de anatomie beschrijven betreffende de hartcyclus;
de oorzaken van afwijkende ritmes beschrijven;
de meest voorkomende interventies en behandelingen beschrijven;
normale - en afwijkende ritmes herkennen.
Hartritme
Met de beschrijving van het ritme wordt de
plaats aangegeven van waaruit het hart
geactiveerd wordt:
Sinusritme
Atriaal ritme
AV-Junctionalritme
Ventriculair ritme
Sinusritme is het meest ideale ritme
Bij ventriculair ritme hebben de atria niks te
zeggen, zijn uitgeschakeld
P-top = ontlading van de boezems
QRS-complex = ontlading van de ventrikels
T-top = geeft de ventrikelrepolarisatie weer
Impulsvorming en voortgeleiding
Drie hoofdgroepen cellen die de elektrische impulsvorming en voortgeleiding reguleren
1) Pacemakerstructuren:
Kunnen zelfstandig een actiepotentiaal genereren.
Sinusknoop: pacemaker van een gezond hart
o Locatie: laterale wand rechter atrium, bij opening vena cava superior
Impulsgeneratie:
o Sinusknoopcellen: 70-80 depolarisaties per minuut
o Vezels van de AV-knoop en bundel van His: 40-60 depolarisaties per minuut
o Purkinjevezels 15-40 depolarisaties per minuut
2) Gespecialiseerde geleidende vezels
3) Hartspierweefsel
, Actiepotentiaal sinusknoop en hartspiercellen
Polarisatie = negatief geladen cel
Depolarisatie = door de depolarisatie gaat de spiercel
samentrekken (ontladen van negatief naar positief)
Repolarisatie = Dit herstellen van de rustspanning
noemen we repolariseren (van positief naar negatief)
In rust is je spiercel negatief geladen. Komt er veel Na en Ca de
cel binnen, en verlaat K de cel wordt de cel positief. Gebeurd
door de verplaatsing van elektrolyten
Pathologie: hartritmestoornissen
Hartritmestoornis
Onregelmatigheden van het hartritme die afhankelijk van het mechanisme en hun frequentie kunnen
worden ingedeeld in:
Supraventriculaire of ventriculaire aritmieën
Brady- en tachyaritmieën (te traag of te snel)
Pathofysiologische indeling hartritmestoornissen:
o Ritmestoornissen
o Impulsstoornissen er ontstaat geen elektrische prikkel terwijl die wel aanwezig moet
zijn (SA-block, sinusarrest)
o Geleidingsstoornissen
Mechanismen ritmestoornissen
Wisselende prikkelbaarheid door veranderingen refractaire periode (R-op-T fenomeen)
Iedere hartspiercel kan een elektrische prikkel opwekken die andere hartspiercellen kan
activeren:
o Focus ritmestoornis is vaak litteken (MI, infectie)
o Geneesmiddelen (intoxicaties) die frequentie cellen verhogen
o Re-entry (vicieuze cirkel van prikkelgolf, WPW = Wolff-Parkinson-White)
Uitlokkende factoren
Verhoogde wandspanning hartspier (drukverhoging of volumetoename)
o Boezems: supraventriculaire ritmestoornissen
o Ventrikels: ventriculaire en supraventriculaire ritmestoornissen
Oorzaken van verhoogd wandspanning hartspier:
o Hartinfarct
o Klepaandoeningen
o Shunts
o Cardiomyopathie
o Hypertensie
o Longembolie
o Plotselinge bloeddrukverhoging
Verlaagd zuurstofgehalte (hypoxie) door:
o Longaandoeningen
o Hartfalen
o Shock
o Stenose coronairarterie
Electrolytenstoornissen (Na, K, Ca,
Mg)
Geneesmiddelen: