100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting medische kennis 1.2

Rating
5,0
(1)
Sold
4
Pages
48
Uploaded on
22-09-2023
Written in
2022/2023

Dit is een samenvatting van medische kennis 1.2 op basis van de leerdoelen. De lessen die aan bod komen zijn: Bijeenkomst 1: Het hormonale stelsel Bijeenkomst 2: Het zenuwstelsel Bijeenkomst 3: Het zenuwstelsel 2 Bijeenkomst 4: Het zenuwstelsel 3 Bijeenkomst 5: Basisbegrippen en principes van de farmacologie Bijeenkomst 6: Geneesmiddelen en het hormonale stelsel Bijeenkomst 7: Infectie en antimicrobiële geneesmiddelen Bijeenkomst 8: Medicatie bij ontsteking & pijn en psychofarmaca

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 22, 2023
Number of pages
48
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

Medische kennis 1.2 Het hormonale stelsel




Het hormonale stelsel
1. De student kan de belangrijkste groepen hormonen noemen en de algemene mechanismen
van de werking van hormonen op doelorganen verklaren. (M§10.2)
Homeostase betekent dat alle lichaamsfuncties in evenwicht moeten zijn. Om homeostase te
bereiken moeten cellen en weefsels met elkaar communiceren. Hiervoor zijn twee orgaanstelsels
heel belangrijk: het endocriene stelsel en het zenuwstelsel. Beide orgaanstelsels zorgen voor
communicatie binnen je lichaam. Het endocriene stelsel doet dit trager maar wel langdurig, waar het
zenuwstelsel het snel en kortdurend doet.

Het endocriene stelsel maakt gebruik van chemische signaalstoffen (hormonen) om informatie en
instructies tussen cellen onderling door te geven. Een hormonale klier geeft op basis van instructies
hormonen af aan het bloed en op die manier kan het door het hele lichaam vervoerd worden. Elk
hormoon heeft doelcellen, specifieke cellen die de receptoren hebben die het hormonale bericht
binden en lezen als het aankomt. Cellen in het hele lichaam worden aan hormonen blootgesteld. Elke
afzonderlijke cel kan slechts op enkele van de aanwezige hormonen reageren. Andere hormonen
worden genegeerd omdat de cellen de receptoren missen die nodig zijn om de boodschappen van
deze hormonen te lezen. In het plaatje hieronder heeft het skeletspierweefsel wel de receptor,
waardoor het hormoon bindt. Het zenuwweefsel heeft dit niet en negeert het hormoon dus. Meestal
gaat dit goed, automatisch en merk je er niks van. Soms gaat er iets mis en kun je een hormonale
verstoring krijgen.

Op basis van de chemische structuur kunnen hormonen ingedeeld worden in de volgende drie
groepen:
Aminozuurderivaten  Enkele hormonen zijn kleine moleculen die qua bouw op aminozuren.
Peptidehormonen  Deze bestaan uit ketens van aminozuren. Dit is de grootste groep hormonen
die alle hormonen van de hypothalamus, de hypofyse, het hart, de nieren, de thymus, het
spijsverteringskanaal en de pancreas bevat.
Vetderivaten  Dit zijn steroïden en eicosanoïden. Steroïdhormonen zijn vetten die zijn afgeleid van
cholesterol en worden afgegeven door de voortplantingsorganen en de bijnieren. Eicosanoïden zijn
verbindingen op basis van vetzuren en coördineren plaatselijke cel activiteiten en zijn van invloed op
enzymatische processen in extracellulaire vloeistoffen.

Er zijn verschillende organen in je lichaam die hormonen kunnen afgeven. Een hele bekende is de
schildklier. Deze kan verschillende hormonen afgeven. Schilklierhormonen hebben effect op bijna
alle cellen in je lichaam. Een ander bekend orgaan dat belangrijk is, is de bijnier. Je bijnier kan heel
veel verschillende hormonen afgeven, onder andere adrenaline en aldosteron. Je hormonale stelsel
wordt aangestuurd in de hypothalamus en de hypofyse.

