4 basisbewerkingen
Op de basisschool komen vier basisbewerkingen (basisoperaties) aan bod: optellen, aftrekken,
vermenigvuldigen en delen.
Hoofdrekenen met het hoofd wordt ook wel halfschriftelijk rekenen genoemd omdat er ook wel eens
een paar denkstappen op papier worden gezet. En met hoofdrekenen eigenlijk alles in het hoofd zou
moeten gebeuren.
4.1 schets van de leerlijn basisbewerkingen
In groep 4 en 5 worden de getallen waarmee wordt gerekend steeds groter en komen bovendien de
basisbewerkingen vermenigvuldigen en delen aan bod.
Zie bladzijde 84 voor schets van de leerlijn basisbewerkingen.
4.2 optellen en aftrekken
Geautomatiseerde opgaven tot en met 20 helpen om opgaven met grotere getallen te kunnen
oplossen.
Doordat het automatiseren van opgaven tot en met 20 een langlopend proces is, kan er bij het
optellen en aftrekken met grotere getallen niet meteen van uit worden gegaan dat kinderen de
kennis snappen.
Aan het oplossen van een rekenopgave zijn twee aspecten te onderscheiden:
- De procedure waarmee met de bewerking wordt omgegaan oplossingsprocedure, direct
optellen, indirect aftrekken en aanvullende optellen voor de bewerking aftrekken.
- De strategie waarmee met de getallen wordt omgegaan oplossingstrategie
Bij hoofdrekenend optellen en aftrekken zijn drie grondvormen te onderscheiden.
Het gaat hierbij om twee basisstrategieën die altijd kunnen worden toegepast:
De rijgstrategie
Splitsstrategie
Naast deze twee basisistrategieën komen ook varia-aanpakken voor.
De rijgstrategie
Rijgen wordt gedaan bij optel en aftrekopgave. Bij deze strategie blijft het eerste getal altijd intact en
wordt het tweede getal er in stukjes bij gedaan of afgehaald.
Deze strategie is te ondersteunen met een lijnmodel. De deelgetallen worden er als het ware
aangeregen.
De rijgstrategie sluit goed aan bij de informele telstrategieën die kinderen gebruiken. de rijgstrategie
is van belang voor het hoofdrekenen in de bovenbouw.
De sprongen via het tiental is handig om te gebruiken bij opgaven over het tiental. Eerst wordt er
naar een heel tiental gesprongen en vandaaruit kan er verder worden gesprongen.
Het tekenen van de rijgstrategie op de getallenlijn heeft twee voordelen:
1. Leerlingen tekenen hun tussenstappen en tussenantwoorden, waardoor het werkgeheugen
wordt ontlast.
2. De sprongen kunnen uitgebreid en verkort worden uitgevoerd. voorbeeld 24 + 35 kan met 3x
sprongen van 10 of in 1x een sprong van 30.
Op de basisschool komen vier basisbewerkingen (basisoperaties) aan bod: optellen, aftrekken,
vermenigvuldigen en delen.
Hoofdrekenen met het hoofd wordt ook wel halfschriftelijk rekenen genoemd omdat er ook wel eens
een paar denkstappen op papier worden gezet. En met hoofdrekenen eigenlijk alles in het hoofd zou
moeten gebeuren.
4.1 schets van de leerlijn basisbewerkingen
In groep 4 en 5 worden de getallen waarmee wordt gerekend steeds groter en komen bovendien de
basisbewerkingen vermenigvuldigen en delen aan bod.
Zie bladzijde 84 voor schets van de leerlijn basisbewerkingen.
4.2 optellen en aftrekken
Geautomatiseerde opgaven tot en met 20 helpen om opgaven met grotere getallen te kunnen
oplossen.
Doordat het automatiseren van opgaven tot en met 20 een langlopend proces is, kan er bij het
optellen en aftrekken met grotere getallen niet meteen van uit worden gegaan dat kinderen de
kennis snappen.
Aan het oplossen van een rekenopgave zijn twee aspecten te onderscheiden:
- De procedure waarmee met de bewerking wordt omgegaan oplossingsprocedure, direct
optellen, indirect aftrekken en aanvullende optellen voor de bewerking aftrekken.
- De strategie waarmee met de getallen wordt omgegaan oplossingstrategie
Bij hoofdrekenend optellen en aftrekken zijn drie grondvormen te onderscheiden.
Het gaat hierbij om twee basisstrategieën die altijd kunnen worden toegepast:
De rijgstrategie
Splitsstrategie
Naast deze twee basisistrategieën komen ook varia-aanpakken voor.
De rijgstrategie
Rijgen wordt gedaan bij optel en aftrekopgave. Bij deze strategie blijft het eerste getal altijd intact en
wordt het tweede getal er in stukjes bij gedaan of afgehaald.
Deze strategie is te ondersteunen met een lijnmodel. De deelgetallen worden er als het ware
aangeregen.
De rijgstrategie sluit goed aan bij de informele telstrategieën die kinderen gebruiken. de rijgstrategie
is van belang voor het hoofdrekenen in de bovenbouw.
De sprongen via het tiental is handig om te gebruiken bij opgaven over het tiental. Eerst wordt er
naar een heel tiental gesprongen en vandaaruit kan er verder worden gesprongen.
Het tekenen van de rijgstrategie op de getallenlijn heeft twee voordelen:
1. Leerlingen tekenen hun tussenstappen en tussenantwoorden, waardoor het werkgeheugen
wordt ontlast.
2. De sprongen kunnen uitgebreid en verkort worden uitgevoerd. voorbeeld 24 + 35 kan met 3x
sprongen van 10 of in 1x een sprong van 30.