Inleiding Strafprocesrecht
opdrachten
Week 1
Herhalingsvragen
1. Zoek in uw wettenbundel bepalingen waarin de volgende gedragingen strafbaar zijn
gesteld.
- Geef aan wat de bestanddelen zijn van deze delicten
- Geef aan welke minimum- en maximumstraf op het begaan van het feit is
gesteld.
- Geef aan of het een misdrijf of een overtreding betreft.
a. diefstal
Art. 310 Sr
1. Enig goed
2. Van een ander
3. Wegnemen
4. Oogmerk wederrechtelijke toeeigening
Minimum straf: gs: 1 dag art. 10 sr / gb: 3,- art. 23 Sr (BIJ ALLEMAAL HETZELFDE)
Maximum straf: gs: 4 jaar / gb: 4e cat.
Misdrijf
b. belediging (???)
Art. 266 Sr
1a. Elk opzettelijke belediging
2a. die niet karakter van smaad draagt
2b. die niet karakter van smaadschrift draagt
3a. Mondeling
3b. Schriftelijk
3c. Afbeelding
4a. In zijn tegenwoordigheid mondeling
4b. Door feitelijkheden
5a. Toegezonden geschrift
5b. Toegezonden afbeelding
5c. Aangeboden geschrift
5d. Aangeboden afbeelding
6. aangedaan
Rg. eenvoudige belediging
Minimum straf …
Maximum straf: gevangenisstraf maximaal 3 maanden, gb 2e cat.
Misdrijf
c. openbare dronkenschap
Art. 453 Sr
1. Kennelijke staat v. Dronkenschap
2. openbare weg
Maximum straf: gs: 12 dagen / gb: 1e cat
Overtreding
d. mishandeling
Art. 300 Sr
1. Mishandeling (opzettelijk, benadeling vd gezondheid)
Maximum straf: gs: 3 jaar / gb: 4e cat
, Misdrijf
e. dood door schuld
Art. 307 Sr
1. Dood v.e ander
2. schuld aan dood v.d ander
Maximum straf: gs: 2 jr / gb: 4e cat
Misdrijf
f. moord
Art. 289 Sr
1. Opzettelijk
2. met voorbedachten rade
3. ander van het leven beroven
Maximum straf: gs: levenslang of tijdelijk 30 jr / gb: 5e cat
Misdrijf
g. doodslag
Art. 287 Sr
1. Hij
2. Opzettelijk
3. een ander van het leven berooft
Minimum straf: …
Maximum straf: gevangenisstraf 15 jaar / gb: 5e cat
Misdrijf
h. gevaarlijk rijgedrag op de weg
Art. 5 WegenVerkeersWet (p. 4657) (strafbepaling achterin in de wet art. 177)
1. Gevaar op de weg veroorzaakt / kan worden; of
2. verkeer hinderen / kan worden
Maximum straf: gs: 2 maanden / gb: 2e cat (art. 177, lid 1, sub a, laatste zin Sr)
Overtreding
i. veroorzaken van een verkeersongeval
Art. 6 Wvw
1. Verkeersongeval
2. aan schuld te wijten
3. aan verkeer deelnemen
4. dood of zwaar lichamelijk letsel of …..
Maximum straf: gs: 3 jr / gb: 4e cat (art. 175 Wvw)
Misdrijf
j. joyriding
Art 11 Wvw
1. Opzettelijk wederrechtelijk
2. een aan een ander toebehorend motorrijtuig
3. gebriken op de weg
Maximum straf: gs: 6 maanden / gb: 5e cat (art. 176 lid 3 Wvw)
Misdrijf
k. rijden onder invloed
Art 8 Wvw
1. Voertuig
2. besturen
3. onder invloed van stof
4. rederlijkerwijs
Maximum straf: gs: 3 maanden / gb: 3e cat (art. 176 lid 4)
Misdrijf
, l. bezit van drugs
P. 4625 art. 2 & 3 Opiumwet
1. Middel op lijst
2. (A) of (B) of (C) of (D)
Maximum straf: art. 10/11 ow divers
Misdrijf
2. Wat is het verschil tussen:
a. diefstal (iets wegnemen) en verduistering (wat je toeeigend al in bezit)
b. diefstal met geweld (geweld aandoen) en afpersing (dreigen met geweld)
c. diefstal (goed wegnemen) en joyriding (gebruik voertuig ander)
d. moord (voorbedachte rade) en doodslag (geen vbr)
