1. De geschiedenis van de Belgische staat (1830-2023)
1.1 Het begin van de Belgische politiek: Revolutie
- 1830: het ontstaan van de Belgische staat
- 1831: De Belgische grondwet
- Staatsvorm: een constitutionele parlementaire monarchie
- Constitutioneel: grondwet
- Parlementair: politieke besluiten worden gemaakt in het parlement
- Parlement: bestaat uit de kamer van volksvertegenwoordigers en de senaat
- Monarchie: koning als staatshoofd
1.2 De Belgische Grondwet
- Belgische grondwet is de basis voor onze staat
- Alle burgers zijn gelijk voor de wet
- Volkssoevereiniteit vastgelegd in de grondwet (het volk heeft inspraak in het bestuur)
- Scheiding der machten (niet alle macht ligt bij één persoon)
- Wetgevende macht (de regering die de wetten opstelt), uitvoerende macht (de
koning), rechterlijke macht (politie, rechtbanken, …)
- Parlementairen verkozen door het volk: met cijnskiesrecht (enkel zij die hoge
belastingen betalen mogen stemmen)
- Grondwetswijzigingen: tweederdemeerderheid (in het parlement moet minstens twee
derde akkoord gaan vooraleer er een aanpassing in de grondwet kan doorgevoerd
worden)
- Kortom: de grondwet gaat machtsmisbruik tegen
1.3 De eerste politieke partijen (1830 - 1885)
- België kent lang twee politieke partijen: liberalen en katholieken
- Katholieken: conservatief en gefocust op kerkelijke waarden
- Liberalen: progressief en antiklerikaal (anti christelijke waarden)
- Door de industriële revolutie ontstaan een derde partij
- BWP: Belgische Werkliedenpartij (ontstaan socialisten)
- De BWP streeft naar betere arbeidsomstandigheden
- BWP boekt weinig succes door het cijnskiesrecht: waarom? het arbeidersvolk mag
niet gaan stemmen, omdat ze geen cijnskiesrecht hebben
1.4 Evolutie van het Belgisch stemrecht
- 1831: Cijnskiesrecht
- 1893: Algemeen meervoudig stemrecht (1): mannelijke burgers (25 jaar minimum)
(1) Afhankelijk van enkele parameters mag je één keer, twee keer of drie keer
stemmen. Parameters die bepalen of hoe veel keer je mag stemmen:
, - Iedereen die man is vanaf 25 jaar (krijgt een eerste stem)
- Hoeveelheid belastingen die je betaalt (cijnskiesrecht dat je betaalt)
- Diploma hoger onderwijs (studies)
- 1919: Algemeen enkelvoudig stemrecht (2): mannelijke burgers (21 jaar minimum)
(2) Iedereen krijgt één stem (nog steeds wel enkel voor mannen)
- 1948: Algemeen enkelvoudig stemrecht voor alle burgers (21 jaar minimum)
- 1969: Verlaging van de minimumleeftijd gemeenteraadsverkiezingen (min 18 jaar)
- 1981: Verlaging van minimumleeftijd parlementsverkiezingen (min 18 jaar)
Heleen tot partijen