Wat is change management?
- Is een aanpak voor het veranderen van personen, processen en middelen met behulp
van bepaalde methoden met als doel betere resultaten te bereiken.
Redenen voor verandering?
Omstandigheden die organisatieverandering bevorderen
- Een dramatische crisis
- Leiderschapswisseling
- Fase in levenscyclus van bedrijf
- Leeftijd van de organisatie
- Grootte van de organisatie
- Strekte van de aanwezig cultuur
Change -> nieuwe naam, nieuwe locatie, nieuwe manier van werken, nieuwe focus (BUAS)
Type veranderingen
- Big Bang -> er verandert in een keer.
- Incrementele verandering -> er wordt in kleine stapjes veranderd.
- Realignment -> heeft invloed op een deel van de organisatie
- Transformation -> invloed op de gehele organisatie.
Lewin:
- Unfreezing: medewerkers worden voorbereid op de verandering, consequenties
worden duidelijk gemaakt. Hier ontstaat de weerstand.
- Moving: wanneer de verandering door de medewerkers geaccepteerd is.
Medewerkers krijgen de mogelijkheid om zich op de nieuwe situatie voor te
bereiden.
- Freezing: vastlegging vindt plaats. De veranderingen zijn een vast onderdeel van de
organisatie geworden.
IST & SOLL theorie LEWIN
- Huidige situatie (IST) -> Gewenste situatie (SOLL)
- Behulp van 7s model McKinsey
- Waar zitten de gaps. Het verschil tussen de
huidige en gewenste situatie in beeld brengen.
- SOLL: welke richting op, welke toekomstvisie,
welke maatregelen, welke succesfactoren
, 7s model
1. Staf (personeel): belangrijke categorieën van mensen
2. Skills (vaardigheden): onderscheidende capaciteiten van belangrijke mensen.
Vaardigheden waarin de organisatie in uitblinkt.
3. Systemen: routineprocessen, informatie en communicatiestromen
4. Stijl: managementstijl en cultuur
5. Shared values (gedeelde waarden): leidende principes. De visie
6. Strategie: organisatiedoelen en plan, gebruik van middelen.
7. Structuur: organigram
Visie heeft invloed op: motiveren van medewerkers, focussen van medewerkers op
relevante activiteiten, scheppen van een kader aan de hand waarvan medewerkers kunnen
afleiden op welke wijze activiteiten moeten worden ingevoerd in de organisatie en hoe deze
activiteiten passen binnen een groter geheel.
Missie: beschrijving van product, markt, combinaties.
Principes: hebben betrekking op de normen en waarden van een organisatie. In de
beschrijving van de principes komen de volgende aspecten naar voren:
- Kwaliteit komt eerst
- De klant komt eerst
- Wij zijn betrouwbaar en integer
- Onze medewerkers zijn onze kracht
- Persoonlijke ontplooiing staat voorop
- Wij dragen bij aan een goede samenleving
Organisatiedoelstellingen: geven de relatie aan van de organisatie met haar omgeving en
haar werknemers. Hebben vaak betrekking op de onderwerpen
1. Belangenevenwicht: wij zijn een betrouwbare partner voor onze klanten.
2. Winstgevendheid: wij streven ernaar onze producten winstgevend te maken
3. Kwaliteit: elke van ons levert foutloze, perfecte goederen af.
4. Effectiviteit: wij moedigen ons personeel aan mee te werken aan het vaststellen van
targets en het plannen hoe deze het beste kunnen worden bereikt
5. Imago: wij zijn een toonaangevende leverancier van producten en diensten
6. Gedragsregels: wij werken gedisciplineerd en houden ons aan ons woord.
Rol adviseur. Change agent
- Expertrol: nadruk op inhoudelijke bijdrage van adviseur.
- Sociaal-emotioneel gerichte rol: adviseur houdt zich vooral bezig met menselijke
aspecten van de verandering. Adviseur zal optreden als begeleider
- Procedureel gerichte rol: nadruk ligt op het ontwerpen van richtlijnen en procedures
om bepaalde veranderingen efficiënter en effectief te laten verlopen.
