Gemaakt door:
Gina van der Salm
Kelly Berretty
Roxanne van der Vlist
Artikel 1: Methoden voor sociaal pedagogisch hulpverleners
Inleiding
Wanneer er voor situaties geen standaard oplossingen zijn zet de SPH’er zijn creativiteit in brede zin
in. Ook zijn er situaties waarin het aanspreken van creativiteit bij cliënten wenselijk is (cliënt niet in
staat gesprek te voeren).
Muzisch agogisch handelen-> Muzische middelen (creatieve, speelse middelen) op een agogische
manier inzetten en bewust koppelen aan behandel- of begeleidingsdoelen.
Behrend formuleert muzisch agogisch handelen als volgt:
Muzisch-agogisch handelen is vanuit een muzische grondhouding beïnvloeden van individuele
personen en/of groepen tijdens omgang, doelbewuste begeleiding of voorwaardelijke zorg, gericht
op de ontwikkeling en het welzijn van individu en/of groep door middel van activiteiten op muzisch
terrein die een appel doen op het menselijk vermogen tot verbeelding, vindingrijkheid en
verwondering.
Dat wil zeggen dat muzisch-agogisch handelen, gaat behoren tot de grondhouding van de
hulpverlener. Muzisch-agogisch handelen wordt ingezet in de leefsituatie van de cliënt, tijdens de
omgang, doelbewuste begeleiding of voorwaardelijke zorg. Het kan dus ingezet worden bij het
behandelplan maar ook in de omgang of bij de verzorging.
Doelgroepen
Mits in de goede vorm gepresenteerd, zijn vrijwel alle middelen aan vrijwel alle doelgroepen
bestemd. Het kan zijn dat cliënten in het begin afwerend staan tegenover het gebruik van muzische
middelen. Een hulpverlener moet de afweer serieus nemen en zich afvragen waar de weerstand
vandaan komt. Soms vinden cliënten een activiteit te kinderachtig, of zeggen zij dat zij de activiteit te
kinderachtig vinden maar zijn zij bang om te falen.
Dit vraagt van de hulpverlener een heldere uitleg met de geruststelling dat iedereen mee kan doen,
en het creëren van een veilige sfeer waarin mensen niet bang hoeven te zijn uitgelachen te worden.
Ook moet de activiteit aangepast zijn aan de mogelijkheden van de doelgroep. Om met de weerstand
om te gaan dient de hulpverlener overtuigd te zijn van de zin van de activiteit, van de geschiktheid en
bovenal van de aantrekkelijkheid ervan.
Hulpverleningsdoelen
De hulpverleningsdoelen kunnen gekoppeld worden aan de verschillende ontwikkelingsgebieden van
de mens (ontwikkeling is een doorgaand proces, ook volwassenleeftijd). De volgende
ontwikkelingsgebieden kunnen worden onderscheiden:
1. Sensomotorische ontwikkeling: het waarnemen (zien, horen, ruiken, proeven, voelen van pijn en
genot) en de bewegingen waartoe een individu in staat is.
2. Cognitieve ontwikkeling: de intelligentie, het leren en herinneren, het vermogen taal te gebruiken