1) Nieuwe competenties (6 punten)
a. Wat zijn drie nieuwe competenties die belangrijk zijn in 2022? (2 punten)
b. Beschrijf kort de competentie van analytisch denken. (2 punten)
c. Leg uit wat actief leren inhoudt. (2 punten)
2) Loopbaanontwikkeling (6 punten)
a. Noem vier aspecten van loopbaanontwikkeling. (2 punten)
b. Wat wordt bedoeld met instroom? (1 punt)
c. Leg het belang van leren en ontwikkelen in een loopbaan uit. (3 punten)
3) Michigan-model (6 punten)
a. Wat is het Michigan-model? (2 punten)
b. Beschrijf de twee belangrijkste componenten van het Michigan-model. (2 punten)
c. Leg uit waarom het afstemmen van de sociale en technische aspecten van een
organisatie belangrijk is volgens het Michigan-model. (2 punten)
4) Job-demand-control model (6 punten)
a. Wat houdt het Job-demand-control model in? (2 punten)
b. Beschrijf de relatie tussen werkstressoren, controle en de gevolgen voor werknemers
volgens het model. (2 punten)
c. Leg uit hoe dit model kan helpen bij het begrijpen en aanpakken van werk
gerelateerde stress. (2 punten)
5) Motivatie intensriek en excentriek (6 punten)
a. Wat zijn de twee typen motivatie? (2 punten)
b. Beschrijf de kenmerken van intrinsieke motivatie. (2 punten)
c. Geef een voorbeeld van elk type motivatie in een werksituatie. (2 punten)
6) Niet-rationele besluitvormingsprocessen (6 punten)
a. Noem zes redenen waarom besluitvormingsprocessen niet altijd rationeel zijn. (6
punten)
7) Draagvlak en besluitvorming (5 punten)
a. Wat wordt bedoeld met draagvlak bij besluitvorming? (2 punten)
b. Waarom is draagvlak belangrijk bij het nemen van beslissingen in een organisatie? (3
punten)
8) Machtsbronnen (8 punten)
a. Noem vier machtsbronnen die een persoon kan hebben. (4 punten)
b. Geef een voorbeeld van elk van de vier machtsbronnen in een organisatiecontext. (4
punten)
9) Leiderschapsstijlen (6 punten)
a. Noem vijf leiderschapsstijlen. (5 punten)
b. Beschrijf kort het kenmerkende gedrag van een autocratisch leider. (1 punt)
10) Balanced Scorecard functies (6 punten)
a. Noem vier functies van de Balanced Scorecard. (4 punten)
b. Leg uit waarom het meten van financiële indicatoren alleen niet voldoende is voor het
beoordelen van de prestaties van een organisatie. (2 punten)
11) Typen bedrijfsprocessen (6 punten)
a. Noem de drie typen bedrijfsprocessen. (3 punten)
b. Geef een voorbeeld van elk type bedrijfsproces. (3 punten)
12) Management by Objectives (MBO) (6 punten)
a. Wat is Management by Objectives (MBO)? (2 punten)
b. Beschrijf de belangrijkste kenmerken van MBO. (2 punten)
c. Geef een voorbeeld van hoe MBO kan worden toegepast in een organisatie. (2
punten)
13) Kwaliteit en bedrijfsprocessen (4 punten)
a. Wat is de relatie tussen kwaliteit en bedrijfsprocessen? (2 punten)
b. Noem twee methoden of benaderingen die worden gebruikt om de kwaliteit van
bedrijfsprocessen te verbeteren. (2 punten)
a. Wat zijn drie nieuwe competenties die belangrijk zijn in 2022? (2 punten)
b. Beschrijf kort de competentie van analytisch denken. (2 punten)
c. Leg uit wat actief leren inhoudt. (2 punten)
2) Loopbaanontwikkeling (6 punten)
a. Noem vier aspecten van loopbaanontwikkeling. (2 punten)
b. Wat wordt bedoeld met instroom? (1 punt)
c. Leg het belang van leren en ontwikkelen in een loopbaan uit. (3 punten)
3) Michigan-model (6 punten)
a. Wat is het Michigan-model? (2 punten)
b. Beschrijf de twee belangrijkste componenten van het Michigan-model. (2 punten)
c. Leg uit waarom het afstemmen van de sociale en technische aspecten van een
organisatie belangrijk is volgens het Michigan-model. (2 punten)
4) Job-demand-control model (6 punten)
a. Wat houdt het Job-demand-control model in? (2 punten)
b. Beschrijf de relatie tussen werkstressoren, controle en de gevolgen voor werknemers
volgens het model. (2 punten)
c. Leg uit hoe dit model kan helpen bij het begrijpen en aanpakken van werk
gerelateerde stress. (2 punten)
5) Motivatie intensriek en excentriek (6 punten)
a. Wat zijn de twee typen motivatie? (2 punten)
b. Beschrijf de kenmerken van intrinsieke motivatie. (2 punten)
c. Geef een voorbeeld van elk type motivatie in een werksituatie. (2 punten)
6) Niet-rationele besluitvormingsprocessen (6 punten)
a. Noem zes redenen waarom besluitvormingsprocessen niet altijd rationeel zijn. (6
punten)
7) Draagvlak en besluitvorming (5 punten)
a. Wat wordt bedoeld met draagvlak bij besluitvorming? (2 punten)
b. Waarom is draagvlak belangrijk bij het nemen van beslissingen in een organisatie? (3
punten)
8) Machtsbronnen (8 punten)
a. Noem vier machtsbronnen die een persoon kan hebben. (4 punten)
b. Geef een voorbeeld van elk van de vier machtsbronnen in een organisatiecontext. (4
punten)
9) Leiderschapsstijlen (6 punten)
a. Noem vijf leiderschapsstijlen. (5 punten)
b. Beschrijf kort het kenmerkende gedrag van een autocratisch leider. (1 punt)
10) Balanced Scorecard functies (6 punten)
a. Noem vier functies van de Balanced Scorecard. (4 punten)
b. Leg uit waarom het meten van financiële indicatoren alleen niet voldoende is voor het
beoordelen van de prestaties van een organisatie. (2 punten)
11) Typen bedrijfsprocessen (6 punten)
a. Noem de drie typen bedrijfsprocessen. (3 punten)
b. Geef een voorbeeld van elk type bedrijfsproces. (3 punten)
12) Management by Objectives (MBO) (6 punten)
a. Wat is Management by Objectives (MBO)? (2 punten)
b. Beschrijf de belangrijkste kenmerken van MBO. (2 punten)
c. Geef een voorbeeld van hoe MBO kan worden toegepast in een organisatie. (2
punten)
13) Kwaliteit en bedrijfsprocessen (4 punten)
a. Wat is de relatie tussen kwaliteit en bedrijfsprocessen? (2 punten)
b. Noem twee methoden of benaderingen die worden gebruikt om de kwaliteit van
bedrijfsprocessen te verbeteren. (2 punten)