LES B2, 28/09/20
INTRODUCTIE
Alle processen zijn tezamen aanwezig
—> Dynamische interactie!
Hoe kan brein veranderen door tijd?
-Evolutie
• fylogenes: ontwikkeling over 10000 jaren
• Ontwikkeling levensjaar
-Neurospasticiteit
• Moment tot moment
1.1 KLINISCHE TOEPASSINGEN
- Bv auto-ongeluk (kan ook bv stres op werk,…)
- Start punt = gezondheidsconditie (dit geval auto-ongeluk)
- Alle niveaus worden beïnvloed
• Celniveau
Cellen worden beschadigd / verstoord
Omgeving bepaalt bouw en werking
• Neurale circuits
Hersenen lopen schade
Orgaan als geheel
Interactie genen en omgeving
• Gedragsfunctie
Onderzoek adhv ‘taakjes’
Gedrag testen (scans)
• Activiteit
Werken aan activiteit
Revalidatie
,Mano Smets GEDRAGSNEUROWETENSCHAPPEN FASE 1 SEM 1
1. CELLULAIRE NEUROANATOMIE
CELLULAIRE NEUROANATOMIE
- Cel niveau
- Werking & bouw vd cel
- Anatomie zenuwcel
CEL > CELLEN > WEEFSEL > ORGAAN > ORGAAN SYSTEEM-STELSEL
Anatomie = structuur
Fysiologie = werking of processen
1.1 NEURONEN (=ZENUWCELLEN)
CEL STRUCTUUR (!!)
- Cellichaam (soma)
• Kern met veel deeltjes (=organellen)
• Zit dna in
• Celmetabolisme
• Signaal doorsturen of niet
- Dendrieten
• Uitlopers vd cel met spines (=knopjes)
• Belang = cel krijgt info binnen via dendrieten
• Afferente informatie (=ontvangende functie)
• Verbonden met andere zenuwcellen
• Nieuwe knopjes
• Gevoelig voor verandering (buitenaf)
• Aanmaak dendriet ( door nieuwe info buitenaf)
- Axon
• Elke cel heeft 1 axon
• Informatie doorsturen naar andere cel
• Axonheuvel = afvuren van zenuwimpuls
• Zijtakken = collaterale
, Mano Smets GEDRAGSNEUROWETENSCHAPPEN FASE 1 SEM 1
• Eind van vertakkingen = telodendron
• Eind knopje = nieuwe verbinding => synaps!
Axosomatische synaps
Axospinodendritische synaps
= verschillende contacten met cel
Axodentrische synaps
Axoaxospinodentritische synaps
SYNAPS (!!)
- Verschillende contactpunten met zenuwcel
- Contactpunt tussen twee neuronen
- synapskloof/ synapsspleet= Contact niet fysiek (kleine opening)
- Pré-synaps membraan (= info sturen)
- Post-synaps membraan (= info ontvangen)
- Synaptische signaal overdracht
• Chemisch van aard:
Excitatorisch = Stimulerende werking
Inhibitorisch = remmende werking
= keuze maken wnr toepassen => medicatie beïnvloeden exit. / inhi.
• Neurotranmitters:
= in presynapstische eindknopjes zijn er synapsblaasjes gevuld met neurotransmitters
CELMEMBRAAN (!!)
- Afsplitsing buiten-binnen wereld
• Binnen cel: intracellulair
• Buiten cel: extracellulair
- Bestaat uit verschillende fosfolipiden
- Transmembraantransport= doorheen membraan
- Selectief doorlaatbaar systeem (‘poortjes’)
NEURONAAL CYTOSKELET
- Steunvoor zenuwcel (om stevig te houden maar ook rol in zenuwcel)
- Draadachtig structuur = microtubuli (stoffen transporteren)