SPECIFIEKE METABOLE WEGEN IN DE LEVER
Alles rood onderstreept of met
1. Sachariden → hepatocyt versus myocyt (niet nadruk bij examen) rode tekst aangegeven: EXAMEN!!!
2. Lipiden → hepatocyt versus adipocyt
3. Proteïnen → detoxificatie NH3
4. (Nucleïnezuren → niet specifiek lever)
SACCHARIDE METABOLISME
0. PARATE KENNIS
• Centrale molecule = glucose-6-P: actief én geladen
• 2 koppels van omgekeerde processen:
o Glycogenolyse glycogenese: alleen in lever en spier
o Glycolyse: alle cellen gluconeogenese
1. GLYCOGEEN METABOLISM E
PRINCIPE GLYCOGENOLY SE
= eenvoudige katabole weg: 4 stappen,
• Glycogeen fosforylase: glycogeen →glucose-1-P
o Activiteit wordt geregeld door hormonen
• In hepatocyt glucose-6-fosfatase: glucose-6-P →glucose
o Verknipt glucose-6-P tot een neutrale molecule voor transport in bloed
UNIEKE ROL VAN LEVER -GLYCOGEEN
• Lever & spier: zelfde metabole weg, ≠ gebruik
→ redistributie glucose alleen uit lever!!!
• Beperkte energie uit glycogeen: stapelvorm glucose voor
ongeveer 1 dag brandstof
• Relatief (%) meer glycogeen in hepatocyt dan in myocyt,
absoluut gehalte (aantal gram) echter omgekeerd ...
• Capaciteit glucose opstapelen is groter bij lever!
ONDERSTEUNING VAN SPIER DOOR LEVER
• LEVER: aanmaak glucose
o Glycogeen => glucose-6-P => glucose
o Gluconeogenese
• SPIER: verbruikt glucose uit lever! (Glycolyse)
,GLYCOLYSE IN SPIER
Regeling stap 1 glycolyse
• Hexokinasen: ≠ iso-enzymen/weefsel, gluco-kinase in lever
o Stap 1: glucose activeren => glucose-6-P
• Allosterische inhibitor = glucose-6-P (autoregulatie)
o Lever gebruikt glucose-6-P NIET als rem!!!
o Deze is namelijk ook voorloper van de glycogenese!!
• Glucokinase: allosterische inhibitor = fructose-6-P
o Wel als rem gebruiken
ANDERE REGULATIE SUI KERWEGEN: COVALENTE MODIFICATIE
De hormonen zijn 1e messengers.
Nadruk dat glucagon ALLEEN op
de lever inwerkt en dus niet op
(dwars)gestreept spierweefsel
inwerkt.
2. GLUCONEOGENESE
INLEIDEND
• Start traag op want vergt veel energie verbruik.
• 11 stappen waarvan 4 irreversibel.
• Glucose maken uit een niet-suiker.
• Niet opnieuw kunnen geven dit jaar voor
op het examen (1e semester)
SUBSTRATEN GLUCONEOGE NESE
Alle huisdieren: (parate kennis, structuurformules kunnen tekenen)
• Lactaat ↔ pyruvaat (Cori cyclus) (beste optie!)
• Ala /asp ↔pyruvaat/oxaalacetaat (glucose-ala cyclus)
• (Glycerol →glycerol-3P →diOH-aceton-P)
• Herkauwers: ook propionaat (>> propionyl-CoA)
Oxaalacetaat Aspartaat
, LIPIDEN METABOLISME
0. INDELING HOOFDSTUK
3 luiken:
1. Transport lipiden waarschijnlijk bijvraag met figuur (exo vs endo)
2. Ketogenese + ketolyse
3. Anabolisme lipiden =
• Vetzuren → triacylglycerolen, fosfolipiden
• Cholesterol → steroïden
• Bèta-oxidatie: vetzuurafgeleide lipiden
1. INDELING LIPIDEN
• Lipiden kunnen we onderverdelen in 2 groepen:
de vetzuren en de isoprenoïden
• De vetzuren bevatten esters. De triacylglycerolen zijn
voor ons de belangrijkste, deze slaan energie op.
• Bij de isoprenoïden zijn de steroïden de belangrijkste.
Merk op dat alle steroïden isoprenoïden zijn, maar
niet vice versa!
2. TRANSPORT VAN LIPIDE N
• We nemen lipiden op via de voeding / exogeen
o Hierbij meer triacylglycerolen dan overige lipiden
• Vertering via pancreas lipasen: esters kapot maken
o Reësterificatie in dunne darm
▪ = NIEUWE esters
o Slechts kleine hoeveelheden vrije vetzuren en glycerol
• Gevolg: transport lipiden >> vrije vetzuren en glycerol !!!!!!
o Lipiden: slecht wateroplosbare esters
TRANSPORT VRIJE VETZUREN EN GLYCEROL
• Vanuit dunne darm via bloed (vena porta) naar lever
• Vrije vetzuren: lange ketens, slecht wateroplosbaar
o “NEFA’s” op carrier: voor transport gekoppeld worden aan albumine
o Niet het gehele lipide, maar enkel hun staart wordt gebonden aan albumine
o Synthese albumine in lever
• Glycerol: klein + wateroplosbaar, polair, neutraal