PRACTICE
VERPLEEGPLAN
Van de heer Bijtel
Inholland Alkmaar & Noordwest Academie
HBO verpleegkunde
Noordwest Ziekenhuisgroep
Interne Geneeskunde
Begeleid door: Suheda Algin
Publicatiedatum: 8 mei 2023
Naomi Niele
Telefoonnummer: 06 - 24375380
Studentnummer: 682015
Klas: ALVPKVT 2E
,Inleiding
Voor u ligt het Evidence Based Practice (EBP) verpleegplan van de heer bijtel. Een EBP verpleegplan
is een plan waarbij er op een zorgvuldig, uitvoerige en deskundige manier gebruik wordt gemaakt van
het beste bewijsmateriaal dat op dat moment beschikbaar is, met als doel om samen met de patiënt
beslissingen te maken om zo de kwaliteit van de zorgverlening te verbeteren (Stolp et al., 2021).
De heer is opgenomen in het Noordwest Ziekenhuisgroep van Alkmaar op de afdeling interne
geneeskunde. Voor dit onderzoek is de naam van de heer verander om de anonimiteit van de heer te
beschermen. Ook heeft de heer Bijtel een formulier ondertekend dat zijn dossier een maand na zijn
ontslag mag worden ingezien. Dit toestemmingsformulier is terug te vinden in bijlage 1. Verder is er
een authenticiteit verklaring getekend door mijn werkbegeleider Sacha Voorwalt waarin verklaard
wordt dat dit onderzoek berust op een echte casus uit de praktijk. Dit formulier is terug te vinden in
bijlage 2. Het doel van dit verpleegplan is om te onderzoeken welke interventie het beste bij de heer
toegepast kan worden door middel van een literatuuronderzoek.
Ik wil graag mijn coach Suheda Algin bedanken voor de goede begeleiding tijdens dit onderzoek.
Tevens wil ik de heer Bijtel bedanken voor zijn medewerking.
Ik wens u veel leesplezier!
1
,Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................................................................ 1
Casus beschrijving.......................................................................................................................................... 2
Gegevensverzameling.................................................................................................................................... 4
Prognose...............................................................................................................................................................5
Complexiteit.................................................................................................................................................. 6
Verpleegproblemen en prioritering................................................................................................................ 6
Prioritering volgens Eisenhower...........................................................................................................................7
Verantwoording:..................................................................................................................................................7
Verpleegprobleem 1.............................................................................................................................................7
Verpleegprobleem 2.............................................................................................................................................8
Verpleegprobleem 3.............................................................................................................................................8
Verpleegprobleem 4.............................................................................................................................................9
Potentieel verpleegprobleem 5............................................................................................................................9
Praktijk- en patiënt perspectief.................................................................................................................... 10
Sociale kaart.......................................................................................................................................................10
Shared decision making............................................................................................................................... 11
5A model............................................................................................................................................................11
Wetenschappelijk onderbouwde interventie................................................................................................ 12
Literatuurlijst............................................................................................................................................... 14
Bijlage......................................................................................................................................................... 18
Bijlage 1: Toestemmingsformulier inzage dossier.............................................................................................19
Bijlage 2: Authenticiteit verklaring.....................................................................................................................20
Bijlage 3: Uitwerking ziektebeelden...................................................................................................................21
Bijlage 4: Medicatieoverzicht.............................................................................................................................23
Bijlage 5: Complexiteit meter.............................................................................................................................26
Bijlage 6: Beslisboom.........................................................................................................................................28
Bijlage 7.2: Beoordeling wetenschappelijk artikel.............................................................................................29
Bijlage 7.2: Beoordeling wetenschappelijk artikel.............................................................................................30
Bijlage 8: Braden Scale.......................................................................................................................................31
Casus beschrijving
De heer Bijtel is een 82-jarige man, geboren in 1941 en woonachtig in Petten. Hij woont hier samen
met zijn vrouw. Samen hebben ze twee kinderen waaruit zes kleinkinderen zijn voortgekomen. De
2
,heer heeft gewerkt bij de marine in Den Helder, maar is al jaren met pensioen. Vooraf aan de opname
voelde de heer zich al een aantal weken niet lekker wat steeds erger leek te worden. De heer had last
van misselijkheid, overgeven en obstipatie. Hij is in de afgelopen maand vier kilo onbedoeld afgevallen
en ook heeft hij een verminderde eetlust. Ook had de heer pijn aan zijn linker bovenbeen. De heer is
voor deze klachten al bij de huisarts geweest. Op de dag van de opname is de heer thuis door zijn
benen gezakt en kon hij niet meer omhoog komen. De heer Bijtel is met de ambulance naar de SEH
van het Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaar vervoert.