2. De student kan de ligging, de hormonen en functies van de hypofyse beschrijven. (M§10.3)
De hypofyse bevindt zich in de grote hersenen. De hypofyse en de hypothalamus sturen het
hormonale stelsel aan door zelf hormonen af te geven. De hypofyse bestaat uit twee delen: de
hypofyse voorkwab (adenohypofyse) en de hypofyse achterkwab (neurohypofyse). De
adenohypofyse bevat zelf klierweefsel en kan zelf hormonen maken en afgeven. De neurohypofyse
bevat zenuwweefsel en kan niet zelf hormonen maken. Wel kan het hormonen afgeven. De hypofyse
kan in totaal 9 hormonen afgeven. Je moet er 8 kennen en weten wat hun effect is. De
hypofysevoorkwab vormt zeven hormonen (waarvan je er 6 moet kennen). De eerste vier hormonen
reguleren de vorming van hormonen in andere hormoonklieren. In de tabel hieronder zie je een

1

,Medische kennis 1.2 Het hormonale stelsel



overzicht van alles wat je moet weten over deze hormonen. Hoe weet bijvoorbeeld de bijnier nou
hoeveel hormonen hij moet afgeven? Hij krijgt instructies van vanuit de hypofyse op basis van de
hoeveelheid ACTH. Hoe meer ACTH er wordt afgegeven door de hypofyse, hoe meer hormonen de
bijnier gaat afgeven.
ADH remt het plassen en zorgt ervoor dat er meer water uit je voorurine wordt gehaald. Hoe meer
ADH hoe minder je gaat plassen en hoe groter het bloedvolume wordt. Hierdoor gaat je bloeddruk
omhoog.
Hypofysevoorkwab/adenohypofyse
Hormoon Doel Hormonale effecten
Thyroïd stimulerend Schildklier Afgifte van schildklierhormonen T3
hormoon (TSH) en T4
Adrenocorticotroop Bijnierschors, bijnier Bijniermerg geeft adrenaline af.
hormoon (ACTH) Bijnierschors zorgt voor afgifte
glucocorticoïden (cortisol,
corticosteron, aldosteron)
Follikelstimulerend hormoon Follikelcellen in de ovaria Afgifte oestrogeen, ontwikkeling
(FSH) follikels.
Productie van zaadcellen.
Luteïniserend hormoon (LH) Follikelcellen in de ovaria Ovulatie
Steuncellen van testes Rijping spermacellen, afgifte
testosteron
Prolactine (PRL) Melkklieren Melkproductie
Groeihormoon (GH) Alle cellen, vooral Groei van skelet en spieren.
skeletspier- en kraakbeen
Hypofyseachterkwab/neurohypofyse
Antidiuretisch hormoon Nieren Terugresorptie van water,
(ADH) verhoging bloeddruk.
Oxytocine (OXT) Vrouw: uterus, melkklieren Contracties bij baring, uitdrijving
Man: zaadleider, melk.
prostaatklier Contracties van zaadleider en
prostaatklier.

3. De student kan de ligging, de hormonen, functies en aandoeningen van de bijnieren
beschrijven. (M§10.6)
De bijnieren zijn kleine endocriene organen die zich bovenop de nieren bevinden. De bijnieren
bestaan uit twee gedeelten: de buitenste cortex adrenalis (bijnierschors) en de binnenste medulla
adrenalis (bijniermerg). De bijnierschors produceert drie soorten hormonen:

 Glucocorticoïden, zoals cortisol, die betrokken zijn bij het reguleren van de stofwisseling, het
immuunsysteem en de reactie op stress.
 Mineralocorticoïden, zoals aldosteron, die de bloeddruk en elektrolytenbalans in het lichaam
reguleren.
 Androgenen, zoals testosteron, die de ontwikkeling van mannelijke kenmerken reguleren.
Het bijniermerg produceert catecholamines, waaronder adrenaline en noradrenaline, die een rol
spelen in de regulering van de bloeddruk, hartslag en reactie op stress. Als er iets fout gaat in de
productie van al deze hormonen kunnen er problemen ontstaan.

