Basisboek systeem gericht werken
Hoofdstuk 1 het werkterrein van de systeemgerichte social worker
Het begrip systeem wijst op een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen; het gaat niet alleen om
de delen op zich, ook niet om het geheel, maar om de doelgerichte betrekkingen tussen dit alles.
Binnen de algemene systeemtheorie worden alle levende wezens, dus ook mensen, gezien als open
systemen. Daarmee wordt bedoeld dat deze systemen in open verbinding staat met hun omgeving.
Bij gesloten systemen is er geen uitwisseling met de omgeving. (strikt genomen bestaan er geen
gesloten systemen).
De mate van interactie kan veranderen. Open systemen kunnen bijvoorbeeld steeds meer gesloten
raken wanneer de uitwisseling met de omgeving afneemt. Dit proces heeft entropie.
Bij negentropie is er energie beschikbaar, waardoor het systeem zich beweegt in de richting van
(toenemende) gezondheid. Er is sprake van een uitwisseling met de omgeving, die leidt tot
voortdurende veranderingsprocessen en een steeds complexer georganiseerd systeem. Bij entropie is
meer energie nodig dan beschikbaar is en beweegt het systeem zich in de richting van een
(afnemende) gezondheid of ziekte.
Het mechanisme waarbij een mens zich aanpast aan zijn omgeving of aanpassingen in zijn omgeving
bewerkstelligt, wordt zelfstabilisatie genoemd.
Het is ook mogelijk dat een systeem zichzelf niet aanpast, maar zich structureel wijzigt. Dit
mechanisme wordt zelforganisatie genoemd. (voorbeeld eskimo kan de kou trotseren, wij niet)
Het subsysteem
Het kleinste sociale subsysteem bestaat uit twee personen en wordt een dyadisch subsysteem
genoemd. Binnen een gezin kennen we het als ouders/ opvoeders/ partners en het subsysteem
kinderen.
Het suprafamiliare systeem
Met het systeem ‘familie’ worden de bloedverwanten tot in de derde lijn bedoeld. (opa, oma’s etc.)
De omgeving als systeem.
Interne en externe factoren constant in wisselwerking met de omgeving.
De vijf systemen waarmee de systeemgericht social worker te maken heeft zijn: het individuele
systeem, subsysteem, gezinssysteem, suprafamiliare systeem en de omgeving als systeem.
De kernprincipes van eigen kracht:
- De cliënt is eigenaar van zijn probleem
- De cliënt is eigenaar van de conferentie en het plan
- De cliënt houdt de regie over de uitvoering van het plan
Om de familie als systeem in beeld te brengen, wordt vaak gebruikgemaakt van een genogram. Dit is
een grafische weergave van een aantal, meestal drie generaties van het gezin en de relaties
hierbinnen.
Hoofdstuk 2 systeemtheorieën
De algemene systeemtheorie
Hoofdstuk 1 het werkterrein van de systeemgerichte social worker
Het begrip systeem wijst op een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen; het gaat niet alleen om
de delen op zich, ook niet om het geheel, maar om de doelgerichte betrekkingen tussen dit alles.
Binnen de algemene systeemtheorie worden alle levende wezens, dus ook mensen, gezien als open
systemen. Daarmee wordt bedoeld dat deze systemen in open verbinding staat met hun omgeving.
Bij gesloten systemen is er geen uitwisseling met de omgeving. (strikt genomen bestaan er geen
gesloten systemen).
De mate van interactie kan veranderen. Open systemen kunnen bijvoorbeeld steeds meer gesloten
raken wanneer de uitwisseling met de omgeving afneemt. Dit proces heeft entropie.
Bij negentropie is er energie beschikbaar, waardoor het systeem zich beweegt in de richting van
(toenemende) gezondheid. Er is sprake van een uitwisseling met de omgeving, die leidt tot
voortdurende veranderingsprocessen en een steeds complexer georganiseerd systeem. Bij entropie is
meer energie nodig dan beschikbaar is en beweegt het systeem zich in de richting van een
(afnemende) gezondheid of ziekte.
Het mechanisme waarbij een mens zich aanpast aan zijn omgeving of aanpassingen in zijn omgeving
bewerkstelligt, wordt zelfstabilisatie genoemd.
Het is ook mogelijk dat een systeem zichzelf niet aanpast, maar zich structureel wijzigt. Dit
mechanisme wordt zelforganisatie genoemd. (voorbeeld eskimo kan de kou trotseren, wij niet)
Het subsysteem
Het kleinste sociale subsysteem bestaat uit twee personen en wordt een dyadisch subsysteem
genoemd. Binnen een gezin kennen we het als ouders/ opvoeders/ partners en het subsysteem
kinderen.
Het suprafamiliare systeem
Met het systeem ‘familie’ worden de bloedverwanten tot in de derde lijn bedoeld. (opa, oma’s etc.)
De omgeving als systeem.
Interne en externe factoren constant in wisselwerking met de omgeving.
De vijf systemen waarmee de systeemgericht social worker te maken heeft zijn: het individuele
systeem, subsysteem, gezinssysteem, suprafamiliare systeem en de omgeving als systeem.
De kernprincipes van eigen kracht:
- De cliënt is eigenaar van zijn probleem
- De cliënt is eigenaar van de conferentie en het plan
- De cliënt houdt de regie over de uitvoering van het plan
Om de familie als systeem in beeld te brengen, wordt vaak gebruikgemaakt van een genogram. Dit is
een grafische weergave van een aantal, meestal drie generaties van het gezin en de relaties
hierbinnen.
Hoofdstuk 2 systeemtheorieën
De algemene systeemtheorie