Module 5: Biological Membranes
Hoofdstuk 2,11,12
5.1 Lipids
Leerdoelen:
• De schematische eigenschappen van lipiden (vetachtige stoffen).
Hoe ze opgebouwd zijn (niet welke kopgroepen, wel dat ze polair zijn).
• Verschillende soorten vetten (lipids)
• Hoe vettige (lipide) membranen bij elkaar gehouden worden
- Vetzuur is het meest belangrijke onderdeel van onze membranen. Het is hydrofoob.
Het bovenste deel is een carboxylgroep → Dat maakt het vetzuur organisch.
- Verschillende vetzuren onderscheiden zich in lengte en soorten binding.
- Vetzuur aan glycerol = vet → zorgt voor energieopslag, isolatie.
- Vetzuren worden benoemd naar het aantal koolstofatomen dat erin zit.
• 18:4 betekent→ 13 C atomen en 4 dubbele bindingen.
• Omega → zegt waar de eerste dubbele binding zit. Dus omega -3= eerste dubbele binding op
positie 3.
• Vetzuren met omega 3 en 6 kunnen wij niet zelf produceren. Het zijn essentiële vetzuren.
- Een vetzuur met alleen enkele bindingen = recht.
• Een vetzuur met ook dubbele bindingen → de keten heeft (meerdere) knik(ken). Dit komt
doordat de keten niet recht kan draaien door de knikken.
- Fosforlipide heet zo, omdat er een fosfaatgroep in zit.
• Hieraan zit een kopgroep en ook een glycerine molecuul.
• De kopgroep verschilt. Bijvoorbeeld een aminozuur of een 2e
glycerine. 1 ding hebben ze gemeen→ ze zijn polair (geladen).
- Cholesterol: OH-groep is de kopgroep (polair). De rest is gewoon
allifatisch en hydrofoob.
5.2 Bilayer
Leerdoelen:
• Hoe vettige membranen bij elkaar gehouden worden.
• De fysieke kenmerken/eigenschappen van lipide membranen.
- De krachten die leiden tot formatie van membranen zijn eerder uitgelegd: Hydrofobische
vetzuren worden gedwongen tot de kern van het hydrofobe effect. Hydrofiele kopgroepen
hebben interacties met water en ionen (waterstofbruggen,...).
• Het hydrofobe effect zorgt ervoor dat in een oplosbaar eiwit de moleculen bij elkaar liggen.
Zorgt ook voor het bij elkaar houden van membranen.
- Tussen hydrofiele kopgroepen is er ook aantrekkingskracht en afstotingskracht. Er zitten veel
metaalionen in. Die zitten als klamp tussen de fosfaatgroepen.
Hoofdstuk 2,11,12
5.1 Lipids
Leerdoelen:
• De schematische eigenschappen van lipiden (vetachtige stoffen).
Hoe ze opgebouwd zijn (niet welke kopgroepen, wel dat ze polair zijn).
• Verschillende soorten vetten (lipids)
• Hoe vettige (lipide) membranen bij elkaar gehouden worden
- Vetzuur is het meest belangrijke onderdeel van onze membranen. Het is hydrofoob.
Het bovenste deel is een carboxylgroep → Dat maakt het vetzuur organisch.
- Verschillende vetzuren onderscheiden zich in lengte en soorten binding.
- Vetzuur aan glycerol = vet → zorgt voor energieopslag, isolatie.
- Vetzuren worden benoemd naar het aantal koolstofatomen dat erin zit.
• 18:4 betekent→ 13 C atomen en 4 dubbele bindingen.
• Omega → zegt waar de eerste dubbele binding zit. Dus omega -3= eerste dubbele binding op
positie 3.
• Vetzuren met omega 3 en 6 kunnen wij niet zelf produceren. Het zijn essentiële vetzuren.
- Een vetzuur met alleen enkele bindingen = recht.
• Een vetzuur met ook dubbele bindingen → de keten heeft (meerdere) knik(ken). Dit komt
doordat de keten niet recht kan draaien door de knikken.
- Fosforlipide heet zo, omdat er een fosfaatgroep in zit.
• Hieraan zit een kopgroep en ook een glycerine molecuul.
• De kopgroep verschilt. Bijvoorbeeld een aminozuur of een 2e
glycerine. 1 ding hebben ze gemeen→ ze zijn polair (geladen).
- Cholesterol: OH-groep is de kopgroep (polair). De rest is gewoon
allifatisch en hydrofoob.
5.2 Bilayer
Leerdoelen:
• Hoe vettige membranen bij elkaar gehouden worden.
• De fysieke kenmerken/eigenschappen van lipide membranen.
- De krachten die leiden tot formatie van membranen zijn eerder uitgelegd: Hydrofobische
vetzuren worden gedwongen tot de kern van het hydrofobe effect. Hydrofiele kopgroepen
hebben interacties met water en ionen (waterstofbruggen,...).
• Het hydrofobe effect zorgt ervoor dat in een oplosbaar eiwit de moleculen bij elkaar liggen.
Zorgt ook voor het bij elkaar houden van membranen.
- Tussen hydrofiele kopgroepen is er ook aantrekkingskracht en afstotingskracht. Er zitten veel
metaalionen in. Die zitten als klamp tussen de fosfaatgroepen.