Leidinggeven MBO 4.
Les 1 Organisatieculturen
Organisatiecultuur:
Gedeelde normen, waarden en hoe je met elkaar omgaat binnen de organisatie.
Familiecultuur:
Organisatie wordt beschouwd als een hechte familie. Medewerkers hebben een sterke
onderlinge band en de focus ligt op teamwork, samenwerking en zorg voor elkaar. De
besluiten kunnen informeel zijn en gebaseerd zijn op het met elkaar eens zijn binnen de
groep. Een klein bedrijf, de eigenaar werkt nauw samen met de medewerkers
Adhocratiecultuur:
Kenmerkt zich door flexibiliteit, creativiteit en innovatie. De organisaties zijn vaak dynamisch
en ondernemend, medewerkers hebben de vrijheid om nieuwe ideeën te verkennen en te
experimenteren. Besluitvorming is gedecentraliseerd en er is weinig nadruk op formele
regels en procedures. Technologie bedrijven, start-ups en reclamebureaus zijn vaak
voorbeelden van organisaties met een adhocratiecultuur.
Hiërarchiecultuur:
Sterke nadruk op structuur, controle en duidelijke autoriteit. Leidinggevenden geven de
richting aan en de medewerkers volgen dat op. Er is een strikte hiërarchie en formele regels
en procedures spelen een belangrijke rol.
Marktcultuur:
Gericht op competentie, resultaten en prestatiegerichtheid. Een sterke focus op het behalen
van doelen en verslaan van concurrenten. De besluitvorming kan snel en resultaatgericht
zijn.
Rituelen:
dat verwijst naar symbolische handelingen, tradities of ceremoniën die vaak worden
uitgevoerd binnen de organisatie. Die rituelen dragen bij aan de bedrijfscultuur en creëren
een gevoel van samenhorigheid (verbinding), identiteit en betrokkenheid bij de
medewerkers. Rituelen kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd: vieringen,
bijeenkomsten, erkenning, evenementen of informele tradities.
Les 1 Organisatieculturen
Organisatiecultuur:
Gedeelde normen, waarden en hoe je met elkaar omgaat binnen de organisatie.
Familiecultuur:
Organisatie wordt beschouwd als een hechte familie. Medewerkers hebben een sterke
onderlinge band en de focus ligt op teamwork, samenwerking en zorg voor elkaar. De
besluiten kunnen informeel zijn en gebaseerd zijn op het met elkaar eens zijn binnen de
groep. Een klein bedrijf, de eigenaar werkt nauw samen met de medewerkers
Adhocratiecultuur:
Kenmerkt zich door flexibiliteit, creativiteit en innovatie. De organisaties zijn vaak dynamisch
en ondernemend, medewerkers hebben de vrijheid om nieuwe ideeën te verkennen en te
experimenteren. Besluitvorming is gedecentraliseerd en er is weinig nadruk op formele
regels en procedures. Technologie bedrijven, start-ups en reclamebureaus zijn vaak
voorbeelden van organisaties met een adhocratiecultuur.
Hiërarchiecultuur:
Sterke nadruk op structuur, controle en duidelijke autoriteit. Leidinggevenden geven de
richting aan en de medewerkers volgen dat op. Er is een strikte hiërarchie en formele regels
en procedures spelen een belangrijke rol.
Marktcultuur:
Gericht op competentie, resultaten en prestatiegerichtheid. Een sterke focus op het behalen
van doelen en verslaan van concurrenten. De besluitvorming kan snel en resultaatgericht
zijn.
Rituelen:
dat verwijst naar symbolische handelingen, tradities of ceremoniën die vaak worden
uitgevoerd binnen de organisatie. Die rituelen dragen bij aan de bedrijfscultuur en creëren
een gevoel van samenhorigheid (verbinding), identiteit en betrokkenheid bij de
medewerkers. Rituelen kunnen op verschillende manieren worden uitgevoerd: vieringen,
bijeenkomsten, erkenning, evenementen of informele tradities.