2 De indeling van het recht
Privaatrecht: regelt de verhouding tussen de burgers onderling.
Publiekrecht: regelt de verhouding tussen de burgers en de overheid en tussen de staten.
->sociaal zekerheidsrecht = combinatie van private verzekeringen en overheidsheffingen
-> invloed van de overheid neemt overal toe
privaat EN publiek bv. Grond (privaat) verkopen en betaald (privaat) een notaris
(publiek) met belasting (publiek)
Nationaal recht: alle rechtsregelen die uitgevaardigd worden door een bevoegde
politieke instelling. Op federaal, regionaal, provinciaal en gemeentelijk niveau.
Grensoverschrijdend recht: alle rechtsregelen uitgevaardigd door een supranationale
politieke instelling -> het Europees recht, het verdragsrecht, internationaal privaatrecht.
Rechtsobjecten: materiele of immateriele goederen.
Rechtssubjecten: de handelende personen
Subjectief recht: de concrete, door het objectieve recht erkende, bevoegdheid of macht
om iets te vragen, eisen of te vorderen.
Formeel recht: inhoudelijke rechtsregels
Materieel recht: procedureregels
2.1 Nationaal recht
2.1.1 Privaatrecht
- horizontaal
- welke subjectieve rechten de burgers toekomen of welke zij kunnen verwerven.
Bv. Eigendomsrecht
- op welke wijze en bij welke instellingen zij hun subjectieve rechten kunnen
laten gelden bv. Eisen van schadevergoeding
- de burgers en rechtspersonen mogen over hun subjectieve rechten beschikken
wijzigen, vervreemden, bezwaren met rechten ten voordele van derden via
rechtshandelingen
- aanvullend recht: regelingen die de rechtshandelingen van de burgers aanvullen
- dwingend recht: beperkte vrijheid -> overheid beperkt morele politieke
economische en sociale vrijheid.
A. Burgerlijk recht: elementaire verhoudingen tussen de burgers, het statuut van de
persoon personenrecht, familierecht en huwelijksvermogensrecht, zakenrecht,
familiaal vermogensrecht, vorderingsrecht.
B. Handelsrecht: het statuut ven de handelaren en commerciële activiteiten.
Objectieve handelsdaden = verrichtingen die van nature een handelskarakter
hebben. Subjectieve handelsdaden = door handelaars in verband met hun bedrijf
gesteld zoals bedrijfswagen.
-> micro-economisch en privaatrechtelijk
(economisch recht -> macro-economische verhoudingen.)
C. Vennootschapsrecht: regels die van toepassing zijn op alle vennootschappen.
Ofwel als handelsactiviteit, ofwel als niet-commerciële burgerlijke activiteit bv.
N.V., BVBA, CV, VOF
D. Sociaal recht: het arbeidersrecht (de verhouding russen werkgevers en
werknemers) en het sociaal zekerheidsrecht (de verplichte sociale verzekering
voor werknemers en voor zelfstandigen)
E. Privaatrechtelijk procesrecht: regelt de inrichting en bevoegdheid van de
privaatrechtelijke rechtscolleges + het verloop van privaatrechtelijke processen.
F. Het consumentenrecht: de consumenten berschermen tegen de soms
verregaande agressiviteit van banken, vastgoedmakelaars en andere
professionele handelaren.
Privaatrecht: regelt de verhouding tussen de burgers onderling.
Publiekrecht: regelt de verhouding tussen de burgers en de overheid en tussen de staten.
->sociaal zekerheidsrecht = combinatie van private verzekeringen en overheidsheffingen
-> invloed van de overheid neemt overal toe
privaat EN publiek bv. Grond (privaat) verkopen en betaald (privaat) een notaris
(publiek) met belasting (publiek)
Nationaal recht: alle rechtsregelen die uitgevaardigd worden door een bevoegde
politieke instelling. Op federaal, regionaal, provinciaal en gemeentelijk niveau.
Grensoverschrijdend recht: alle rechtsregelen uitgevaardigd door een supranationale
politieke instelling -> het Europees recht, het verdragsrecht, internationaal privaatrecht.
Rechtsobjecten: materiele of immateriele goederen.
Rechtssubjecten: de handelende personen
Subjectief recht: de concrete, door het objectieve recht erkende, bevoegdheid of macht
om iets te vragen, eisen of te vorderen.
Formeel recht: inhoudelijke rechtsregels
Materieel recht: procedureregels
2.1 Nationaal recht
2.1.1 Privaatrecht
- horizontaal
- welke subjectieve rechten de burgers toekomen of welke zij kunnen verwerven.
Bv. Eigendomsrecht
- op welke wijze en bij welke instellingen zij hun subjectieve rechten kunnen
laten gelden bv. Eisen van schadevergoeding
- de burgers en rechtspersonen mogen over hun subjectieve rechten beschikken
wijzigen, vervreemden, bezwaren met rechten ten voordele van derden via
rechtshandelingen
- aanvullend recht: regelingen die de rechtshandelingen van de burgers aanvullen
- dwingend recht: beperkte vrijheid -> overheid beperkt morele politieke
economische en sociale vrijheid.
A. Burgerlijk recht: elementaire verhoudingen tussen de burgers, het statuut van de
persoon personenrecht, familierecht en huwelijksvermogensrecht, zakenrecht,
familiaal vermogensrecht, vorderingsrecht.
B. Handelsrecht: het statuut ven de handelaren en commerciële activiteiten.
Objectieve handelsdaden = verrichtingen die van nature een handelskarakter
hebben. Subjectieve handelsdaden = door handelaars in verband met hun bedrijf
gesteld zoals bedrijfswagen.
-> micro-economisch en privaatrechtelijk
(economisch recht -> macro-economische verhoudingen.)
C. Vennootschapsrecht: regels die van toepassing zijn op alle vennootschappen.
Ofwel als handelsactiviteit, ofwel als niet-commerciële burgerlijke activiteit bv.
N.V., BVBA, CV, VOF
D. Sociaal recht: het arbeidersrecht (de verhouding russen werkgevers en
werknemers) en het sociaal zekerheidsrecht (de verplichte sociale verzekering
voor werknemers en voor zelfstandigen)
E. Privaatrechtelijk procesrecht: regelt de inrichting en bevoegdheid van de
privaatrechtelijke rechtscolleges + het verloop van privaatrechtelijke processen.
F. Het consumentenrecht: de consumenten berschermen tegen de soms
verregaande agressiviteit van banken, vastgoedmakelaars en andere
professionele handelaren.