INLEIDING
BASISPRINCIPES
1: Is mijn diagnose correct ?
▪ Grondig onderzoek
▪ Correlatie beeldvorming aan onderzoek
▪ Wetenschappelijke kennis
2: Zal mijn behandeling het gewenste resultaat opleveren ?
▪ Goede communicatie met eigenaar
▪ Informatie over complicaties
Goede pre-operatieve planning:
▪ Heb ik voldoende kennis / ervaring ?
▪ Kan ik dit alleen?
▪ Heb ik de geschikte faciliteiten ?
Tijden operaties
▪ Werk ergonomisch
▪ Werk geordend en overzichtelijk
▪ Zichtbaarheid nastreven!
▪ Stap voor stap afwerken
▪ ‘Fast surgery is good surgery’ (?)
➢ eigenlijk moet je wel zo snel mogelijk werken → als men opereert
breekt men de huidbarrière, waardoor er makkelijker infectie is
enucleatie= oog verwijderen
▪ zwelling kan door infectie
▪ kort na operatie → meest waarschijnlijk= hematoom
Nabehandeling verzorgen
Het operatief team
▪ Chirurg= leider
▪ Anesthesist
▪ Assistent
▪ Intern / resident
▪ Student
Verschillende leiderschapsstijlen
▪ Gezaghebbende, visionaire stijl
➢ ‘rechtvaardige leider met visie’
➢ duidelijke richtlijnen, maar niet dwingend
➢ feedback over taakuitvoering
➢ duidelijke protocols vereist
, ➢ geloofwaardigheid vereist
➢ niet bevelend
▪ Participatieve stijl
➢ iedereen inspraak
➢ streven naar betrokkenheid en consensus
➢ heel stabiel team met veel ervaring vereist
➢ werkt niet goed, en zeker niet in een crisissituatie
▪ Directieve stijl
➢ Doel: gehoorzamen ‘Ik zeg je wat je moet doen’
➢ Bevelend – corrigerend/bestraffend
➢ OK in crisis situaties
➢ OK indien niet naleven van het protocol bedreigend is voor patiënt
➢ werkt alleen als iedereen goed geïnformeerd/getraind is
➢ confronterend
➢ bevelend
➢ het enige wat werkt in een crisissituatie
na de operatieve ingreep: debriefing
▪ vanuit 2 kanten: chirurg↔ de rest van het team
▪ gecontroleerd, rustig, met aandacht voor team
▪ positieve feedback
▪ opbouwende kritiek
▪ chirurg moet zelf ook feedback van team ontvangen
Betere samenwerking - Beter team
ASEPSIE, CHIRURGISCH
INSTRUMENTARIUM EN CHIRURGISCHE
TECHNIEKEN
INLEIDING
Hygiëne= alle handelingen + handelswijzen die ervoor zorgen dat mensen en
dieren gezond blijven door ziekteverwekkers uit de buurt te houden
▪ men denkt aan handhygiën,e maar het gaat over meer dan dat → geen
ringen, haren binden, kleren proper houden,...
, ▪ voor chirurgische ingreep volstaat hygiëne niet → hygiëne combineren
met asepsie
➢ niet hetzelfde als steriel= totaal geen kiemen aanwezig
▪ steriliteit kan op instrumenten (onderdompelen in chemische middelen
enz.) maar het lichaam kan men niet steriliseren. Dit kan men enkel
desinfecteren
▪ er zijn nog altijd kiemen in het haar en dergelijke die men niet kan
verwijderen
▪ antisepticum : niet schadelijk voor het weefsel waarop men het aanbrengt
▪ desinfectantia zijn sterker en moet op inert materiaal
▪ desinfecteren= elimineren van zoveel mogelijk kiemen
▪ lichaam wordt ontsmet met antiseptica
Waarom wordt asepsie nagestreefd bij chirurgische ingreep ? →Vermijden SSI
(“surgical Site infection”)
▪ men wil infecties vermijden
▪ =infecties gerelateerd aan chirurgie
▪ oppervlakkige wondinfectie : men ziet etter aan oppervlak
▪ diepere lagen: zwelling
▪ lichaamsholten: dier is ziek (door in de buik bv. een infectie)
▪ alles tot 30 dagen wordt gerelateerd aan chirurgie, maar het kan zelfs
nog later optreden
ANTISEPTICA
Alcohol
, ▪ schadelijk voor wonden → op intacte huid
▪ men moet het verdunnen tot ong. 70% (60-90%) alcohol
▪ isopropyl alcohol is het beste
▪ kan verdampen → geen residuele werking →werkt niet als het verdampt
➢ vaak samen met chloorhexidine dan wordt het wel residueel
▪ koelt sterk af
▪ Denaturatie eiwitten
▪ Tevens een desinfectans
▪ Zeer krachtige en snelle werking
▪ Licht ontvettend – geen residuele werking
▪ Wel: Vegetatieve bacteriën / virussen + enveloppe / schimmels
▪ Niet: virussen zonder enveloppe / sporen
Chloorhexidine
▪ Zout: diacetaat / digluconaat → oplosbaar in water
▪ Lage conc.: lekkage celmembraan → bacteriostatisch
➢ bacteriostatisch= remt de groei van de kiemen zonder ze daarom te
doden
▪ Hoge conc.: coagulatie celinhoud →bactericied
▪ Wel: virussen met enveloppe, meeste vegetatieve bacteriën
▪ Minder/geen: sporen, schimmels, virussen zonder enveloppe,
Pseudomonas, MRSA
▪ niet wateroplosbaar
▪ er is al resistentie tegen chloorhexidien
▪ kan verkregen worden als zeepoplossing op als wateroplossing
➢ zeep voor de scrubben en water voor te spoelen
5% commerciële H2O oplossing
1/10 (0,5%) voor desinfectie
1/100 (0,05%) voor wondzorg
➢ Zeep : 2-4%
➢
▪ nooit gebruiken om oren of ogen te spoelen → maakt de zenuwen kapot
= neurotoxisch
▪ zetten zich vast op de huideiwitten → residuele werking
▪ ototoxisch
▪ Inactivatie organisch materiaal
Jood
▪ Zeer actief tegen bacteriën, sporen, schimmels, gisten virussen
BASISPRINCIPES
1: Is mijn diagnose correct ?
▪ Grondig onderzoek
▪ Correlatie beeldvorming aan onderzoek
▪ Wetenschappelijke kennis
2: Zal mijn behandeling het gewenste resultaat opleveren ?
▪ Goede communicatie met eigenaar
▪ Informatie over complicaties
Goede pre-operatieve planning:
▪ Heb ik voldoende kennis / ervaring ?
▪ Kan ik dit alleen?
▪ Heb ik de geschikte faciliteiten ?
Tijden operaties
▪ Werk ergonomisch
▪ Werk geordend en overzichtelijk
▪ Zichtbaarheid nastreven!
▪ Stap voor stap afwerken
▪ ‘Fast surgery is good surgery’ (?)
➢ eigenlijk moet je wel zo snel mogelijk werken → als men opereert
breekt men de huidbarrière, waardoor er makkelijker infectie is
enucleatie= oog verwijderen
▪ zwelling kan door infectie
▪ kort na operatie → meest waarschijnlijk= hematoom
Nabehandeling verzorgen
Het operatief team
▪ Chirurg= leider
▪ Anesthesist
▪ Assistent
▪ Intern / resident
▪ Student
Verschillende leiderschapsstijlen
▪ Gezaghebbende, visionaire stijl
➢ ‘rechtvaardige leider met visie’
➢ duidelijke richtlijnen, maar niet dwingend
➢ feedback over taakuitvoering
➢ duidelijke protocols vereist
, ➢ geloofwaardigheid vereist
➢ niet bevelend
▪ Participatieve stijl
➢ iedereen inspraak
➢ streven naar betrokkenheid en consensus
➢ heel stabiel team met veel ervaring vereist
➢ werkt niet goed, en zeker niet in een crisissituatie
▪ Directieve stijl
➢ Doel: gehoorzamen ‘Ik zeg je wat je moet doen’
➢ Bevelend – corrigerend/bestraffend
➢ OK in crisis situaties
➢ OK indien niet naleven van het protocol bedreigend is voor patiënt
➢ werkt alleen als iedereen goed geïnformeerd/getraind is
➢ confronterend
➢ bevelend
➢ het enige wat werkt in een crisissituatie
na de operatieve ingreep: debriefing
▪ vanuit 2 kanten: chirurg↔ de rest van het team
▪ gecontroleerd, rustig, met aandacht voor team
▪ positieve feedback
▪ opbouwende kritiek
▪ chirurg moet zelf ook feedback van team ontvangen
Betere samenwerking - Beter team
ASEPSIE, CHIRURGISCH
INSTRUMENTARIUM EN CHIRURGISCHE
TECHNIEKEN
INLEIDING
Hygiëne= alle handelingen + handelswijzen die ervoor zorgen dat mensen en
dieren gezond blijven door ziekteverwekkers uit de buurt te houden
▪ men denkt aan handhygiën,e maar het gaat over meer dan dat → geen
ringen, haren binden, kleren proper houden,...
