PRIJSBEPALENDE ELEMENTEN EN PRIJSSTRATEGIEËN:
1. Kostprijs gerichte prijsstelling:
- Cost-plus pricing: de productieprijs per eenheid wordt berekend en daar wordt dan
een bepaald marge aan toegevoegd.
- Target return pricing: hierbij gaat de ondernemer eveneens uit van de kostprijs. De
marge wordt echter bepaald als een vast percentage op het geïnvesteerde eigen
vermogen.
2. Concurrentiegericht prijsstelling:
- Passief prijsbeleid: de ondernemer volgt de prijsveranderingen van de concurrentie.
De prijs van het product is met andere woorden gebaseerd op de prijs die gangbaar
is in de markt, zoals benzineprijzen.
- Actief prijsbeleid: hierbij is er een prijsleider in de markt. De prijs wordt dan
bijvoorbeeld bewust laag gehouden om huidige concurrentie uit de markt te werken of
nieuwe concurrenten af te schrikken.
3. Vraaggerichte prijsstelling:
- Optische verkleining: hierbij wordt uitgerekend hoeveel de prijs per maand/ week is.
- Kleine prijsverschillen: bijvoorbeeld €2.99.
- Ronde prijzen: bijvoorbeeld juist €3.
- Kortingen: deze worden toegepast om de afzet (tijdelijk) te vergroten.
- Prijsimago/price lining: prijs en kwaliteit van het product moeten overeenstemmen.
- Prijsdiscriminatie: de onderneming vraagt voor dezelfde producten op verschillende
markten en op verschillende momenten, een verschillende prijs.
- Prijsdifferentiatie: er worden verschillende prijzen bepaald voor vergelijkbare, maar
(licht) verschillende producten.
- Betrokkenheid: hoe hoger de betrokkenheid van de klant, hoe hoger de vrijheid om
hogere prijzen te kiezen.
4. De productlevenscyclus:
- Introductie penetratie prijs: lage prijs om concurrenten af te schrikken
- Introductie afroom prijzen: hoge introductieprijzen invoeren met de bedoeling de
hoge ontwikkelingskosten snel terug te verdienen