Situatie De heer Bijtel presenteert zich op de interne geneeskunde met een
hypercalciemie (te veel aan kalk in het bloed) welk tijdens de opname is
hersteld. Moeizame ontlasting en pijn aan het linker bovenbeen.
Verder wordt de heer verdacht van een renaal nier carcinoom (tumor in de
nierbuisjes) met metastasen (uitzaaiingen) in de longen. Ook heeft de heer
een stijgende CRP-waarde en last van hoesten waarvoor hij wordt behandeld
voor een pneumonie (longontsteking). De totale uitwerking van de
ziektebeelden is opgenomen in bijlage 3.
Background Allergieën: Contrast allergie joodhoudend
Thuismedicatie:
Acetylsalicyzuur 80mg 1 x daags
Antistolling
Fisonopril 10mg 1 x daags
Bloeddrukverlager en verbeterd de pompkracht
Allopurinol 100mg 1x daags
Verminderd urinezuur afzetting
Atorvastatine 40mg 1 x daags
Cholesterolverlager
Bumetanide 3mg 2 x daags 1 stuks
Plasmedicatie
Calciumcarbonaat 500mg 1 x daags
Mineraal calcium
Ezetimib 10mg 1 x daags
Cholesterolverlager
Metoclopramide 5mg 3 x daags zo nodig
Anti-emetica
Metoprolol 50mg 1 x daags
Bloeddrukverlager en vertraagd de hartslag
Pantoprazol 40mg 1 x daags
Maagbeschermer
Fentanyl pleister 25mcg/uur 1 x per 3 dagen
Opiaten pijnstiller
Medicatie tijdens opname:
Paracetamol 1000mg 4 x daags zo nodig
Pijnstiller
Natriumfosfaten klysma zo nodig
Stimuleert te stoelgang
Macrogol/zouten poeder drank 1 x per dag 2 stuks
Stimuleert te stoelgang
Fraxiparine injectie 1 x daags
Antistolling
Salbutamol/ipratropium verneveling 2.5 ml 4 x daags zo nodig
Luchtwegverwijder
Ceftriaxon 200mg 1 x per dag
Antibiotica
De totale uitwerking van het medicatieoverzicht is opgenomen in bijlage 4.
Relevante voorgeschiedenis:
2017 Aneurysma aorta abdominalis (zonder raptuur)
2009 Chronische nierinsufficiëntie
2009 Angina pectoris
2009 Acuut coronair syndroom waarvoor dotterbehandeling
3
, 1994 Totale heupimplantatie links
De totale uitwerking van de voorgeschiedenis is opgenomen in bijlage 3.
Last meal: -
Event: De heer is thuis door zijn benen gezakt, de huisarts heeft de heer
thuis onderzocht en heeft hem met de ambulance naar de SEH
doorgestuurd.
Assesment Vitale functies:
HR: 92
RR: 116/84
Resp: 18
SpO2: 93%
Temp: 37,4
AVPU: Alert
Gewicht: 68,7
Ingebrachte materialen:
Katheter
Waaknaald
Recommendation -
Gegevensverzameling
In het Noordwest Ziekenhuisgroep wordt de anamnese bij een opname afgenomen door middel van
de patronen van Gordon, zodoende wordt deze methode ook in dit plan gebruikt. Deze vorm van
gegevensverzameling wordt gebruikt, omdat via deze manier op veel verschillende gebieden
disfuncties kan worden gesignaleerd. Het is belangrijk om dit goed in kaart te brengen zodat de
zorgzwaarte ingeschat kan worden en eventuele problemen op tijd gesignaleerd worden, maar ook
zijn deze uitgebreide gegeven nodig om in de schatten of er nazorg geregeld moet worden na het
ontslag. De al afgenomen anamnese bij de opname is verder aangevuld met informatie door een
mondelingen gesprek tijdens de opname.
Patroon Gegevens Functioneel/
disfunctioneel
1. Gezondheidsbeleving en - De heer heeft in zijn leven nooit gerookt. Wel Functioneel
instandhouding drinkt hij heel af en toe bier en wijn maar dit is
minder dan twee eenheden per dag.
De heer is in het verleden meerdere malen
opgenomen in het ziekenhuis voor
verschillende aandoeningen welk zijn hersteld
tijdens deze opnames. Verder gebruikt de heer
hiervoor ook medicatie maar is altijd
therapietrouw geweest.
2. Voeding en stofwisseling De heer is de afgelopen maand onbedoeld vier Disfunctioneel
kilo afgevallen. Het eten smaakt hem niet. Af
en toe heeft hij last van misselijkheid.
Tijdens de opname eet de heer ‘s ochtends en
‘s middags een bakje yoghurt of twee
beschuitjes met jam, s’ avonds eet hij 1/3 van
de maaltijd en een bakje vla. Verder heeft de
heer onder en boven een gebitsprothese.
De heer heeft een decubitus plek categorie
één op de stuit en sinds de opname ook op de
hielen.
3. Uitscheiding De heer heeft obstipatie. Thuis had de heer Disfunctioneel
4
, harde en moeizame ontlasting een keer in de
twee dagen. Ook was de hoeveelheid hiervan
weinig. Sinds de opname heeft de heer al vier
dagen geen ontlasting meer gehad en geeft
aan af en toe buikpijn te hebben.
Veder heeft de heer sinds de opname een
katheter. Ook heeft de heer last van hoesten.
4. Activiteiten De heer maakte gebruik van een rollator. Disfunctioneel
In de thuissituatie had de heer thuis een keer
per dag hulp van de thuiszorg bij de ADL. Ook
maakt de heer thuis gebruik van fysiotherapie.
Tijdens de opname is de heer minder mobiel
geworden, hij heeft hulp nodig bij een transfer
van bed naar stoel met een rollator.
De heer heeft een verhoogd valrisico volgens
protocol van John Hopkins.
Verder wast de heer zichzelf op het randje van
het bed met enige ondersteuning. Ook is de
heer af en toe benauwd.
5.Slaap en rust De heer had in de thuissituatie problemen met Disfunctioneel
het doorslapen. De heer werd soms wakker en
lag dan lang wakker (disfunctioneel). Tijdens
de opname heeft de heer hier geen last meer
van gehad.
6. Cognitie en waarneming De heer heeft een verminderde visus en Disfunctioneel
gehoor. Hiervoor gebruikt de heer een bril en
hoortoestel. Andere moeten luider spreken bij
de heer zodat hij het goed kan horen. Verder
heeft de heer pijn aan het linker boven been
wat dragelijk is voor de heer met de
pijnmedicatie, de heer geeft een NRS van drie
aan.
7. Zelfbeleving Sinds de opname is de heer wisselend Disfunctioneel
gestemd. Hij vertelt dat dit komt doordat het
lichaam achteruitgaat, maar zegt positief
ingesteld te zijn en er het beste van te maken.
8. Rollen en relatie De heer is gehuwd en woont samen met zijn Functioneel
vrouw. De heer heeft twee kinderen die uit huis
wonen. Zijn dochter woont in de omgeving. De
heer heeft in huis een traplift. Ook krijgt de
heer een keer per dag thuiszorg en heeft hij
een keer per week een huishoudelijke hulp.
De heer biljart in zijn vrijetijd met een aantal
oude maten van de marine. Ook kijkt hij graag
sport op de televisie en vindt hij het leuk als de
kleinkinderen op bezoek komen.
9. seksualiteit/voortplanting Niet van toepassing. -
10. Stressverwerking De heer kan goed met stress om gaan. De Functioneel
heer zegt positief in het leven te staan en kan
over moeilijke zaken goed met zijn vrouw
praten.
