Bedrijfseconomie
Hoofdstuk 31, paragraaf 1
- Break-evenafzet = de afzet waarbij een onderneming noch winst noch verlies heeft. Dan zijn
de totale opbrengsten gelijk aan de totale kosten.
- Variabele kosten = variabele kosten nemen toe als de afzet stijgt en ze nemen af als de afzet
daalt.
- Proportioneel = kosten zijn proportioneel als de variabele kosten in dezelfde mate toe- of
afnemen als de afzet, de variabele kosten per product zijn dus telkens hetzelfde.
- Constante kosten = constante kosten zijn niet afhankelijk van de afzet.
Constante kosten veranderen door een wijziging van capaciteit of door prijsverandering.
- Capaciteit = het maximale aantal goederen dat een handelsonderneming kan verkopen, het
maximale aantal diensten dat een dienstverlenende onderneming kan leveren, of het
maximale aantal producten dat een dienstverlenende onderneming met een
omvormingsproces (productie) kan maken.
Hoofdstuk 31, paragraaf 2
- Break-evenafzet = de afzet waarbij geen verlies en geen winst wordt gemaakt.
- Break-evenomzet = de omzet, waarbij je geen verlies en geen winst maakt.
Break-evenafzet x de verkoopprijs
Nodige gegevens om break-evenafzet en break-evenomzet te berekenen:
o De verkoopprijs per stuk;
o De variabele kosten per stuk;
o De totale constante kosten per periode;
- Dekkingsbijdrage = de dekkingsbijdrage per product is gelijk aan het verschil tussen de
verkoopprijs en de variabele kosten per product en hiermee dekken we de constante kosten.
Afzet x (verkoopprijs – variabele kosten per product)
Manieren break-evenafzet en omzet te berekenen:
o Stel het volgende schema op;
Omzet € …
Inkoopwaarde van de omzet € …-
Brutowinst € …
Overige variabele kosten € …-
Dekkingsbijdrage € …
Constante kosten € …-
Winst € …
o Bereken TO = TK
o BEA = C/p-v
C = constante kosten
p = prijs
v = variabele kosten
Hoofdstuk 31, paragraaf 1
- Break-evenafzet = de afzet waarbij een onderneming noch winst noch verlies heeft. Dan zijn
de totale opbrengsten gelijk aan de totale kosten.
- Variabele kosten = variabele kosten nemen toe als de afzet stijgt en ze nemen af als de afzet
daalt.
- Proportioneel = kosten zijn proportioneel als de variabele kosten in dezelfde mate toe- of
afnemen als de afzet, de variabele kosten per product zijn dus telkens hetzelfde.
- Constante kosten = constante kosten zijn niet afhankelijk van de afzet.
Constante kosten veranderen door een wijziging van capaciteit of door prijsverandering.
- Capaciteit = het maximale aantal goederen dat een handelsonderneming kan verkopen, het
maximale aantal diensten dat een dienstverlenende onderneming kan leveren, of het
maximale aantal producten dat een dienstverlenende onderneming met een
omvormingsproces (productie) kan maken.
Hoofdstuk 31, paragraaf 2
- Break-evenafzet = de afzet waarbij geen verlies en geen winst wordt gemaakt.
- Break-evenomzet = de omzet, waarbij je geen verlies en geen winst maakt.
Break-evenafzet x de verkoopprijs
Nodige gegevens om break-evenafzet en break-evenomzet te berekenen:
o De verkoopprijs per stuk;
o De variabele kosten per stuk;
o De totale constante kosten per periode;
- Dekkingsbijdrage = de dekkingsbijdrage per product is gelijk aan het verschil tussen de
verkoopprijs en de variabele kosten per product en hiermee dekken we de constante kosten.
Afzet x (verkoopprijs – variabele kosten per product)
Manieren break-evenafzet en omzet te berekenen:
o Stel het volgende schema op;
Omzet € …
Inkoopwaarde van de omzet € …-
Brutowinst € …
Overige variabele kosten € …-
Dekkingsbijdrage € …
Constante kosten € …-
Winst € …
o Bereken TO = TK
o BEA = C/p-v
C = constante kosten
p = prijs
v = variabele kosten