Paragrafen: 1.1.1, 1.1.2, 1.2.1, 1.2.3, 2.1.2 t/m 2.1.7, 2.1.9, 2.2.3, 2.2.6, 2.3.1
5.1 De fysieke ontwikkeling tijdens de jong volwassenheid
De lichamelijke ontwikkeling en rijping is voltooid —> het lichaam is op de top van zijn kunnen
(Rond 20 jaar)
Ook de hersenen zijn volgroeid en de myelinisering loopt door
= vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstel het axon omhult. Myeline geeft de witte
stof zijn kleur. Het zorgt ervoor dat zenuwimpulsen sneller worden doorgestuurd
Zintuigen zijn in deze periode ook gevoeliger dan ooit, kunnen goed zien, horen, voelen,
ruiken en proeven
Worden niet snel ziek en als ze ziek worden, worden ze al snel weer beter
Na dit hoogtepunt, rond de 30-40 jaar, neemt dit af —> veroudering
= de natuurlijke lichamelijke achteruitgang die wordt veroorzaakt door het ouder worden
1. Primaire veroudering: zichtbare veroudering (grijze haren, rimpels, etc.)
2. Secundaire veroudering: lichamelijke aftakeling die veroorzaakt wordt
door omgevingsfactoren of individueel gedrag (levensstijl, roken etc.)
5.2 De cognitieve ontwikkeling tijdens de jong volwassenheid
I. Piaget meende dat ons denken grotendeels hetzelfde bleef vanaf het eind van de
adolescentie
Formeel denken: zwart wit denken over onderwerpen en geen tussenweg zien te vinden. Iets
is goed of iets is slecht, er is niks tussen in. Alles proberen te begrijpen en verwerven dmv
logica
BV: vrouwen zijn anders dan mannen, dat is nu eenmaal zo
II. Giesela Labouvie-Vief meent dat de aard van het denken kwalitatief verandert tijdens de
jong volwassenheid
Postformeel denken: denken dat verder gaat dan Piagets formele operaties. In plaats van
het denken te baseren op puur logische processen met absoluut goede en absoluut foute
antwoorden, houdt het postformeel denken rekening met het feit dat hachelijke situaties
waarin volwassenen terecht kunnen komen soms op relativerende wijze moeten worden
opgelost. Er is ook een middenweg, het kan grijskleurig zijn
Dialectisch denken: belangstelling en waardering voor argumenten en
debat. Je moet soms onderhandelen want het is niet helemaal zwart of
wit, er kunnen meerder opvattingen/inzichten bestaan. (Niet alles is
met logica op te lossen, het kan ook vanuit ervaringen komen)
BV: de absolute waarheid bestaat niet
III. Perry: in de jong volwassenheid gaat het niet alleen om het verwerven van specifieke
soorten kennis, maar ook van manieren om de wereld te begrijpen (postformeel)
Dualistisch denken: iets is goed of fout, iemand is voor of tegen hen
Later in de jong volwassenheid ontstaat zicht het Meervoudig denken: kwesties kunnen
meer dan 1 kant hebben, er kunnen verschillende standpunten zijn
BV: de boef in de gevangenis is niet helemaal slecht hij heeft er vast een reden voor