11. Waarde en De heer is protestants opgevoed. De heer gaat Functioneel
levensovertuiging niet meer elke zondag naar de kerk maar wel
met feestdagen.
Prognose
Later tijdens de opname is uit verschillende onderzoeken gebleken dat de heer een renaal nier
carcinoom heeft met metastasen in de longen. Doordat de heer metastasen heeft is een genezende
behandeling niet meer mogelijk. Er wordt daarom behandeld om zo lang mogelijk te blijven leven met
5
,een goede kwaliteit. Dit wordt palliatieve behandeling genoemd. Deze palliatieve behandeling kan bij
sommige zorgvragers jaren duren (Nierkanker – UMC Utrecht, z.d.). Het behandelplan van de heer
Bijtel is daarom gericht om de kwaliteit van leven voor de heer zo goed mogelijk te houden.
Complexiteit
De voorwaardelijke criteria van dit EBP-plan is een middel complexe situatie. Op de verpleegafdeling
van de interne geneeskunde wordt er gewerkt me een complexiteit meter door middel van een
formulier met vragen. Dit formulier sluit goed aan bij de afdeling omdat hierin uiteenlopende situaties
worden beschreven waardoor er een goed beeld kan worden gegeven of een zorgvrager complex of
minder complex kan worden toegewezen. Voorbeelden van deze situaties zijn stabiliteit en
voorspelbaarheid van de zorgvrager, de coördinatie van het aantal andere zorgverleners en ADL-
zelfstandigheid van de zorgvrager. Bij het kiezen van een zorgvrager voor dit EBP-plan is deze score
lijst gebruikt. Een verpleegkundige heeft geholpen bij het uitzoeken van een goede zorgvrager. Zij
stelde de heer Bijtel voor als potentiële kandidaat. Vervolgens is de complexiteitsore bij de heer
toegepast. Volgens deze score lijst voldoet de heer met een score van negentien aan een
middelcomplexen zorgsituatie. Hieronder zijn de vragen van de complexiteit meter die van toepassing
waren bij de heer zichtbaar met een kleine toelichting. De gehele uitwerking van de complexiteit meter
is opgenomen in bijlage 5.
A. Stabiliteit en voorspelbaarheid van een zorgsituatie (score 3)
Doordat er nog veel onzekerheid was over de diagnoses was het zorgplan erg onvoorspelbaar.
B. Kans op een risicovolle situatie (Score 3)
Doordat de heer een verminderde mobiliteit heeft is de kans aanzienlijk aanwezig dat de heer valt en
hierdoor iets breekt wat in zijn situatie niet bevorderlijk is. Daarbij heeft de heer een aneurysma in de
buik, wanneer deze scheurt ontstaat er intern een levensgevaarlijke situatie.
C. Coördinatie met andere hulpverleners (score 2)
Bij de zorg van de heer is de fysiotherapeut en diëtiste betrokken.
D. Gebruik van verpleegtechnische hulpmiddelen (score 2)
De heer heeft een katheter waarvoor verpleegtechnische handelingen voor verricht moeten worden.
E. ADL-Zelfstandigheid van de patiënt (score 3)
De is volledig zelfstandig bij het eten en drinken maar heeft hulp nodig bij de overige indicatoren.
F. Emotionele ondersteuning aan de zorgvrager en naasten (score 1)
De heer is erg positief ingesteld waardoor er geen extra aandacht nodig is dan normaal.
G. Mate van adequate communicatie tussen verzorgende en de zorgvrager (score 1)
De heer kan alle communicatieve vaardigheden uitvoeren.
H. Meerdere ziektebeelden / aandoeningen / verstoringen die elkaar beïnvloeden (score 4)
De heer heeft verschillende ziektebeelden die van invloed hebben op elkaar en het herstel.
Tel de gegeven scores op tot een totaalscore: 19
Bij een score van 18 tot en met 23 is er sprake van een middencomplexe zorgsituatie.
