Begrippenlijst hoofdstuk 8 bij Portaal
Begrippenlijst hoofdstuk 8
In deze begrippenlijst vind je de begrippen van de Kennisbasis Nederlandse taal die besproken
worden in hoofdstuk 8 van Portaal.
Cognitieve Academische Taalvaardigheid (CAT) De vaardigheid om taal op een abstract niveau
te kunnen gebruiken om zo in een schoolse
context nieuwe informatie te kunnen verwerven
en verwerken.
Cognitieve ontwikkeling en taal De relatie tussen de cognitieve ontwikkeling van
kinderen en hun taalontwikkeling. Bij
woordenschat gaat het verwerven van nieuwe
concepten en hun labels, de conceptuele
ontwikkeling, hand in hand met de cognitieve
ontwikkeling.
Mentaal lexicon De systematische representatie van
woordkennis in het geheugen. Alle woorden die
we ons vanaf onze babytijd eigen maken,
worden erin opgeslagen.
Productieve woordenschat De taalgebruiker kent de woorden zodanig, dat
hij ze niet alleen begrijpt maar ook zelf kan
gebruiken als hij spreekt of schrijft.
Receptieve woordenschat De taalgebruiker herkent de betekenis van
woorden wanneer hij ze hoort of leest.
Schooltaalwoorden Woorden die specifiek in onderwijsleersituaties
worden gebruikt, zoals conclusie en tenzij.
Signaalwoorden Woorden die de lezer informatie verschaffen
over de taal- en denkrelaties in een tekst, zoals
bovendien en desondanks.
Taalvariatie De verscheidenheid in taalgebruik tussen
mensen en groepen mensen. De concrete
verschijningsvormen van taalvariatie worden
taalvariëteiten genoemd.
1 van 2
Begrippenlijst hoofdstuk 8
In deze begrippenlijst vind je de begrippen van de Kennisbasis Nederlandse taal die besproken
worden in hoofdstuk 8 van Portaal.
Cognitieve Academische Taalvaardigheid (CAT) De vaardigheid om taal op een abstract niveau
te kunnen gebruiken om zo in een schoolse
context nieuwe informatie te kunnen verwerven
en verwerken.
Cognitieve ontwikkeling en taal De relatie tussen de cognitieve ontwikkeling van
kinderen en hun taalontwikkeling. Bij
woordenschat gaat het verwerven van nieuwe
concepten en hun labels, de conceptuele
ontwikkeling, hand in hand met de cognitieve
ontwikkeling.
Mentaal lexicon De systematische representatie van
woordkennis in het geheugen. Alle woorden die
we ons vanaf onze babytijd eigen maken,
worden erin opgeslagen.
Productieve woordenschat De taalgebruiker kent de woorden zodanig, dat
hij ze niet alleen begrijpt maar ook zelf kan
gebruiken als hij spreekt of schrijft.
Receptieve woordenschat De taalgebruiker herkent de betekenis van
woorden wanneer hij ze hoort of leest.
Schooltaalwoorden Woorden die specifiek in onderwijsleersituaties
worden gebruikt, zoals conclusie en tenzij.
Signaalwoorden Woorden die de lezer informatie verschaffen
over de taal- en denkrelaties in een tekst, zoals
bovendien en desondanks.
Taalvariatie De verscheidenheid in taalgebruik tussen
mensen en groepen mensen. De concrete
verschijningsvormen van taalvariatie worden
taalvariëteiten genoemd.
1 van 2