4. De student kan de ligging, de hormonen, functies van de schildklier beschrijven en de
pathofysiologie van hypothyreoidie en hyperthyreoidie beschrijven. (P§12.5, M§10.4)

2

,Medische kennis 1.2 Het hormonale stelsel



De schildklier ligt nabij het schildkraakbeen van het strottenhoofd en bevat talrijke schildklierfollikels.
Schildklierfollikels hebben verschillende hormonen af waaronder thyroxine (T4) en tri-jood-thyroxine
(T3). De schildklierhormonen T3 en T4 hebben jodium als belangrijk bestandsdeel. T4 en T3 zorgen
voor een toename van energieproductie, zuurstofverbruik, groei en ontwikkeling.
Schildklierhormonen beïnvloeden bijna alle cellen in het lichaam. Als je schildklier niet goed werkt
kan het heel veel verschillende problemen geven. Heel globaal: als je schildklier te hard werkt,
werken alle orgaanstelsels een beetje te snel. Je krijgt vaak hartkloppingen, het stimuleert je
spijsverteringsstelsel (diarree) etc. Bij een langzaam werkende schildklier werkt alles juist wat trager.
Iemand krijgt daardoor bijvoorbeeld bradycardie, obstipatie, gewichtstoename en vermoeidheid.
Wanneer je schildklier te langzaam werkt noemen we dat hypothyreoïdie en wanneer deze te snel
werkt heet dat hyperthyreoïdie. Hypothyreoïdie kun je behandelen met een medicijn dat werkt als
een schildklierhormoon. Dit medicijn heet levothyroxine. De ziekte van Graves is de meest
voorkomende oorzaak van hyperthyroïdie. De behandeling van hyperthyroïdie bestaat uit het
voorschrijven van medicatie. Er kan radioactief jodium gebruikt worden waardoor de schildkliercellen
kapot gaan.

De werking van de schildklier kan met bloedonderzoek onderzocht worden. Er wordt gecontroleerd
op de TSH waarde en de thyroxine waarde. Bij hypothyreodie zal de TSH verhoogd zijn en de
thyroxine verlaagd. De schildklier geeft namelijk te weinig schildklierhormoon afgeven bij
hypothyreodie waardoor de hypofyse meer TSH zal afgeven om de schildklier te stimuleren om meer
hormoon af te geven.
Symptomen Hypothyreoïdie Hyperthyreoïdie
Algemeen Moeheid, energieverlies Gejaagdheid, vermoeidheid,
Zenuwstelsel Traagheid, geheugenstoornissen, Trillen, spierzwakte
spierzwakte
Hart- en vaatstelsel Bradycardie Tachycardie, dyspneu
Spijsverteringsstelsel Gewichtstoename, obstipatie Gewichtsverlies, diarree
Huid Opgezet gelaat, droge huid Zweten, last van warmte
Endocriene stelsel Veranderde menstruatie Veranderde menstruatie


5. De student kan de functie van de endocriene pancreas beschrijven en de hormonale regulatie
van de bloedsuikerspiegel beschrijven. (M§10.8)
Het grootste deel van de pancreas bestaat uit exocriene cellen die verantwoordelijk zijn voor de
productie van een aantal spijsverteringsenzymen. De endocriene functie van de pancreas vindt plaats
in de eilandjes van Langerhans. Hier vindt de synthese, opslag en afgifte van insuline (in de
bètacellen), glucagon (in de alfacellen) en somatostatine plaats. Somatostatine heeft een remmende
werking op de afgifte van glucagon en insuline, en op de afgifte van TSH en GH. Insuline verlaagt de
bloedsuikerspiegel en glucagon verhoogt deze. Samen zorgen ze voor een normale
bloedsuikerspiegel (nuchtere waarde lager dan 7,0 mmol/l). Na een maaltijd stijgt de
bloedsuikerspiegel en hierdoor komt er insuline vrij. Insuline zorgt ervoor dat glucose door de
weefsels wordt opgenomen vanuit het bloed waardoor de bloedsuikerspiegel daalt. De koolhydraten
die niet direct nodig zijn voor verbranding worden onder invloed van insuline opgeslagen als
glycogeen, vooral in de lever. Als de bloedsuikerspiegel daalt (bijvoorbeeld als je slaapt) wordt
glucagon afgegeven. Dit zet de lever aan tot de omzetting van glucose, waardoor de
bloedsuikerspiegel weer stijgt. Glucagon kan er ook voor zorgen dat je vetten of eiwitten gaat
verbranden. Een nadeel hiervan is dat er dan ketonen vrij komen waardoor je verzuurd.



