1. Beschrijf de belangrijkste (rechts)feiten van deze zaak.
2. Wie zijn in deze zaak eiser en verweerder?
3. In de inleiding (onder 1) heeft de rechtbank het over
respectievelijk ‘een specifieke uitkering’ dan wel ‘subsidie’. (a)
Zijn ‘uitkeringen’ en ‘subsidies’ hetzelfde volgens jou? Motiveer.
(b) Benoem de kenmerken van een subsidie. Leg kort uit. 4.
Onder 2 beoordeelt de rechtbank ambtshalve of Arriva
belanghebbende is. Wat wordt hiermee bedoeld? Motiveer.
5. Waarom zegt de rechtbank (onder 3) dat zij niet meer aan
een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden toekomt.
Leg in je eigen woorden uit waarom de rechtbank dit zegt.
6. Waarom is het voor de rechtbank zo belangrijk om vast te
stellen of Arriva belanghebbende is (zie onder 4)? Motiveer.
7. Waarom is volgens de rechtbank sprake van een afgeleid
belang? Motiveer.
8. Wat wordt (onder 6) bedoeld met ‘het parallel lopen’ van de
belangen? Waarom zou dit relevant kunnen zijn? Motiveer.
9. Belanghebbende en ‘een zelfstandige aanspraak op
rechtsbescherming’ worden door de rechtbank met elkaar in
verband gebracht. Leg dit verband in eigen bewoording
duidelijk uit.
10. Leg in eigen woorden uit wat de staatssecretaris volgens de
rechtbank (onder 10) verkeerd heeft gedaan en waarom de
uitspraak van de rechtbank in de plaats treedt van het besluit.
Leg uit.
2. Wie zijn in deze zaak eiser en verweerder?
3. In de inleiding (onder 1) heeft de rechtbank het over
respectievelijk ‘een specifieke uitkering’ dan wel ‘subsidie’. (a)
Zijn ‘uitkeringen’ en ‘subsidies’ hetzelfde volgens jou? Motiveer.
(b) Benoem de kenmerken van een subsidie. Leg kort uit. 4.
Onder 2 beoordeelt de rechtbank ambtshalve of Arriva
belanghebbende is. Wat wordt hiermee bedoeld? Motiveer.
5. Waarom zegt de rechtbank (onder 3) dat zij niet meer aan
een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden toekomt.
Leg in je eigen woorden uit waarom de rechtbank dit zegt.
6. Waarom is het voor de rechtbank zo belangrijk om vast te
stellen of Arriva belanghebbende is (zie onder 4)? Motiveer.
7. Waarom is volgens de rechtbank sprake van een afgeleid
belang? Motiveer.
8. Wat wordt (onder 6) bedoeld met ‘het parallel lopen’ van de
belangen? Waarom zou dit relevant kunnen zijn? Motiveer.
9. Belanghebbende en ‘een zelfstandige aanspraak op
rechtsbescherming’ worden door de rechtbank met elkaar in
verband gebracht. Leg dit verband in eigen bewoording
duidelijk uit.
10. Leg in eigen woorden uit wat de staatssecretaris volgens de
rechtbank (onder 10) verkeerd heeft gedaan en waarom de
uitspraak van de rechtbank in de plaats treedt van het besluit.
Leg uit.