Inleiding privaatrecht
Week 1
Het recht kan je op verschillende manieren onderverdelen:
- Internationaal recht ten opzichte van nationaal recht
Internationaal recht: denk aan grensoverschrijdende activiteiten. Bv. Een bedrijf dat in het
buitenland een onderneming heeft daar belastingplichtig is, een huwelijk tussen een
buitenlander en een Nederlander welke regels gelden dan?
Nationaal recht: Nationaal recht omvat alle wetten en regels die vanuit één land zijn
opgesteld. Binnen het nationaal recht word er een onderscheid gemaakt tussen privaatrecht
en het publiekrecht.
- Privaatrecht ten opzichte van publiekrecht
Privaatrecht: het recht tussen burgers onderling. Ook rechtspersonen horen bij het
privaatrecht. (personen en familierecht en vermogensrecht) dit staat in de BW.
Publiekrecht: het recht van burgers ten opzichte van de overheid. (staatrecht, strafrecht en
bestuursrecht)
Vraag waar gaan de rechtsgebieden, die samen het privaatrecht vormen, over?
Het recht tussen de burgers onderling. Natuurlijke personen, maar ook de rechtspersonen.
Vraag noem concrete voorbeelden en wetten die met het privaatrecht te maken hebben.
Het personen en familierecht. Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Rechtspersonen: zijn juridische constructies waarbij natuurlijke personen ingezet worden om de
doelstelling van het bedrijf te verwezenlijken.
- Dwingend recht ten opzichte van aanvullend recht
Dwingend recht: afwijken is niet toegestaan. Je mag niet afwijken van de wet.
Aanvullend recht: je mag afwijken van de wet / aanvullen. Bv er staat in een wetsartikel –
‘’na redelijkheid, willigheid’’
- Objectief ten opzichte van subjectief recht
Objectief recht: geheel aan rechtsregels. Gewoon onze wettenbundel. “law’’
Subjectief recht: het recht dat jij als individu hebt. ‘’right’’ bv. Het eigendomsrecht. Jou
rechten.
- Materieel ten opzichte van formeel recht
Materieelrecht: inhoud / rechten en plichten
, Formeelrecht: handhavingsregels, procedureregels;
Waar moet je procederen (bij de rechtbank, het hof of de HR)
Hoe moet je procederen?
Welke termijn moet in acht worden genomen?
Het recht is te vinden in de volgende bronnen:
- De wet
- De jurisprudentie: de rechtspraak
- Het verdrag
- De gewoonte
Week 2
De drie belangrijkste beginselen van het privaatrecht zijn: (met name van toepassing op het
onderdeel verbintenissenrecht)
- Contractsvrijheid
Contractsvrijheid wil zeggen dat eenieder vrij is om een overeenkomst al dan niet aan te
gaan, te kiezen met welke wederpartij hij of zij handelt en wat de inhoud is van de
overeenkomst. De basis ligt in de vrije keuze. Met bepaalde uitzonderingen. Dit kan een
beperking zijn of juist een aanvulling op de inhoud van de overeenkomst. Dit is terug te
vinden in de wet. Gewoonterechtelijke regels, eisen van redelijkheid en billijkheid en goede
zeden of openbare orde.
- Vormvrijheid
zowel mondeling als schriftelijk mogen worden gesloten, maar in een aantal gevallen mag
een overeenkomst alleen schriftelijk worden gesloten. Zie art. 3:37 lid 1 BW.
- Pacta sunt servanda
Pacta sunt servanda (belofte maakt schuld) duidt op de situatie dat een partij die een
overeenkomst heeft gesloten, verplicht is om die na te komen. Hij kan zich niet zonder meer
van de rechten en plichten uit de overeenkomsten ontdoen. Zie art. 6:248 lid 1 BW.
Feitelijke handeling
- Kan uit twee dingen bestaan: het is feitelijk en heeft geen enkel rechtsgevolg. En er zijn feiten
die aanvankelijk niet bedoeld waren om juridische gevolgen te creëren maar die zijn er wel.
Bloot rechtsfeiten
- Bloot rechtsfeiten: zijn feiten die op een bepaald moment ontstaan maar er is niet echt
sprake van een handeling. Een bloot rechtsfeit is een feit waaruit rechtsfeiten uit
voortvloeien zonder dat de betrokken persoon daar invloed op kan uitoefenen
Rechtshandeling:
, - een handeling die is gericht op een beoogd ( doel ) rechtsgevolg. door handelingen ontstaan
er rechten en plichten die tot een rechtsgevolg lijden. Hier willen we dat we een
rechtshandelingen en verrichten bv een contract opmaken, een testament opmaken.