3

, Medische kennis 1.2 Het hormonale stelsel



6. De student kan de pathofysiologie van Diabetes Mellitus type I en II beschrijven, en de
symptomen, diagnostiek, behandeling en complicaties van Diabetes Mellitus type I en II
beschrijven. (P§12.8)
DM type 1 DM type 2
Leeftijd van ontstaan Kinderleeftijd/puberteit Meestal volwassenen
Prevalentie 5-10% van alle patiënten met DM 90-95%
Oorzaak Auto-immuun destructie van Insulineresistentie: de cellen zijn
bètacellen waardoor insuline minder gevoelig voor insuline
productie stopt
Behandeling Insuline Orale antidiabetica, soms insuline
Bij ernstige ontregeling Ketoacidose Hyperosmolair Hyperglykemisch
Syndroom
Preventie Niet mogelijk Gezonde leefstijl.

DM 1 is een auto-immuunziekte waarbij het eigen afweersysteem de bètacellen van de eilandjes van
Langerhans in de pancreas vernietigt. Hierdoor ontstaat een absoluut tekort aan insuline en iemand
wordt afhankelijk van insuline injecties. Bij een absoluut tekort aan insuline zal de glucose spiegel
stijgen en al er een glucosetekort in de cellen ontstaan. Bij een te hoog glucosegehalte in het bloed,
hyperglykemie, zal het overschot aan glucose in de urine terecht komen (glucosurie). Dit merkt een
patiënt doordat hij heel veel dorst heeft (polydipsie). Want als je suiker plast, ga je ook automatisch
heel veel plassen. Dit komt door osmose, water verplaatst zich naar de hoge concentratie.
Bij een tekort aan glucose kunnen alle lichaamscellen minder goed functioneren door energiegebrek.
Om toch aan energie te komen worden vetten en eiwitten verbrand. Hierdoor treden gewichtsverlies
en een hongergevoel op. Daarnaast worden ketonen geproduceerd en dit leidt tot ketoacidose,
verzuring van het bloed.
Bij een nog niet ontdekte DM 1 ontwikkelen de klachten zich in korte tijd en zijn de klachten vaak
acuut en ernstig. DM 1 is niet te genezen en patiënten moeten levenslang insuline toegediend
krijgen. De complicaties van DM 1 zijn ernstig. Zonder behandeling leidt het tot een
levensbedreigende ketoacidose. Tijdens de behandeling kunnen door ontregeling hypoglykemie,
hyperglykemie en ketoacidose ontstaan. Hypoglykemie is een laag glucosegehalte in het bloed en
treedt op als er in verhouding te veel insuline is toegediend.

Bij DM 2 raken lichaamscellen steeds meer resistent voor insuline en is er in veel gevallen sprake van
een verminderde productie van insuline. Doordat er uiteindelijk te weinig insuline is om in de
behoefte te voorzien spreken we van een relatief tekort aan insuline. Risicofactoren zijn hogere
leeftijd, familiare belasting en bepaalde leeftijdsfactoren; overgewicht, lichamelijke inactiviteit,
voedingen met veel verzadigde vetten en roken. Bij DM 2 worden lichaamscellen steeds minder
gevoelig voor insuline waardoor de cellen minder glucose opnemen. Het bloedglucosegehalte wordt
steeds wat hoger, ondanks het feit dat er wel insuline wordt geproduceerd. Dit proces gaat heel
geleidelijk en verloopt lang zonder klachten. Na verloop van tijd kan het lichaam niet meer voldoende
insuline produceren en treedt er een blijvende hyperglykemie op met bijpassende klachten. Doordat
er geen absoluut tekort is aan insuline treedt er zelden ketoacidose op. Doordat de klachten van
DM2 zich geleidelijk ontwikkelen, wordt het vaak bij toeval of bij screening ontdekt. Een ernstige
ontregeling van DM 2 is het hyperosmolair hyperglykemisch syndroom. Symptomen van HHS kunnen
onder meer overmatige dorst, droge mond, verhoogd urineren, verwardheid, epileptische aanvallen,
coma en zelfs de dood omvatten indien onbehandeld. De behandeling van DM 2 is leefstijl
aanpassingen en medicatie als leefstijlaanpassingen onvoldoende effect hebben. Eerst wordt DM2



4

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
2 year ago

5,0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
dagneymackaaij Hogeschool van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
23
Member since
4 year
Number of followers
15
Documents
7
Last sold
1 year ago

4,3

6 reviews

5
3
4
2
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions