Positieve psychologie
Hoofdstuk 3: het goede leven
= mate waarin je je betrokken voelt bij je werk, relaties en hobby’s
- Je weet waarin je goed bent en wat je sterke kanten zijn zo kan je deze optimaal
inzetten
Daardoor flow ervaren
Persoonlijke groei
Het goede leven
- Volgens Aristoteles: eudemonia -> kwestie van persoonlijke ontwikkeling en
voortreffelijkheid van karakter
Geluk wordt nagestreevd door ervaren van plezier bij momenten van overpeinzing
of tijdens voeren van een goed gesprek
Flow
- Weten wat je sterke kanten zijn en je leven zo inrichten zodat je die sterke kanten zo
veel mogelijk inzet
- Csikszentmihalyi: “Een stroom die hen meevoerde”
Bestuderen van mensen met een passie, die genoten van het leven waarvoor ze
gekozen hadden en die leken te genieten van de dingen die ze deden
Een optimale mentale toestand waarin je volledig opgaat in een uitdagende, maar
uitvoerbare taak
Gekenmerkt door een gerichte energie en activiteit en een volledige betrokkenheid,
alsook een succesvolle uitvoering van je activiteiten
- Iemand kan zich gelukkig of ongelukkig voelen zonder dat er aanleiding van is in de
buitenwereld
- Flow = zo geconcentreerd zijn op een onderwerp dat de rest niets uitmaakt
Je bent jezelf ervan niet bewust bij het uitvoeren van een uitdagendere taak
Je verliest het zelfbewustzijn terwijl je iets doet wat je boeit
Anders dan positieve gevoelens want bij het uitvoeren van de taak ervaar je
geen positieve gevoelens -> meestal zelfs geen emoties
Tijdens flow gebruik je je sterke kanten en pas achteraf ervaar je weer emoties: je
bent tevreden/trots op wat je hebt gedaan
- Volgens Nakamura en Csikszentmihalyi wordt flow gekenmerkt door volgende
aspecten:
Een duidelijk doel
Concentratie en doelgerichtheid
Verlies van zelfbewustzijn
Verlies van tijdsbesef
Directe feedback
Evenwicht tussen de vaardigheid en de activiteit
Persoonlijke controle
Activiteit is intrinsiek belonend
Hoe uitdagend is het en hoe goed ben je erin: het mag niet te makkelijk en niet te
moeilijk zijn, je moet er ook goed in zijn
evenwicht zoeken tussen de vaardigheid en de activiteit
je controleerd de dingen die je doet -> het beloond je om
er beter in te worden
- 8 mentale staten waarin men zich kan vinden
hoe hoger het level van de uitdaging en de eigen
capaciteiten hoe beter de mentale staat. Vooral het leven
van de capaciteiten speelt een grote rol
Apathy: je kan het niet goed en er is geen uitdaging
Hoofdstuk 3: het goede leven
= mate waarin je je betrokken voelt bij je werk, relaties en hobby’s
- Je weet waarin je goed bent en wat je sterke kanten zijn zo kan je deze optimaal
inzetten
Daardoor flow ervaren
Persoonlijke groei
Het goede leven
- Volgens Aristoteles: eudemonia -> kwestie van persoonlijke ontwikkeling en
voortreffelijkheid van karakter
Geluk wordt nagestreevd door ervaren van plezier bij momenten van overpeinzing
of tijdens voeren van een goed gesprek
Flow
- Weten wat je sterke kanten zijn en je leven zo inrichten zodat je die sterke kanten zo
veel mogelijk inzet
- Csikszentmihalyi: “Een stroom die hen meevoerde”
Bestuderen van mensen met een passie, die genoten van het leven waarvoor ze
gekozen hadden en die leken te genieten van de dingen die ze deden
Een optimale mentale toestand waarin je volledig opgaat in een uitdagende, maar
uitvoerbare taak
Gekenmerkt door een gerichte energie en activiteit en een volledige betrokkenheid,
alsook een succesvolle uitvoering van je activiteiten
- Iemand kan zich gelukkig of ongelukkig voelen zonder dat er aanleiding van is in de
buitenwereld
- Flow = zo geconcentreerd zijn op een onderwerp dat de rest niets uitmaakt
Je bent jezelf ervan niet bewust bij het uitvoeren van een uitdagendere taak
Je verliest het zelfbewustzijn terwijl je iets doet wat je boeit
Anders dan positieve gevoelens want bij het uitvoeren van de taak ervaar je
geen positieve gevoelens -> meestal zelfs geen emoties
Tijdens flow gebruik je je sterke kanten en pas achteraf ervaar je weer emoties: je
bent tevreden/trots op wat je hebt gedaan
- Volgens Nakamura en Csikszentmihalyi wordt flow gekenmerkt door volgende
aspecten:
Een duidelijk doel
Concentratie en doelgerichtheid
Verlies van zelfbewustzijn
Verlies van tijdsbesef
Directe feedback
Evenwicht tussen de vaardigheid en de activiteit
Persoonlijke controle
Activiteit is intrinsiek belonend
Hoe uitdagend is het en hoe goed ben je erin: het mag niet te makkelijk en niet te
moeilijk zijn, je moet er ook goed in zijn
evenwicht zoeken tussen de vaardigheid en de activiteit
je controleerd de dingen die je doet -> het beloond je om
er beter in te worden
- 8 mentale staten waarin men zich kan vinden
hoe hoger het level van de uitdaging en de eigen
capaciteiten hoe beter de mentale staat. Vooral het leven
van de capaciteiten speelt een grote rol
Apathy: je kan het niet goed en er is geen uitdaging