Samenvatting Week 1-5 (literatuur van dinsdag en colleges)
Inhoudsopgave
Week 1 en 2 .................................................................................................................................. 3
Rigter - Gehechtheid en Hechtingsstoornissen .............................................................................. 3
Hechten ...................................................................................................................................... 22
De trap van menselijke emoties, relaties en ontwikkeling ..................................................................22
Paradox in de Jeugdhulpverlening: Continuïteit versus Onveiligheid ...................................................23
Lost in Translation? Kernbegrippen uit de Gehechtheidstheorie .........................................................26
Hoorcolleges ............................................................................................................................... 31
Artikelen ..................................................................................................................................... 34
Attachment orientations and emotion regulation. Current opinion in psychology................................34
Meten is weten. Dilemma’s bij het in kaart brengen van gehechtheid in onderzoek en praktijk. ............36
Week 3 ........................................................................................................................................ 41
Rigter H5 - Slaapstoornissen en slaapproblemen .......................................................................... 42
Parenting and infant sleep/ Ouderschap en de Slaap van Baby’s .................................................... 64
Slaap bij jonge kinderen ............................................................................................................... 68
Slaapproblemen: Voor wie is dit een probleem? ............................................................................ 69
Ondersteuning van ouders bij slaapproblemen ............................................................................. 73
Slaap bij Adolescenten ................................................................................................................ 76
Week 4 ........................................................................................................................................ 78
Hoofdstuk 6 Rigter ....................................................................................................................... 78
Hoofdstuk 15 Rigter ..................................................................................................................... 94
Hoorcollege: eetgedrag .............................................................................................................. 114
Meer informatie over ARFID........................................................................................................ 121
Meer informatie over voedselneofobie en Picky/Fussy Eten ......................................................... 124
Invloed van ouders op het eetgedrag van kinderen ...................................................................... 130
1
,Eetstoornissen en hun diagnostische veranderingen en behandelmethoden ................................ 134
Week 5 ...................................................................................................................................... 139
Rigter ........................................................................................................................................ 139
Artikelen ................................................................................................................................... 154
Ontwikkelingssignalen bij peuters en zindelijkheidstraining ............................................................. 154
Zindelijkheidstraining (ZT) bij kinderen ........................................................................................... 156
Ouderlijke Opvattingen over Zindelijkheidstraining (ZT): Beliefs en Attitudes ..................................... 160
H2 Cultuur en Hulpverlening ..................................................................................................... 164
College over zindelijkheid .......................................................................................................... 168
College over conditioneren (belangrijkste punten) ...................................................................... 169
Theorie over conditioneren (uitgebreid)...................................................................................... 182
H3: klassieke conditionering ......................................................................................................... 182
H4 Operante leerprincipes ............................................................................................................ 207
2
,Week 1 en 2
Rigter - Gehechtheid en Hechtingsstoornissen
Wat is gehechtheid en Hoe ontstaat het?
Definitie van gehechtheid
Ø Gehechtheid
=een aangeboren gedragssysteem waarmee een kind de nabijheid zoekt van specifieke
beschermende verzorgers in situaties van angst, spanning of verdriet, ter bevordering van
veiligheid en bescherming.
Elementen van de definitie
Ø Attachment Behavioral System:
= Een aangeboren neiging van kinderen om gehechtheid te ontwikkelen.
Ø Evolutionair belang
= Nabijheid van de ouder vergroot de overlevingskansen van het kind.
Ø Specifieke verzorger
= Gehechtheid is vaak gericht op de primaire verzorger. Het kind kan onderscheid maken
tussen de primaire en andere verzorgers.
Ø Trigger
=Gehechtheidsgedrag wordt geactiveerd bij angst, spanning of verdriet (= het attachment
behavioral system).
Waarom is Gehechtheid belangrijk?
Ø Emotieregulatie:
v 2 soorten:
• Avoidant (=negatief intern werkmodel van anderen):
= Onderdrukken van emoties zoals angst, verdriet en boosheid (minimaliseren).
• Anxious (=negatief intern werkmodel van zelf)
= Overdrijven van eigen emoties, verhoogde behoefte aan nabijheid (maximaliseren).
v Mensen die laag scoren op beiden van deze
= effectieve emotie strategieën, oplossingsgerichter, kunnen situaties beter omdenken
v Mensen die hoog scoren op anxious
= zijn meer afgeleid door de beangstigende stimulus
v Mensen die hoog scoren op avoidant
= moeite met ophalen van herinneringen uit het verleden
Ø Impact op ontwikkeling:
3
, v Gedesorganiseerde gehechtheid kan leiden tot problemen met zelfbeeld,
emotieregulatie, vriendschappen, en verhoogd risico op psychopathologie en
partnergeweld.
Belangrijke aspecten van gehechtheid
Ø Het is een band tussen het kind en de ouder/verzorger, waarbij het kind veiligheid en
troost zoekt. Het gaat dus om de relatie van het kind met de ouder, niet andersom (geen
parentificatie).
Ø Veiligheid: Veilige Basis en Veilige Haven
v Veilige Basis
= De ouder biedt een stabiel vertrekpunt voor exploratie van de omgeving.
• Zorgt ervoor dat een kind nieuwe situaties durft te verkennen. Gedrag zoals fysiek
contact zoeken is vaak zichtbaar.
v Veilige Haven
= Het kind kan terugkeren naar de ouder voor troost en veiligheid.
• Biedt bescherming in bedreigende situaties en is essentieel voor het ontdekken van
de wereld.
v Balans: Veiligheid ontstaat wanneer er evenwicht is tussen exploratie (veilige basis) en
toevluchtsoord (veilige haven).
Ø Regulatie
= Gehechtheid helpt bij de ontwikkeling van zelfregulatie via co-regulatie met de ouder.
Ø Functionele Aanpassing
= Gehechtheidsgedrag varieert van nabijheid zoeken (=maximaliseren) tot exploreren
(=minimaliseren).
v Onveilige Gehechtheid is een functionele aanpassing
= Het kind leert wat het kan verwachten van de ouder en past zich aan, maar kan zich
ook aanpassen door emoties te minimaliseren of maximaliseren.
v Gedesorganiseerde Gehechtheid
= Wijst op problemen in de opvoedingssituatie, zoals mishandeling of verwaarlozing. Dit
is geen functionele aanpassing, maar een verstoord hechtingspatroon.
Ø "Good Enough" Opvoeding
= 30% goede interacties is voldoende voor een veilige gehechtheidsrelatie.
Ø Sensitiviteit van de opvoeder is bepalend voor de kwaliteit van gehechtheid.
Ø Gehechtheid heeft invloed op latere ontwikkelingsgebieden.
Ø Gehechtheid is relatie-specifiek
= Gehechtheid is gericht op specifieke verzorgers, niet algemeen.
Ø Window of tolerance: Optimaliseren spanningszone voor emotieregulatie.
Ø Driehoek van Malan: Achter defensief gedrag zit angst en een onvervulde behoefte.
4