, ▪ voor chirurgische ingreep volstaat hygiëne niet → hygiëne combineren
met asepsie
➢ niet hetzelfde als steriel= totaal geen kiemen aanwezig
▪ steriliteit kan op instrumenten (onderdompelen in chemische middelen
enz.) maar het lichaam kan men niet steriliseren. Dit kan men enkel
desinfecteren
▪ er zijn nog altijd kiemen in het haar en dergelijke die men niet kan
verwijderen
▪ antisepticum : niet schadelijk voor het weefsel waarop men het aanbrengt
▪ desinfectantia zijn sterker en moet op inert materiaal
▪ desinfecteren= elimineren van zoveel mogelijk kiemen
▪ lichaam wordt ontsmet met antiseptica
Waarom wordt asepsie nagestreefd bij chirurgische ingreep ? →Vermijden SSI
(“surgical Site infection”)
▪ men wil infecties vermijden
▪ =infecties gerelateerd aan chirurgie
▪ oppervlakkige wondinfectie : men ziet etter aan oppervlak
▪ diepere lagen: zwelling
▪ lichaamsholten: dier is ziek (door in de buik bv. een infectie)
▪ alles tot 30 dagen wordt gerelateerd aan chirurgie, maar het kan zelfs
nog later optreden
ANTISEPTICA
Alcohol
, ▪ schadelijk voor wonden → op intacte huid
▪ men moet het verdunnen tot ong. 70% (60-90%) alcohol
▪ isopropyl alcohol is het beste
▪ kan verdampen → geen residuele werking →werkt niet als het verdampt
➢ vaak samen met chloorhexidine dan wordt het wel residueel
▪ koelt sterk af
▪ Denaturatie eiwitten
▪ Tevens een desinfectans
▪ Zeer krachtige en snelle werking
▪ Licht ontvettend – geen residuele werking
▪ Wel: Vegetatieve bacteriën / virussen + enveloppe / schimmels
▪ Niet: virussen zonder enveloppe / sporen
Chloorhexidine
▪ Zout: diacetaat / digluconaat → oplosbaar in water
▪ Lage conc.: lekkage celmembraan → bacteriostatisch
➢ bacteriostatisch= remt de groei van de kiemen zonder ze daarom te
doden
▪ Hoge conc.: coagulatie celinhoud →bactericied
▪ Wel: virussen met enveloppe, meeste vegetatieve bacteriën
▪ Minder/geen: sporen, schimmels, virussen zonder enveloppe,
Pseudomonas, MRSA
▪ niet wateroplosbaar
▪ er is al resistentie tegen chloorhexidien
▪ kan verkregen worden als zeepoplossing op als wateroplossing
➢ zeep voor de scrubben en water voor te spoelen
5% commerciële H2O oplossing
1/10 (0,5%) voor desinfectie
1/100 (0,05%) voor wondzorg
➢ Zeep : 2-4%
➢
▪ nooit gebruiken om oren of ogen te spoelen → maakt de zenuwen kapot
= neurotoxisch
▪ zetten zich vast op de huideiwitten → residuele werking
▪ ototoxisch
▪ Inactivatie organisch materiaal
Jood
▪ Zeer actief tegen bacteriën, sporen, schimmels, gisten virussen