Samenvatting Inleiding recht Kwartiel 1
Maaike Wittenhorst EVM1VA Saxion
Recht= een instrument
Recht is een verzameling van regels tot ordening van het maatschappelijke leven welke door
sancties worden gehandhaafd.
Gewoonterecht: Regels van godsdienst, moraal en fatsoen.
Vereisten; Vaste gedragslijn, overtuiging dat men zich zo behoort en gedragen als
gevolg van een rechtsplicht.
Gecodificeerd recht: Geschreven recht om rechtszekerheid te krijgen en door sancties te
handhaven. (Codificatie= schrift)
Functies van recht:
- Normatieve functie
- Geschil oplossende functie
- Additionele (=aanvullende) functie
- Instrumentele functie
Bronnen van recht:
1. De wet:
(Wetgevers; regering + staten generaal, provincie, gemeente)
o Wet in formele zin: Bepalingen door nationale wetgeving
o Wet in materiële zin: Bepalingen naar inhoud als een wet gezien kan worden.
o Hiërarchie in wet:
Hogere regels gaan boven lagere regels.
Jongere regels gaan boven oudere regels.
Bijzondere regels gaan boven algemene regels.
2. De gewoonte:
o Vaste gedragslijn
o Moreel verplicht de regel te volgen
3. De rechtspraak:
o Jurisprudentie (rechtelijke uitspraken):
Vonnis= Rechtbank
Arrest= Gerechtshof of Hoge Raad
Beschikking= Tijdelijke uitspraak van rechtskracht
o Interpretatiemethoden:
Grammaticale
Wethistorische
Anticiperende
Rechtsvergelijkende
4. Het verdrag:
o Internationale overeenkomst tussen staten.
Privaat recht Publiekrecht
, Regels tussen personen onderling. Regels tussen overheid en burger.
De overheid kan wel rol van burger Alles wat de overheid uitvoert uit zijn
aannemen. gezagsverhouding.
Objectief recht Subjectief recht
Algemene regels Kan persoonlijk zijn, in onderdelen
Bv. CAO, staat in de wet Bv. Werkgever-werknemer.
Formeel recht Materieel recht
Procedure regels. Regels met betrekking tot inhoudelijke
rechten en plichten.
Bv. proces recht. Bv. Niet stelen, door rood rijden,
bestemmingsplan
Dwingend recht Aanvullend recht
Recht waarvan niet afgeweken mag Recht dat van toepassing is voor men
worden. niet anders is overeengekomen.
Nationaal recht Internationaal recht
Recht dat geldt binnen een bepaald Recht dat geldt tussen verschillende
land. staten en tussen burgers uit
verschillende staten.
Ongeschreven recht= Recht dat niet door de daartoe aangewezen instanties is gevormd,
maar wel algemeen als recht wordt aanvaard.
Rechtswetenschap= Publicaties over het recht in met name boeken, tijdschrift artikelen en
commentaren.
Vormvrij= Er geen vorm is die verplicht stelt hoe je het moet doen/afleggen/afspreken.
Schakelbepaling= Relatie of koppeling met ander(e) artikel(en).
Staatsrecht
Publiekrecht Bestuursrecht
Strafrecht
Recht
Personen- en
familierecht
Verbintenissenrecht
Vermogensrecht
Privaatrecht Goederenrecht
Ondernemingsrecht
Privaatrecht: Burgelijk procesrecht
Maaike Wittenhorst EVM1VA Saxion
Recht= een instrument
Recht is een verzameling van regels tot ordening van het maatschappelijke leven welke door
sancties worden gehandhaafd.
Gewoonterecht: Regels van godsdienst, moraal en fatsoen.
Vereisten; Vaste gedragslijn, overtuiging dat men zich zo behoort en gedragen als
gevolg van een rechtsplicht.
Gecodificeerd recht: Geschreven recht om rechtszekerheid te krijgen en door sancties te
handhaven. (Codificatie= schrift)
Functies van recht:
- Normatieve functie
- Geschil oplossende functie
- Additionele (=aanvullende) functie
- Instrumentele functie
Bronnen van recht:
1. De wet:
(Wetgevers; regering + staten generaal, provincie, gemeente)
o Wet in formele zin: Bepalingen door nationale wetgeving
o Wet in materiële zin: Bepalingen naar inhoud als een wet gezien kan worden.
o Hiërarchie in wet:
Hogere regels gaan boven lagere regels.
Jongere regels gaan boven oudere regels.
Bijzondere regels gaan boven algemene regels.
2. De gewoonte:
o Vaste gedragslijn
o Moreel verplicht de regel te volgen
3. De rechtspraak:
o Jurisprudentie (rechtelijke uitspraken):
Vonnis= Rechtbank
Arrest= Gerechtshof of Hoge Raad
Beschikking= Tijdelijke uitspraak van rechtskracht
o Interpretatiemethoden:
Grammaticale
Wethistorische
Anticiperende
Rechtsvergelijkende
4. Het verdrag:
o Internationale overeenkomst tussen staten.
Privaat recht Publiekrecht
, Regels tussen personen onderling. Regels tussen overheid en burger.
De overheid kan wel rol van burger Alles wat de overheid uitvoert uit zijn
aannemen. gezagsverhouding.
Objectief recht Subjectief recht
Algemene regels Kan persoonlijk zijn, in onderdelen
Bv. CAO, staat in de wet Bv. Werkgever-werknemer.
Formeel recht Materieel recht
Procedure regels. Regels met betrekking tot inhoudelijke
rechten en plichten.
Bv. proces recht. Bv. Niet stelen, door rood rijden,
bestemmingsplan
Dwingend recht Aanvullend recht
Recht waarvan niet afgeweken mag Recht dat van toepassing is voor men
worden. niet anders is overeengekomen.
Nationaal recht Internationaal recht
Recht dat geldt binnen een bepaald Recht dat geldt tussen verschillende
land. staten en tussen burgers uit
verschillende staten.
Ongeschreven recht= Recht dat niet door de daartoe aangewezen instanties is gevormd,
maar wel algemeen als recht wordt aanvaard.
Rechtswetenschap= Publicaties over het recht in met name boeken, tijdschrift artikelen en
commentaren.
Vormvrij= Er geen vorm is die verplicht stelt hoe je het moet doen/afleggen/afspreken.
Schakelbepaling= Relatie of koppeling met ander(e) artikel(en).
Staatsrecht
Publiekrecht Bestuursrecht
Strafrecht
Recht
Personen- en
familierecht
Verbintenissenrecht
Vermogensrecht
Privaatrecht Goederenrecht
Ondernemingsrecht
Privaatrecht: Burgelijk procesrecht