resulteren in enorme, onleesbare documenten (vandaag de dag
kan dit allemaal beknopter)
4. Case studies kunnen geen causale verbanden aantonen (daarom kunnen experimenten en
case studies hand in hand gaan = causale verbanden + hoe en waarom; het procesmatige)
➔ Case studies zijn best moeilijk om uit te voeren
Rol van case studies in evaluatie:
- Het causale verband uitleggen tussen de interventie en het effect
- Een interventie beschrijven en de context waar deze zich in bevindt
- Onderwerpen in een evaluatie illustreren (beschrijven)
- De situaties waarin de geëvalueerde interventie geen effect toont, beschrijven
Chapter 2: Designing case studies
Vijf componenten van case study design:
1. Onderzoeksvragen
➔ ‘hoe’ en ‘waarom’ onderzoeksvragen
➔ Kijken in literatuur naar onderwerpen die je interessant lijken, zijn er vervolgvragen
gesteld in voorgaande studies?
2. Veronderstellingen
➔ ‘hoe’ en ‘waarom’ geven je nog geen richting WAT je precies moet bestuderen → belang
van werken met veronderstellingen (kunnen meerdere mogelijke verklaringen zijn vanuit
verschillende theorieën om je studie op te gaan bouwen = niet strak omlijnd)
➔ Let op: bij exploratief onderzoek kan je geen hypotheses stellen
, 3. Eenheden van analyse
➔ Kan persoon, groep, evenement, opleiding, buurt, school, etc. zijn
➔ De onderzoeksvraag moet eigenlijk aflijnen wat je ‘cases’ zijn, maak het nauw genoeg
➔ Eens cases vastgezet, wees strikt in het behouden van deze definiëring
➔ Mogelijke verdere verduidelijkingen kunnen belangrijk zijn: case = lokale diensten in
Zandhoven, welke ga je dan kiezen? OF, wat is het begin- en eindpunt in tijd? Wil je
bedrijven zien van opstart tot twee jaar later, of …?
➔ Indien je je onderzoek wil vergelijken met voorgaand onderzoek, moeten de cases gelijk
zijn!
4. Zorg voor een logische link tussen dataverzameling en de hypotheses!
5. Criteria om de resultaten te interpreteren
➔ Rival Explanations (RE) identificeren en adresseren in onderzoek! RE’s zijn alternatieve
factoren die mogelijks verantwoordelijk zijn voor de resultaten in het onderzoek (Meestal
tegenstrijdige resultaten ivm de veronderstelling)
➔ Dit moet al in voorbereidende designfase van je onderzoek geanticipeerd en opgesomd
worden! = anders gevaar voor interne validiteit!
De rol van theorie in case study design:
- Literatuurstudie vormt belangrijke blauwdruk van je design/onderzoek!
- Verschillende soorten literatuur/theorieën om te bekijken/ontwikkelen:
o Theorie over individuen, groepen, organisaties, maatschappij, …
- Generaliseren van case study naar theorie:
o Statistische generalisatie:
▪ Minder relevant voor case studies
▪ Kwantitatieve data met betrouwbaarheidsformules
▪ Hoe groter de sample en variatie erin, hoe beter deze men kan generaliseren
o Analytische generalisatie
▪ Relevanter voor case studies
▪ Voorgaande theorie wordt gebruikt als vergelijking met de empirische
bevindingen = replicatie (indien twee of meer cases dezelfde theorie
ondersteunen, maar geen evengoed mogelijke RE ondersteunen)
Criteria voor beoordelen van de kwaliteit van een case study:
TESTS Kenmerken In Case Study Onderzoeksfase
Constructvaliditeit Constructvaliditeit geeft aan - Meerdere soorten databronnen Dataverzameling
in welke mate een gebruiken en samenstelling
onderzoeks-instrument het - Chains of evidence ervan
concept meet dat het moet - Key informants review draft
meten.
Interne validiteit Interne validiteit is de mate - Pattern matching = komt het Data-analyse
waarin je met zekerheid kunt verwachte patroon (hypothese)
stellen dat een vastgestelde overeen met het eigenlijke patroon
oorzaak-gevolgrelatie niet - Explanation building = RE overrulen
door andere factoren kan adhv andere theorie/studies
worden verklaard. - RE’s adresseren