3. Wat is een hulpofficier van Justitie?
Opsporingsambtenaar
4. Welke drie typen van gedragingen stelt art. 157 Sr strafbaar?
brand sticht, ontploffing teweegbrengt, overstroming veroorzaakt
5. Wat is de maximum strafbedreiging voor de delictsomschrijving in art. 157 Sr?
Levenslang gevangenisstraf
6. Lees art. 91 Sr en geef aan wat de strekking is van dit artikel.
De bepalingen gelden ook in andere wetten
7. Formuleer op alle voor- of formele vragen de mogelijke uitspraak van de rechter.
Geen vervolging, vervolging
8. Formuleer op alle hoofd- of materiele vragen de mogelijke uitspraak van de rechter.
Straf opleggen of vrij laten.
Praktijkvragen
Casus 1
Bennie B. is een boer uit de Achterhoek. Op goede vrijdag sloopt hij een houten schuur van
zijn buurman Ferie K. Het hout gebruikt hij vervolgens voor een ‘paasvuur’ midden op zijn
eigen land.
1. Is Bennie B. strafbaar op grond van art. 157 Sr?
Stap 2: Stap 3:
Rv1: hij – Bennie B.
Rv2: opzettelijk – Hij sloopt met opzet de schuur voor een paasvuur.
Rv3: brand sticht - paasvuur
Rv4: gemeen gevaar voor goederen te duchten is – nee, geen gevaar voor anderen
Rg: Strafbaar – nee
Stap4: aan alle voorwaarden niet is voldaan, dus Bennie B. Is strafbaar niet op grond van art.
157 Sr.
opdrachten
Week 1
Herhalingsvragen
1. Zoek in uw wettenbundel bepalingen waarin de volgende gedragingen strafbaar zijn
gesteld.
- Geef aan wat de bestanddelen zijn van deze delicten
- Geef aan welke minimum- en maximumstraf op het begaan van het feit is
gesteld.
- Geef aan of het een misdrijf of een overtreding betreft.
a. diefstal
Art. 310 Sr
1. Enig goed
2. Van een ander
3. Wegnemen
4. Oogmerk wederrechtelijke toeeigening
Minimum straf: gs: 1 dag art. 10 sr / gb: 3,- art. 23 Sr (BIJ ALLEMAAL HETZELFDE)
Maximum straf: gs: 4 jaar / gb: 4e cat.
Misdrijf
b. belediging (???)
Art. 266 Sr
1a. Elk opzettelijke belediging
2a. die niet karakter van smaad draagt
2b. die niet karakter van smaadschrift draagt
3a. Mondeling
3b. Schriftelijk
3c. Afbeelding
4a. In zijn tegenwoordigheid mondeling
4b. Door feitelijkheden
5a. Toegezonden geschrift
5b. Toegezonden afbeelding
5c. Aangeboden geschrift
5d. Aangeboden afbeelding
6. aangedaan
Rg. eenvoudige belediging
Minimum straf …
Maximum straf: gevangenisstraf maximaal 3 maanden, gb 2e cat.