Verpleegproblemen en prioritering
Er zijn een aantal verpleegkundige diagnoses bij de heer Bijtel gesignaleerd. De gesignaleerde
verpleegkundige diagnoses zijn decubitus, obstipatie, verminderde mobiliteit en ondervoeding. Een
potentieel verpleegkundig probleem is het risico op angst. Echter zijn er meer verpleegproblemen bij
deze casus, maar bij dit EBP-plan worden maar 5 verpleegproblemen uitgewerkt. Na het signaleren
6
,van de problemen zijn deze geprioriteerd via de Matrix van Eisenhower. Bij dit model worden de
diagnoses geprioriteerd op urgent of niet urgent en op belangrijk en niet belangrijk door middel van
vier kwadranten. Er is gekozen om met dit model te werken, omdat er in één oogopslag gesignaleerd
kan worden welke problemen de meeste prioriteit hebben.
Prioritering volgens Eisenhower
Urgent Niet urgent
Belangrijk Ondervoeding Angst
Obstipatie Decubitus categorie één
Verminderde mobiliteit
Niet belangrijk
Verantwoording:
De verpleegproblemen ondervoeding en verminderde mobiliteit zijn geprioriteerd in de Eisenhower
matrix op belangrijk en urgent. Er is hiervoor gekozen omdat de verminderde mobiliteit en
ondervoeding beide oorzaken zijn van decubitus en obstipatie.
Door ondervoeding wordt de wondgenezing namelijk vertraagd en ook zijn eiwitten en mineralen
essentieel bij de opbouw van weefsels (“Voedingsadviezen bij decubitus”, 2017). Ook krijgt het
lichaam minder vezels binnen. Vezels zijn dan weer belangrijk bij het voorkomen en verhelpen van
obstipatie (Ik heb last van verstopping | Thuisarts.nl, 2021).
De verminderde mobiliteit heeft ervoor gezorgd dat er decubitus is ontstaan doordat er sprake was
van langdurig druk op een plek. Wanneer dit probleem niet wordt opgelost zal de decubitus door de
constante druk verergeren. Ook heeft de verminderde mobiliteit een negatief effect op de
darmperistaltiek. Door lichamelijke beweging stimuleert het de darmperistaltiek en de doorbloeding
van de darmen waardoor de ontlasting naar buiten wordt gedreven (Maag Lever Darm Stichting,
2021). Door deze redenen is het erg belangrijk om het probleem aan te pakken bij de oorzaak.
Ook heeft de heer aangegeven dat hij graag weer zelfstandiger wil zijn zoals hij was voor zijn opname.
Om dit te bereiken moet de heer mobieler worden en meer energie krijgen om te kunnen mobiliseren
en aan te sterken.
Ook het verpleegprobleem obstipatie is geprioriteerd op belangrijk en urgent. Hiervoor is gekozen
omdat de heer al vier dagen geen ontlasting heeft gehad en er al complicaties aan het ontstaan zijn,
namelijk aambeien. Dit probleem moet direct worden aangepakt om verergering van de complicaties
te voorkomen. Ook ervaarde de heer ongemak bij de pijn in de buik van de obstipatie, de heer stemde
er hierom mee in om de obstipatie aan te pakken.
Het verpleegprobleem decubitus is geprioriteerd op belangrijk maar niet urgent. Hiervoor is gekozen
omdat de decubitus een categorie had van één. Dit betekent dat er niet wegdrukbare roodheid
aanwezig is zonder ontvelling. Dit probleem kan al heel snel verholpen worden wanneer de druk op de
plek wordt ontzien door het mobiliseren. Hierdoor hoeft er niet direct iets aan de decubitus gedaan te
worden, omdat er al aan de oorzaak van zijn decubitus gewerkt wordt. Wel is het belangrijk om dit
probleem goed in de gaten te houden, omdat decubitus pijnlijk is en de wondgenezing traag is
(Decubitus, z.d.). Voor de heer bijtel was het vooral belangrijk dat de pijn van deze plekken verholpen
zouden worden voor een comfortabeler gevoel.
Het potentiële verpleegprobleem angst is geprioriteerd op belangrijk maar niet urgent. Hiervoor is
gekozen omdat het belangrijk is om dit probleem vroegtijdig te signaleren zodat er adequaat
gehandeld kan worden. Hierdoor kan een goede kwaliteit van leven van de heer zoveel mogelijk in
acht genomen worden, maar er hoeft niet direct wat aan dit probleem gedaan te worden omdat het
probleem nog niet aan de orde is.
