1. Kwalitatief onderzoek
Iedereen waar je wat over wilt zeggen, noem je de
populatie. Omdat je niet iedereen kan onderzoeken,
neem je een gedeelte van de populatie. Het deel van
de populatie wat onderzocht wordt, noem je de
steekproef.
Subjecten/respondenten zijn hoe je de mensen in een onderzoek noemt.
Globaal kies je subjecten op 2 verschillende manieren:
- Aselect: geheel op willekeurige toevalisbasis subjecten ‘trekken’. Dit noemen we een
aselecte steekproef.
- Select: Er is geen sprake van een willekeursbasis. De subjecten of onderzoekers
maken uit van het selectieproces. Dit noemen we een selecte steekproef.
Kwalitatief onderzoek: bij een kwalitatief onderzeoek is het doel om bepaalde kenmerken
zoveel mogelijk in de steekproef terug te laten komen. Daarom wordt er vaak gebruik
gemaakt van een selecte steekproef.
Kenmerken kwalitatief onderzoek: op zoek naar redenen, motieven, attitudes.
Soorten selecte steekproeven:
- Gemaktssteekproef/convenience sample: subjecten benaderen die de onderzoeker
de minste inspanning kost. Welke wonen het dichts in de buurt; welke zijn het
makkelijkst te bereiken.
- Doelgerichte steekproef: deze kun je inzetten wanneer je op zoek bent naar een
selecte groep mensen met selecte eigenschappen etc.
- Quotasteekproef: vaststellen respondenten met specifieke kenmerken, bv
man/vrouw, jong/oud..
- Sneeuwbalsteekproef: aan de hand van een subject in contact komen met meerdere
subjecten, die ook weer tot andere subjecten kunnen leiden. Deze methode is vooral
geschikt wanneer je een bepaalde populatie moeilijk kan bereiken.
- Sequentiele steekproef: een steekproef die bestaat uit een meerdere
steekproefsoorten. Dit is vaak nodig, omdat onderzoekers vaak pas gedurende het
onderezoek weten met welke kenmerken ze meoten rekening houden. Eerst
iedereen meedoen, later specifiek. Gemaks/doelgericht.
, SPI©E-acroniem
- S: Setting (plaats)
- P:Perspective (Wie)
- I:Interest (wat/waar we geintereseerd in zijn)
- C:Comparison (waarmee wordt vergeleken)
- E:Evaluation (wat van de wat/ wat er geevalueerd/onderzocht wordt) (gevoel,
ervaring, beleving, vertonen)
- Wordt gebruik voor de onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek
Welk sociaal-emotioneel gedrag tegenover leeftijdsgenoten vertonen kinderen van
verslaafde ouderes die client zijn bij centrum X in Nederland.
S: Nederland
P: kinderen van verslaafde ouders
I: Sociaal-emotioneel gedrag tegenover leeftijdsgenoten
C: ..
E: vertonen
Triangulatie
- Triangulatie is het onderzoeken van een sociaal fenomeen vanuit verschillende
invalshoeken
- Triangulatie heeft als doel om de geloofwaardigheid van kwalitatieve
onderzoeksresultaten te verhogen
Vormen van triangulatie
- Data triangulatie (hierbij worden verschillende kwalitatieve gegevens verzameld, dus
naast interviews ook observaties bijvoorbeeld)
- Onderzoeker traingulatie (Meerdere onderzoekers data laten verzamelen of
analyseren. Dit om bijvoorbeeld bias te voorkomen, onafhankelijk van elkaar
uitkomsten zien)
- Theoretische triangulatie (hierbij worden verzamelde gegevens vanuit
verschilelnde theoretische invalshoeken bekeken. Deze aanpak kan opleveren:
nieuwe inzichtren opleveren die niet vanuit een discipline kan worden gezien)
- Methodologische triangulatie (combineren van kwalitatieve en kwantitatieve
onderzoeksmethodes, ookwel mixed-methods)
Coderen
- Coderen hoort bij kwalitatief onderzoek, bij kwantitatief onderzoek wordt gebruik
gemaakt van getallen en is coderen niet nodig
- Codes toekennen is onderhevig aan subjectiviteit