- Is een aanpak voor het veranderen van personen, processen en middelen met behulp
van bepaalde methoden met als doel betere resultaten te bereiken.
Redenen voor verandering?
Omstandigheden die organisatieverandering bevorderen
- Een dramatische crisis
- Leiderschapswisseling
- Fase in levenscyclus van bedrijf
- Leeftijd van de organisatie
- Grootte van de organisatie
- Strekte van de aanwezig cultuur
Change -> nieuwe naam, nieuwe locatie, nieuwe manier van werken, nieuwe focus (BUAS)
Type veranderingen
- Big Bang -> er verandert in een keer.
- Incrementele verandering -> er wordt in kleine stapjes veranderd.
- Realignment -> heeft invloed op een deel van de organisatie
- Transformation -> invloed op de gehele organisatie.
Lewin:
- Unfreezing: medewerkers worden voorbereid op de verandering, consequenties
worden duidelijk gemaakt. Hier ontstaat de weerstand.
- Moving: wanneer de verandering door de medewerkers geaccepteerd is.
Medewerkers krijgen de mogelijkheid om zich op de nieuwe situatie voor te
bereiden.
- Freezing: vastlegging vindt plaats. De veranderingen zijn een vast onderdeel van de
organisatie geworden.
IST & SOLL theorie LEWIN
- Huidige situatie (IST) -> Gewenste situatie (SOLL)
- Behulp van 7s model McKinsey
- Waar zitten de gaps. Het verschil tussen de
huidige en gewenste situatie in beeld brengen.
- SOLL: welke richting op, welke toekomstvisie,
welke maatregelen, welke succesfactoren
, 7s model
1. Staf (personeel): belangrijke categorieën van mensen
2. Skills (vaardigheden): onderscheidende capaciteiten van belangrijke mensen.
Vaardigheden waarin de organisatie in uitblinkt.
3. Systemen: routineprocessen, informatie en communicatiestromen
4. Stijl: managementstijl en cultuur
5. Shared values (gedeelde waarden): leidende principes. De visie
6. Strategie: organisatiedoelen en plan, gebruik van middelen.
7. Structuur: organigram
Visie heeft invloed op: motiveren van medewerkers, focussen van medewerkers op
relevante activiteiten, scheppen van een kader aan de hand waarvan medewerkers kunnen
afleiden op welke wijze activiteiten moeten worden ingevoerd in de organisatie en hoe deze
activiteiten passen binnen een groter geheel.
Missie: beschrijving van product, markt, combinaties.
Principes: hebben betrekking op de normen en waarden van een organisatie. In de
beschrijving van de principes komen de volgende aspecten naar voren:
- Kwaliteit komt eerst
- De klant komt eerst
- Wij zijn betrouwbaar en integer
- Onze medewerkers zijn onze kracht
- Persoonlijke ontplooiing staat voorop
- Wij dragen bij aan een goede samenleving
Organisatiedoelstellingen: geven de relatie aan van de organisatie met haar omgeving en
haar werknemers. Hebben vaak betrekking op de onderwerpen
1. Belangenevenwicht: wij zijn een betrouwbare partner voor onze klanten.
2. Winstgevendheid: wij streven ernaar onze producten winstgevend te maken
3. Kwaliteit: elke van ons levert foutloze, perfecte goederen af.
4. Effectiviteit: wij moedigen ons personeel aan mee te werken aan het vaststellen van
targets en het plannen hoe deze het beste kunnen worden bereikt
5. Imago: wij zijn een toonaangevende leverancier van producten en diensten
6. Gedragsregels: wij werken gedisciplineerd en houden ons aan ons woord.
Rol adviseur. Change agent
- Expertrol: nadruk op inhoudelijke bijdrage van adviseur.
- Sociaal-emotioneel gerichte rol: adviseur houdt zich vooral bezig met menselijke
aspecten van de verandering. Adviseur zal optreden als begeleider
- Procedureel gerichte rol: nadruk ligt op het ontwerpen van richtlijnen en procedures
om bepaalde veranderingen efficiënter en effectief te laten verlopen.