Economie katern 6
Hoofdstuk 2 Risico bij beleggen en ondernemen
2.1 Risico en beleggen
Beleggen: Het kopen van waardepapieren, eigendomsrechten en goederen met als doel deze na korte
of lange tijd weer met financieel voordeel te verkopen. Dit doe je meestal als je een groot bedrag aan
geld over hebt en dit niet meteen wilt uitgeven en ook niet op een spaarrekening wilt zetten.
Verwacht rendement: De voorspelling van de winstgevendheid van de belegging.
Risicopremie: Het extra rendement op een belegging omdat het risico op de belegging groter is dan
gemiddeld. Je krijgt dus extra geld terug, omdat er een kans is dat je je geld niet terug zou kunnen
krijgen (als het bedrijf failliet gaat).
Aandelen: Je wordt mede-eigenaar van een bedrijf. Dit doe je door een eigendomsbewijs te kopen.
Rendement:
Je krijgt hierbij rendement. Dit is afhankelijk van hoeveel winst of verlies het bedrijf heeft gemaakt.
Hoe hoger de winst, hoe meer de aandelen in waarde stijgen. Als het bedrijf weinig winst maakt,
worden de aandelen minder waard. Als een bedrijf failliet gaat verliezen de aandeelhouders alle
waarde van hun aandelen.
Rendement op 2 manieren:
1. Aandelen stijgen in waarde. Door goede winstverwachtingen van het bedrijf neemt de vraag naar
aandelen toe. Hierdoor stijgt de koers van het aandeel op de aandelenmarkt.
2. Dividend ontvangen. Dit is een winstuitkering aan aandeelhouders als een beloning voor het
beschikbaar stellen van hun eigen vermogen.
Rendement berekenen
Obligatie: Het ter beschikking stellen van een geldbedrag aan een bedrijf of overheid. Hiervoor krijg je
rente. Bij een obligatie loop je minder risico dan bij aandelen. Als een bedrijf failliet gaat, hebben de
aandelen geen waarde meer, terwijl je bij een obligatie nog wel (een deel) van de inleg terugkrijgt.
Ook heeft een obligatie een vaste looptijd, terwijl die van een aandeel oneindig is.
Staatsobligaties: Worden door de staat uitgegeven. Minder risico dan bij aandelen want de staat gaat
bijna nooit failliet.
Bedrijfsobligaties: Worden door een bedrijf uitgegeven.
Couponrente: De vaste rentevergoeding bij obligaties. Deze rente is onafhankelijk van de winst of het
verlies van een bedrijf. De rente staat vooraf vast.
Hoofdstuk 2 Risico bij beleggen en ondernemen
2.1 Risico en beleggen
Beleggen: Het kopen van waardepapieren, eigendomsrechten en goederen met als doel deze na korte
of lange tijd weer met financieel voordeel te verkopen. Dit doe je meestal als je een groot bedrag aan
geld over hebt en dit niet meteen wilt uitgeven en ook niet op een spaarrekening wilt zetten.
Verwacht rendement: De voorspelling van de winstgevendheid van de belegging.
Risicopremie: Het extra rendement op een belegging omdat het risico op de belegging groter is dan
gemiddeld. Je krijgt dus extra geld terug, omdat er een kans is dat je je geld niet terug zou kunnen
krijgen (als het bedrijf failliet gaat).
Aandelen: Je wordt mede-eigenaar van een bedrijf. Dit doe je door een eigendomsbewijs te kopen.
Rendement:
Je krijgt hierbij rendement. Dit is afhankelijk van hoeveel winst of verlies het bedrijf heeft gemaakt.
Hoe hoger de winst, hoe meer de aandelen in waarde stijgen. Als het bedrijf weinig winst maakt,
worden de aandelen minder waard. Als een bedrijf failliet gaat verliezen de aandeelhouders alle
waarde van hun aandelen.
Rendement op 2 manieren:
1. Aandelen stijgen in waarde. Door goede winstverwachtingen van het bedrijf neemt de vraag naar
aandelen toe. Hierdoor stijgt de koers van het aandeel op de aandelenmarkt.
2. Dividend ontvangen. Dit is een winstuitkering aan aandeelhouders als een beloning voor het
beschikbaar stellen van hun eigen vermogen.
Rendement berekenen
Obligatie: Het ter beschikking stellen van een geldbedrag aan een bedrijf of overheid. Hiervoor krijg je
rente. Bij een obligatie loop je minder risico dan bij aandelen. Als een bedrijf failliet gaat, hebben de
aandelen geen waarde meer, terwijl je bij een obligatie nog wel (een deel) van de inleg terugkrijgt.
Ook heeft een obligatie een vaste looptijd, terwijl die van een aandeel oneindig is.
Staatsobligaties: Worden door de staat uitgegeven. Minder risico dan bij aandelen want de staat gaat
bijna nooit failliet.
Bedrijfsobligaties: Worden door een bedrijf uitgegeven.
Couponrente: De vaste rentevergoeding bij obligaties. Deze rente is onafhankelijk van de winst of het
verlies van een bedrijf. De rente staat vooraf vast.