1
, Onewheel
Valt het rijden met een Onewheel op de groenstrook in een park in het centrum van Utrecht onder
het verbod in artikel 5.10 van de Algemeen plaatselijke verordening Utrecht?
Hoofdstuk 1: Inleiding
De Algemene plaatselijke verordening Utrecht (hierna: APV) regelt in artikel 5.10 de ‘aantasting
groenvoorzieningen door voertuigen’. Artikel 5.10 lid 1 van de APV luidt: ‘’Het is verboden met een
voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of aangelegde
beplanting of groenstrook.’’
Een persoon is door een buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: boa) bekeurd wegens het
overtreden van artikel 5.10 lid 1 van de APV, omdat hij met zijn Onewheel op de groenstrook in een
park in het centrum van Utrecht reed.
Ik ben van mening dat de boa de persoon onterecht heeft bekeurd. Ik ben tot mijn bevinding
gekomen door in te gaan op theorieën vanuit zowel taalkundig, als juridisch perspectief. Na het
bespreken van de taalkundige theorie, zal ik mijn opvatting toelichten. Daarnaast zal ik tevens vanuit
de juridische theorie mijn opvatting toelichten. Ook zal ik vanuit beiden perspectieven een
tegenargument innemen. Tot slot vat ik het kort samen en zal er een conclusie volgen.
Hoofdstuk 2: Taalkundig perspectief
2.1. Theorie
2.1.1. Prototype theorie
In de wettekst van artikel 5.10 lid 1 van de APV is de term ‘voertuig’ opgenomen. De persoon handelt
dan enkel in strijd met de APV als een Onewheel gekwalificeerd kan worden als een voertuig. Om dit
te bepalen kan de zogeheten ‘prototype theorie’ worden toegepast. 1 Middels deze theorie kan
worden bepaald of een Onewheel een voertuig is door hem te vergelijken met het beste exemplaar
van een voertuig. Hierbij kan dan naar verschillende qualia worden gekeken, zoals
objecteigenschappen en functie.2
1
A. Cruse 2004, p. 132.
2
M. de Belder, Hoorcollege, 22 november 2023, ‘Ambiguïteit in taal deel 1’, nr. 30-31.
2
, Onewheel
Valt het rijden met een Onewheel op de groenstrook in een park in het centrum van Utrecht onder
het verbod in artikel 5.10 van de Algemeen plaatselijke verordening Utrecht?
Hoofdstuk 1: Inleiding
De Algemene plaatselijke verordening Utrecht (hierna: APV) regelt in artikel 5.10 de ‘aantasting
groenvoorzieningen door voertuigen’. Artikel 5.10 lid 1 van de APV luidt: ‘’Het is verboden met een
voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of aangelegde
beplanting of groenstrook.’’
Een persoon is door een buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: boa) bekeurd wegens het
overtreden van artikel 5.10 lid 1 van de APV, omdat hij met zijn Onewheel op de groenstrook in een
park in het centrum van Utrecht reed.
Ik ben van mening dat de boa de persoon onterecht heeft bekeurd. Ik ben tot mijn bevinding
gekomen door in te gaan op theorieën vanuit zowel taalkundig, als juridisch perspectief. Na het
bespreken van de taalkundige theorie, zal ik mijn opvatting toelichten. Daarnaast zal ik tevens vanuit
de juridische theorie mijn opvatting toelichten. Ook zal ik vanuit beiden perspectieven een
tegenargument innemen. Tot slot vat ik het kort samen en zal er een conclusie volgen.
Hoofdstuk 2: Taalkundig perspectief
2.1. Theorie
2.1.1. Prototype theorie
In de wettekst van artikel 5.10 lid 1 van de APV is de term ‘voertuig’ opgenomen. De persoon handelt
dan enkel in strijd met de APV als een Onewheel gekwalificeerd kan worden als een voertuig. Om dit
te bepalen kan de zogeheten ‘prototype theorie’ worden toegepast. 1 Middels deze theorie kan
worden bepaald of een Onewheel een voertuig is door hem te vergelijken met het beste exemplaar
van een voertuig. Hierbij kan dan naar verschillende qualia worden gekeken, zoals
objecteigenschappen en functie.2
1
A. Cruse 2004, p. 132.
2
M. de Belder, Hoorcollege, 22 november 2023, ‘Ambiguïteit in taal deel 1’, nr. 30-31.
2