Thema 1: classificatie &
diagnostiek.
1. Classificatie.
= systematisch ordenen en groeperen van problemen op basis van gelijke eigenschappen en
onderlinge relaties.
1.1. Klinisch-psychiatrisch.
Psychiatrische stoornissen = onafhankelijke en duidelijk afgelijnde ziekte-entiteiten, met voor elke
stoornis diagnostische en differentiaal diagnostische criteria.
Diagnostische criteria = criteria waaraan voldaan moet worden, om te kunnen spreken van
‘het hebben van de stoornis’.
Differentiaal diagnostische criteria = de stoornis kan niet beter verklaard worden door
criteria van een andere stoornis.
Van categoriaal: men heeft een stoornis of men heeft ze niet
naar dimensionaal: licht – matig – ernstig
vb. DSM-5 = Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (paradigma 3 => labelen)
Systeem om problematieken van individuen te beschrijven en te classificeren in
‘stoorniscategorieën’
HOOFDCATEGORIEËN (die te kennen zijn):
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen o.a. ADHD, leerstoornissen
Trauma- en stressor-gerelateerde stoornissen o.a. hechtingsstoornis
Disruptieve, impulsbeheersing- en andere gedragsstoornissen
Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen
Neurocognitieve stoornissen (NCS) o.a. Alzheimer, delirium
NADELEN DSM-5:
Labels missen wetenschappelijke onderbouwing
Alledaags gedrag benoemen als psychische aandoeningen
Overmedicalisering – farmaceutische sector
Te sterk gericht op uitwendige gedrag/symptomen
1.2. Empirisch-statistisch. – continuüm
SYNDROOM
1
Klik hier om tekst in te voeren.
diagnostiek.
1. Classificatie.
= systematisch ordenen en groeperen van problemen op basis van gelijke eigenschappen en
onderlinge relaties.
1.1. Klinisch-psychiatrisch.
Psychiatrische stoornissen = onafhankelijke en duidelijk afgelijnde ziekte-entiteiten, met voor elke
stoornis diagnostische en differentiaal diagnostische criteria.
Diagnostische criteria = criteria waaraan voldaan moet worden, om te kunnen spreken van
‘het hebben van de stoornis’.
Differentiaal diagnostische criteria = de stoornis kan niet beter verklaard worden door
criteria van een andere stoornis.
Van categoriaal: men heeft een stoornis of men heeft ze niet
naar dimensionaal: licht – matig – ernstig
vb. DSM-5 = Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (paradigma 3 => labelen)
Systeem om problematieken van individuen te beschrijven en te classificeren in
‘stoorniscategorieën’
HOOFDCATEGORIEËN (die te kennen zijn):
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen o.a. ADHD, leerstoornissen
Trauma- en stressor-gerelateerde stoornissen o.a. hechtingsstoornis
Disruptieve, impulsbeheersing- en andere gedragsstoornissen
Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen
Neurocognitieve stoornissen (NCS) o.a. Alzheimer, delirium
NADELEN DSM-5:
Labels missen wetenschappelijke onderbouwing
Alledaags gedrag benoemen als psychische aandoeningen
Overmedicalisering – farmaceutische sector
Te sterk gericht op uitwendige gedrag/symptomen
1.2. Empirisch-statistisch. – continuüm
SYNDROOM
1
Klik hier om tekst in te voeren.