Misdrijf
c. openbare dronkenschap
Art. 453 Sr
1. Kennelijke staat v. Dronkenschap
2. openbare weg
Maximum straf: gs: 12 dagen / gb: 1e cat
Overtreding
d. mishandeling
Art. 300 Sr
1. Mishandeling (opzettelijk, benadeling vd gezondheid)
Maximum straf: gs: 3 jaar / gb: 4e cat
, Misdrijf
e. dood door schuld
Art. 307 Sr
1. Dood v.e ander
2. schuld aan dood v.d ander
Maximum straf: gs: 2 jr / gb: 4e cat
Misdrijf
f. moord
Art. 289 Sr
1. Opzettelijk
2. met voorbedachten rade
3. ander van het leven beroven
Maximum straf: gs: levenslang of tijdelijk 30 jr / gb: 5e cat
Misdrijf
g. doodslag
Art. 287 Sr
1. Hij
2. Opzettelijk
3. een ander van het leven berooft
Minimum straf: …
Maximum straf: gevangenisstraf 15 jaar / gb: 5e cat
Misdrijf
h. gevaarlijk rijgedrag op de weg
Art. 5 WegenVerkeersWet (p. 4657) (strafbepaling achterin in de wet art. 177)
1. Gevaar op de weg veroorzaakt / kan worden; of
2. verkeer hinderen / kan worden
Maximum straf: gs: 2 maanden / gb: 2e cat (art. 177, lid 1, sub a, laatste zin Sr)
Overtreding
i. veroorzaken van een verkeersongeval
Art. 6 Wvw
1. Verkeersongeval
2. aan schuld te wijten
3. aan verkeer deelnemen
4. dood of zwaar lichamelijk letsel of …..
Maximum straf: gs: 3 jr / gb: 4e cat (art. 175 Wvw)
Misdrijf
j. joyriding
Art 11 Wvw
1. Opzettelijk wederrechtelijk
2. een aan een ander toebehorend motorrijtuig
3. gebriken op de weg
Maximum straf: gs: 6 maanden / gb: 5e cat (art. 176 lid 3 Wvw)
Misdrijf
k. rijden onder invloed
Art 8 Wvw
1. Voertuig
2. besturen
3. onder invloed van stof
4. rederlijkerwijs
Maximum straf: gs: 3 maanden / gb: 3e cat (art. 176 lid 4)
Misdrijf
, l. bezit van drugs
P. 4625 art. 2 & 3 Opiumwet
1. Middel op lijst
2. (A) of (B) of (C) of (D)
Maximum straf: art. 10/11 ow divers
Misdrijf
2. Wat is het verschil tussen:
a. diefstal (iets wegnemen) en verduistering (wat je toeeigend al in bezit)
b. diefstal met geweld (geweld aandoen) en afpersing (dreigen met geweld)
c. diefstal (goed wegnemen) en joyriding (gebruik voertuig ander)
d. moord (voorbedachte rade) en doodslag (geen vbr)
3. Wat is een hulpofficier van Justitie?
Opsporingsambtenaar
4. Welke drie typen van gedragingen stelt art. 157 Sr strafbaar?
brand sticht, ontploffing teweegbrengt, overstroming veroorzaakt
5. Wat is de maximum strafbedreiging voor de delictsomschrijving in art. 157 Sr?
Levenslang gevangenisstraf
6. Lees art. 91 Sr en geef aan wat de strekking is van dit artikel.
De bepalingen gelden ook in andere wetten
7. Formuleer op alle voor- of formele vragen de mogelijke uitspraak van de rechter.
Geen vervolging, vervolging
8. Formuleer op alle hoofd- of materiele vragen de mogelijke uitspraak van de rechter.
Straf opleggen of vrij laten.
Praktijkvragen
Casus 1
Bennie B. is een boer uit de Achterhoek. Op goede vrijdag sloopt hij een houten schuur van
zijn buurman Ferie K. Het hout gebruikt hij vervolgens voor een ‘paasvuur’ midden op zijn
eigen land.
1. Is Bennie B. strafbaar op grond van art. 157 Sr?
Stap 2: Stap 3:
Rv1: hij – Bennie B.
Rv2: opzettelijk – Hij sloopt met opzet de schuur voor een paasvuur.
Rv3: brand sticht - paasvuur
Rv4: gemeen gevaar voor goederen te duchten is – nee, geen gevaar voor anderen
Rg: Strafbaar – nee
Stap4: aan alle voorwaarden niet is voldaan, dus Bennie B. Is strafbaar niet op grond van art.
157 Sr.