Verpleegprobleem 1
P Decubitus categorie 1
E Verminderde mobiliteit, ondervoeding
S Signs: Niet wegdruk bare roodheid op de stuit en enkels en bedlegerig.
Symptoms: De heer geeft aan pijn te hebben aan zijn stuit en enkels.
7
,Doel: Binnen twee weken heeft de heer een toenemende genezende huid waarbij de verpleegkundige
observeert dat de roodheid is afgenomen en geeft de heer aan minder pijn te ervaren (Carpenito,
2018, p. 600).
Interventies:
De verpleegkundige helpt de heer elke vier uur bij een wisselligging die voor de heer
aangenaam is (Carpenito, 2018, p. 605).
De verpleegkundige zorgt ervoor dat de heer goed gebruik maakt van een hielkussen
(Carpenito, 2018, p. 605).
De verpleegkundige laat de heer gebruik maken van een zitkussen in de stoel om de
aangedane huid te ontlasten (Decubitus, z.d.-b)
De verpleegkundige stimuleert de heer om te bewegen volgens het opgestelde
mobiliteitschema bij verpleegprobleem drie (Kennisplein Zorg voor Beter, 2022)
De verpleegkundige smeert de aangedane huid in met barrière crème als er geen sprake is
van ontvelling (D. Schavemaker, persoonlijke communicatie, 21 april 2023).
De verpleegkundige overlegt met de arts over het geven van paracetamol aan de heer
wanneer de heer pijn aan geeft (Transmuralezorg.nl, 2012).
De verpleegkundige overlegt met de diëtiste over het geven van extra vitamine-suppletie
(“Voedingsadviezen bij decubitus”, 2017).
Verpleegprobleem 2
P Obstipatie
E Verminderde mobiliteit en het gebruik van opiaten
S Signs: vier dagen afwezigheid van de ontlasting, aambeien gesignaleerd door
verpleegkundige en harde ontlasting
Symptoms: De heer geeft aan buikpijn te hebben en pijn bij de defecatie.
Doel: Binnen vier dagen geeft de heer aan spontaan en minstens iedere twee tot drie dagen zachte
ontlasting te hebben. Ook geeft de heer aan geen pijn in de buik of bij de ontlasting te hebben
(Carpenito, 2018, p. 192).
Interventies:
De verpleegkundige stimuleert de heer om te bewegen volgens het opgestelde mobiliteit
schema bij verpleegprobleem drie (Carpenito, 2018, p. 193).
De verpleegkundige bied de heer een half uur voor het ontbijt een glas warm water aan om te
drinken (Carpenito, 2018, p. 194).
De voedingsassistente biedt bij elke maaltijd voedsel aan dat rijk is aan vezels (Ik heb last van
verstopping | Thuisarts.nl, 2021).
De verpleegkundige overlegt met de heer om op een vast tijdstip naar het toilet te gaan zo dat
dit een vast onderdeel van de dagelijkse routine kan worden (Carpenito, 2018, p. 193).
De verpleegkundige overlegt met de arts om dagelijks macrogol te geven aan de heer (Ik heb
last van verstopping | Thuisarts.nl, 2021)
Evaluatie:
Na het toepassen van de bovenstaande interventies kwam de ontlasting bij de heer binnen vier dagen
op gang. De heer heeft nu om de één à twee dagen ontlasting. Het aspect van de ontlasting is zacht
en er is geen zichtbaar bloed afkomstig van de aambeien. De heer geeft aan dat de ontlasting
spontaan naar buiten komt en zegt geen buikpijn meer te hebben. Hiermee is het opgestelde doel
voor de heer behaald en hoeven er geen aanpassingen gedaan te worden. De heer is betrokken bij de
evaluatie door vragen te stellen aan de heer wanneer de macrogol werd uitgereikt.
Verpleegprobleem 3
P Verminderde mobiliteit
E Spierzwakte veroudering, angst en pijn aan het linker bovenbeen
S Signs: Bedlegerig, hulp nodig bij het mobiliseren, gebruik van een rollator en
decubitus wonden.
