Economie H5 – Omzet, kosten en winst:
Par 5.1:
Afzet en omzet:
> afzet = de hoeveelheid verkochte artikelen in een bepaalde periode
> omzet = (of verkoopopbrengst) het totale geldbedrag dat voor de verkochte artikelen is ontvangen
in een bepaalde periode
=> Omzet = afzet x verkoopprijs
p x q = € omzet (prijs x quantiteit(aantallen(afzet))) -> zit geen btw op
als de prijs stijgt, neemt de afzet af!
> t marktaandeel van een bedrijf geeft aan hoeveel % van de totale afzet of omzet op een markt
behaald wordt door dat bedrijf
=> marktaandeel bedrijf X =
a f z e t b e
t o t a l e a f z e t
x 100%
=> marktaandeel bedrijf X = o m z e t b ed r i j f X x 100%
t o t a l e o m z e t o p d e ma r k t
> als je de verkoopprijs van je product verlaagt, stijgt wss ook je afzet. Maar de stijging van de omzet
hangt af van de mate waarin je afnemers (klanten) reageren op de prijsverlaging
> afzetstijging kan in % groter zijn dan de prijsdaling!
> omzetbelasting = ook wel btw (=Belasting Toegevoegde Waarde)
> bruto winst = inkoopwaarde – omzet -> zit btw op (0% - 6% - 21%)
> 3 btw-percentages(tarieven):
1. 21% (algemeen tarief). Geldt voor alle goederen die niet onder de 0% of de 6% vallen; de
meeste goederen
2. 6% (bijzonder tarief/ laag tarief). Geldt voor belangrijke basisbehoeften zoals
voedingsmiddelen (‘eerste levensbehoeften’), maar ook boeken/ kranten/ tijdschriften
3. 0%. Geldt voor bijv. medische hulp en goederen die worden verkocht aan t buitenland
> consumentenprijs in de winkel = de verkoopprijs inclusief btw
> ondernemers moeten de btw van hun klanten, afdragen aan de belastingdienst
de btw die ze aan hun leveranciers moeten betalen, krijgen ze terug van de belastingdienst
af te dragen btw -> btw op verkopen en inkomen
de ondernemer moet t verschil tussen de ontvangen en betaalde btw afdragen(t levert en kost
niets voor t bedrijf,, uiteindd betaald de consument de btw)
over de waardetoevoeging draagt hij 21% btw af drm heet t Belasting Toegevoegde Waarde
Par 5.2:
Marketing:
> Marketing is verkoopbeleid gericht op de beïnvloeding van de wensen en behoeften van afnemers
> marketingmix = de combinatie van Product-, Prijs-, Plaats- en Promotiebeleid => de 4 P’s
Productbeleid:
> productbeleid t gaat om de vraag welke soort en kwaliteit goederen een bedrijf aanbiedt.
> productdifferentiatie = product onderscheiden door t uiterlijk, de kwaliteit en de verpakking van de
producten
> productinnovatie = steeds vernieuwing van t assortiment door de snelle veroudering van goederen
Par 5.1:
Afzet en omzet:
> afzet = de hoeveelheid verkochte artikelen in een bepaalde periode
> omzet = (of verkoopopbrengst) het totale geldbedrag dat voor de verkochte artikelen is ontvangen
in een bepaalde periode
=> Omzet = afzet x verkoopprijs
p x q = € omzet (prijs x quantiteit(aantallen(afzet))) -> zit geen btw op
als de prijs stijgt, neemt de afzet af!
> t marktaandeel van een bedrijf geeft aan hoeveel % van de totale afzet of omzet op een markt
behaald wordt door dat bedrijf
=> marktaandeel bedrijf X =
a f z e t b e
t o t a l e a f z e t
x 100%
=> marktaandeel bedrijf X = o m z e t b ed r i j f X x 100%
t o t a l e o m z e t o p d e ma r k t
> als je de verkoopprijs van je product verlaagt, stijgt wss ook je afzet. Maar de stijging van de omzet
hangt af van de mate waarin je afnemers (klanten) reageren op de prijsverlaging
> afzetstijging kan in % groter zijn dan de prijsdaling!
> omzetbelasting = ook wel btw (=Belasting Toegevoegde Waarde)
> bruto winst = inkoopwaarde – omzet -> zit btw op (0% - 6% - 21%)
> 3 btw-percentages(tarieven):
1. 21% (algemeen tarief). Geldt voor alle goederen die niet onder de 0% of de 6% vallen; de
meeste goederen
2. 6% (bijzonder tarief/ laag tarief). Geldt voor belangrijke basisbehoeften zoals
voedingsmiddelen (‘eerste levensbehoeften’), maar ook boeken/ kranten/ tijdschriften
3. 0%. Geldt voor bijv. medische hulp en goederen die worden verkocht aan t buitenland
> consumentenprijs in de winkel = de verkoopprijs inclusief btw
> ondernemers moeten de btw van hun klanten, afdragen aan de belastingdienst
de btw die ze aan hun leveranciers moeten betalen, krijgen ze terug van de belastingdienst
af te dragen btw -> btw op verkopen en inkomen
de ondernemer moet t verschil tussen de ontvangen en betaalde btw afdragen(t levert en kost
niets voor t bedrijf,, uiteindd betaald de consument de btw)
over de waardetoevoeging draagt hij 21% btw af drm heet t Belasting Toegevoegde Waarde
Par 5.2:
Marketing:
> Marketing is verkoopbeleid gericht op de beïnvloeding van de wensen en behoeften van afnemers
> marketingmix = de combinatie van Product-, Prijs-, Plaats- en Promotiebeleid => de 4 P’s
Productbeleid:
> productbeleid t gaat om de vraag welke soort en kwaliteit goederen een bedrijf aanbiedt.
> productdifferentiatie = product onderscheiden door t uiterlijk, de kwaliteit en de verpakking van de
producten
> productinnovatie = steeds vernieuwing van t assortiment door de snelle veroudering van goederen