Menselijke handeling:
- menselijke handeling is ook op een bepaald moment ontstaan, maar er is sprake van een
handeling. Bv. Een aanrijdingen heeft als gevolg dat er een plicht tot het betalen van
schadevergoeding ontstaat.
Wanprestatie:
- toerekenbare tekortkoming in de nakoming
- de rechtsgevolgen zijn ontstaan, omdat 1 partij zich niet aan de overeenkomst heeft
gehouden. Dit leidt ertoe dat er opnieuw geleverd moet worden of dat er een
schadevergoeding moet worden betaald als het product niet meer op tijd te leveren is.
Blote rechtsfeiten: Blote rechtsfeiten zijn op een bepaald moment ontstaan, maar er is niet echt
sprake van een handeling. Feit waaruit rechtsgevolgen voortvloeien, zonder dat de betrokken
persoon er invloed op kan uitoefenen.
Voorbeeld, zijn de geboorte en het overlijden van een persoon.
Stel, Jochem en Anna krijgen een kind. Bij de geboorte van dit kind ontstaat het recht op een
naam. Het overlijden van Jochem leidt ertoe dat bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomst wordt
ontbonden.
Rechtshandeling: door handelingen ontstaan er rechten en plichten die tot een rechtsgevolg
lijden. Handeling die is gericht op een beoogd rechtsgevolg.
Bijvoorbeeld, wanneer er een huis wordt verkocht. Heeft de koper de plicht om te betalen en de
verkoper heeft de plicht om het huis in eigendom over te dragen. Het sluiten van een contract.
Feitelijke handelingen: feitelijke handelingen zijn niet ontstaan door een afspraak, maar uit de
wet.
Kan uit twee dingen ontstaan:
- Het is puur feitelijk en het heeft geen enkel rechtsgevolg.
- Feiten die aanvankelijk niet bedoeld waren, om juridische gevolgen te creëren, maar die zijn
er wel ontstaan. Bijvoorbeeld, een auto-ongeluk. Deze daden worden onrechtmatige daden
genoemd art. 6:162 BW.
Bijvoorbeeld, het omstoten van een dure fles wijn in een wijnhandel heeft doorgaans het gevolg
dat er schade moet worden betaald door de dader.
Meerzijdige rechtshandelingen er zijn twee personen nodig om die handeling tot stand te laten
brengen. Alle overeenkomsten zijn meerzijdig
- Eenzijdige overeenkomsten een partij moet handelen. Bijvoorbeeld een
schenkingsovereenkomst
Week 1
Het recht kan je op verschillende manieren onderverdelen:
- Internationaal recht ten opzichte van nationaal recht
Internationaal recht: denk aan grensoverschrijdende activiteiten. Bv. Een bedrijf dat in het
buitenland een onderneming heeft daar belastingplichtig is, een huwelijk tussen een
buitenlander en een Nederlander welke regels gelden dan?
Nationaal recht: Nationaal recht omvat alle wetten en regels die vanuit één land zijn
opgesteld. Binnen het nationaal recht word er een onderscheid gemaakt tussen privaatrecht
en het publiekrecht.
- Privaatrecht ten opzichte van publiekrecht
Privaatrecht: het recht tussen burgers onderling. Ook rechtspersonen horen bij het
privaatrecht. (personen en familierecht en vermogensrecht) dit staat in de BW.
Publiekrecht: het recht van burgers ten opzichte van de overheid. (staatrecht, strafrecht en
bestuursrecht)
Vraag waar gaan de rechtsgebieden, die samen het privaatrecht vormen, over?
Het recht tussen de burgers onderling. Natuurlijke personen, maar ook de rechtspersonen.
Vraag noem concrete voorbeelden en wetten die met het privaatrecht te maken hebben.
Het personen en familierecht. Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Rechtspersonen: zijn juridische constructies waarbij natuurlijke personen ingezet worden om de
doelstelling van het bedrijf te verwezenlijken.
- Dwingend recht ten opzichte van aanvullend recht
Dwingend recht: afwijken is niet toegestaan. Je mag niet afwijken van de wet.
Aanvullend recht: je mag afwijken van de wet / aanvullen. Bv er staat in een wetsartikel –
‘’na redelijkheid, willigheid’’
- Objectief ten opzichte van subjectief recht
Objectief recht: geheel aan rechtsregels. Gewoon onze wettenbundel. “law’’
Subjectief recht: het recht dat jij als individu hebt. ‘’right’’ bv. Het eigendomsrecht. Jou
rechten.
- Materieel ten opzichte van formeel recht
Materieelrecht: inhoud / rechten en plichten
, Formeelrecht: handhavingsregels, procedureregels;
Waar moet je procederen (bij de rechtbank, het hof of de HR)
Hoe moet je procederen?
Welke termijn moet in acht worden genomen?