8
, Symptoms: De heer vraagt om hulp bij de ADL en het mobiliseren.
Doel: De heer kan binnen één maand zelfstandig mobiliseren bij het verplaatsen van bed naar stoel
met behulp van een rollator. Ook geeft de heer aan bij de verpleegkundige zich zelfverzekerd te
voelen tijdens de transfer.
Interventies:
De arts vraagt een fysiotherapeut in consult om een keer per dag te oefenen met mobiliseren
bij de heer (Abbema et al., 2014).
De verpleegkundige maakt samen met de heer een mobiliteitsschema waarin wordt
beschreven hoe vaak de heer per dag uit bed gaat (Carpenito, 2018, p. 357).
De verpleegkundige laat de heer een kwartier per dag oefeningen uitvoeren in bed voor de
buikspieren, armen, schouders en benen (Sesink, 2016).
De verpleegkundige overlegt met de arts voor een goede pijnbehandeling voor het
mobiliseren (Spaan et al., 2009)
De verpleegkundige zorgt voor een pijnscore meting bij het mobiliseren (Spaan et al., 2009)
Evaluatie:
De eerste paar dagen na het starten van de bovenstaande interventies maakt de heer Bijtel een kleine
vooruitgang. De heer heeft drie keer per dag opgezeten in de stoel met een minimale duur van één
uur. Ook heeft de heer samen met de fysiotherapeut geoefend met het opstaan en heeft de heer
zelfstandig met de rollator een rondje gelopen. Echter ging de heer na deze eerste dagen fysiek snel
achteruit. De heer had geen energie meer om uit bed te komen, waardoor ook de fysiotherapeut
gestopt is met zijn behandeling. Het doel van de heer is niet behaald doordat de heer na twee weken
overleden is. Echter diende het doel of interventies niet aangepast te worden, omdat mobieler worden
bijdroeg aan een betere kwaliteit van leven voor de heer, daarbij was het niet te verwachten dat de
heer binnen dit korte tijdbestek zou overlijden.
Verpleegprobleem 4
P Ondervoeding
E Verminderde intake, misselijkheid en infectie
S Signs: vier kilo afgevallen, de heer laat een deel van de hoofdmaaltijd staan.
Symptoms: De heer geeft aan het eten niet meer vindt smaken.
Doel: De heer krijgt binnen één maand zijn dagelijkse voedingsbehoeften binnen in evenwicht met zijn
activiteiten en metabolisme, dit wordt zichtbaar doordat de heer aankomt in gewicht.
Interventies
De arts vraagt een diëtiste in consult om de dagelijkse energiebehoefte van de heer te
berekenen en om hier een voedingsplan op te maken (Carpenito, 2018, p. 575).
De verpleegkundige bestrijdt pijn en misselijkheid in overleg met de arts voor de maaltijd als
de heer deze klachten aan geeft (Carpenito, 2018, p. 576).
De verpleegkundige en voedingsassistente beperkt één uur voor en tijdens de maaltijd het
drinken, behalve een glas lauwwarm water voor het ontbijt in verband met de obstipatie
(Carpenito, 2018, p. 575).
De voedingsassistente biedt de heer energie- en eiwitrijke hoofdmaaltijden en tussendoortjes
aan waaronder nutri drankjes (Spaan et al., 2009).
De verpleegkundige overlegt met de heer wat de heer het liefste eet en geef dit door aan de
voedingsassistente (Carpenito, 2018, p. 575).
De voedingsassistente biedt zes keer per dag kleine en koude porties van de drie
hoofdmaaltijden aan en daarnaast kleine tussendoortjes (Carpenito, 2018, p. 575).
De verpleegkundige laat de familie weten dat ze eten mee mogen nemen wat de heer graag
eet (Carpenito, 2018, p. 575).
De verpleegkundige laat de familie weten dat er ‘s avonds samen met de heer gegeten mag
worden als de heer dit prettig vindt (Familieparticipatie | Amphia Ziekenhuis, 2021).
Potentieel verpleegprobleem 5
9