Literatuur: Hoofdstukken 1 en 2 van ‘Praktisch Burgerlijk Procesrecht’
Open vragen
Vraag 1
Noem de negen algemene uitgangspunten van het burgerlijk procesrecht.
Motiveringsbeginsel – Goed motiveren waarom bepaalde beslissingen zijn gemaakt. Dit
wekt vertrouwen en weet je waarom de uitspraak is gedaan, dan weet je ook of het zin
heeft om in beroep te gaan.
Recht op bijstand in de rechtsbijstand – Iedereen heeft recht toegang tot de rechter en tot
bijstand in de rechtsspraak.
Gelijkheid en onpartijdigheid in de rechtspraak – Dit is een beschermend beginsel zodat er
wordt gekeken naar beide kanten. In het geval dat er sprake is van een rechter die partijdig
is kun je hem wraken, of hij kan verschonen, dat is dat de rechter zelf toegeeft dat hij fout
zat
Hoor en wederhoor – Je hebt recht om te horen en gehoord te worden
Behandeling binnen redelijk termijn – Dat je niet jaren hoeft te wachten op een zaak, maar
dat er binnen een redelijk termijn de zaak afgerond dient te zien. Dit staat ook in de wet,
dat het binnen redelijk termijn moet, en anders is er een procesregeling.
Proces autonomie – Hij moet uitgaan van wat de procederende partijen aanvoeren. Hij mag
niet meer of anders toewijzen dan waar partijen het geschil over hebben. Een rechter kan
wel op basis van de beschikbare feiten, dat een rechter de grondslag kan aanpassen in het
geval dat bijvoorbeeld de burger niet weet hoe het zit en iemand aanklaagt voor
wanprestatie terwijl het bijvoorbeeld duidelijk een onrechtmatige daad was.
Vraag 2
Wat is de functie van deze algemene uitgangspunten?
Zie vraag 1
Vraag 3
Geef gemotiveerd aan van welk uitgangspunt van het burgerlijk procesrecht onderstaand
wetsartikel een voorbeeld is.
a. Artikel 12 Wet RO