Het recht is te vinden in de volgende bronnen:
- De wet
- De jurisprudentie: de rechtspraak
- Het verdrag
- De gewoonte
Week 2
De drie belangrijkste beginselen van het privaatrecht zijn: (met name van toepassing op het
onderdeel verbintenissenrecht)
- Contractsvrijheid
Contractsvrijheid wil zeggen dat eenieder vrij is om een overeenkomst al dan niet aan te
gaan, te kiezen met welke wederpartij hij of zij handelt en wat de inhoud is van de
overeenkomst. De basis ligt in de vrije keuze. Met bepaalde uitzonderingen. Dit kan een
beperking zijn of juist een aanvulling op de inhoud van de overeenkomst. Dit is terug te
vinden in de wet. Gewoonterechtelijke regels, eisen van redelijkheid en billijkheid en goede
zeden of openbare orde.
- Vormvrijheid
zowel mondeling als schriftelijk mogen worden gesloten, maar in een aantal gevallen mag
een overeenkomst alleen schriftelijk worden gesloten. Zie art. 3:37 lid 1 BW.
- Pacta sunt servanda
Pacta sunt servanda (belofte maakt schuld) duidt op de situatie dat een partij die een
overeenkomst heeft gesloten, verplicht is om die na te komen. Hij kan zich niet zonder meer
van de rechten en plichten uit de overeenkomsten ontdoen. Zie art. 6:248 lid 1 BW.
Feitelijke handeling
- Kan uit twee dingen bestaan: het is feitelijk en heeft geen enkel rechtsgevolg. En er zijn feiten
die aanvankelijk niet bedoeld waren om juridische gevolgen te creëren maar die zijn er wel.
Bloot rechtsfeiten
- Bloot rechtsfeiten: zijn feiten die op een bepaald moment ontstaan maar er is niet echt
sprake van een handeling. Een bloot rechtsfeit is een feit waaruit rechtsfeiten uit
voortvloeien zonder dat de betrokken persoon daar invloed op kan uitoefenen
Rechtshandeling:
, - een handeling die is gericht op een beoogd ( doel ) rechtsgevolg. door handelingen ontstaan
er rechten en plichten die tot een rechtsgevolg lijden. Hier willen we dat we een
rechtshandelingen en verrichten bv een contract opmaken, een testament opmaken.
Menselijke handeling:
- menselijke handeling is ook op een bepaald moment ontstaan, maar er is sprake van een
handeling. Bv. Een aanrijdingen heeft als gevolg dat er een plicht tot het betalen van
schadevergoeding ontstaat.
Wanprestatie:
- toerekenbare tekortkoming in de nakoming
- de rechtsgevolgen zijn ontstaan, omdat 1 partij zich niet aan de overeenkomst heeft
gehouden. Dit leidt ertoe dat er opnieuw geleverd moet worden of dat er een
schadevergoeding moet worden betaald als het product niet meer op tijd te leveren is.
Blote rechtsfeiten: Blote rechtsfeiten zijn op een bepaald moment ontstaan, maar er is niet echt
sprake van een handeling. Feit waaruit rechtsgevolgen voortvloeien, zonder dat de betrokken
persoon er invloed op kan uitoefenen.
Voorbeeld, zijn de geboorte en het overlijden van een persoon.
Stel, Jochem en Anna krijgen een kind. Bij de geboorte van dit kind ontstaat het recht op een
naam. Het overlijden van Jochem leidt ertoe dat bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomst wordt
ontbonden.
Rechtshandeling: door handelingen ontstaan er rechten en plichten die tot een rechtsgevolg
lijden. Handeling die is gericht op een beoogd rechtsgevolg.
Bijvoorbeeld, wanneer er een huis wordt verkocht. Heeft de koper de plicht om te betalen en de
verkoper heeft de plicht om het huis in eigendom over te dragen. Het sluiten van een contract.
Feitelijke handelingen: feitelijke handelingen zijn niet ontstaan door een afspraak, maar uit de
wet.
Kan uit twee dingen ontstaan:
- Het is puur feitelijk en het heeft geen enkel rechtsgevolg.
- Feiten die aanvankelijk niet bedoeld waren, om juridische gevolgen te creëren, maar die zijn
er wel ontstaan. Bijvoorbeeld, een auto-ongeluk. Deze daden worden onrechtmatige daden
genoemd art. 6:162 BW.
Bijvoorbeeld, het omstoten van een dure fles wijn in een wijnhandel heeft doorgaans het gevolg
dat er schade moet worden betaald door de dader.
Meerzijdige rechtshandelingen er zijn twee personen nodig om die handeling tot stand te laten
brengen. Alle overeenkomsten zijn meerzijdig
- Eenzijdige overeenkomsten een partij moet handelen. Bijvoorbeeld een
schenkingsovereenkomst